![]() |
Zienswijze Bomenridder 1
donderdag 17 februari 2012 RV
klik hier
Aanleg stadsgroen snel terugverdiend
dinsdag 15 februari 2012 Telegraaf, Barbara Sanders
Philadelphia als voorbeeld in 2008 van hoe je als gemeente ook anders met het groen in een stad om kunt gaan.
lees verder »
Concept bomenverordening en beleid Amsterdam Zuid 2012
dinsdag 15 februari 2012 Stadsdeel Amsterdam Zuid
In de harmonisering van verordening en beleid tussen voorheen Oud-Zuid en ZuiderAmstel dreigen de bomen aan het kortste eind te trekken. Alles aan de kant voor projectontwikkelaars en middenstand, want bomen zijn maar lastig.
lees verder »
De werkgroep Bomenridders is een zienswijze aan het opstellen over de concept bomenverordening en bomenbeleid die ter inspraak ligt. Alle bewoners, die mee wil denken over de gevolgen van het invoeren van deze verordening zijn welkom op de Gerard Doustraat 133. Laat ons weten of je komt of mail je vragen en opmerkingen naar Werkgroep Bomenridders Zuid, Gerard Doustraat 133, 1073 VT Amsterdam, info@bomenridders.nl of 020-400 45 03. Deadline voor de inspraak is 23 februari. U kunt ook mee tekenen op de zienswijze van de bomenridders. Die ligt op Wijkcentrum Ceintuur klaar voor uw steun.
<< sluit
Concept Zienswijze Vereniging Woonschepen
donderdag 27 januari 2012 VW
klik hier
Illegale kap op het Jaagpad in de Schinkel
maandag 02 november 2010 tip
Op het Jaagpad in de Schinkel werd vanmorgen illegaal gekapt. Bomen van 10 centimeter en meer moesten er ook aan geloven. De stronken werden uit de grond getrokken en gebruikt om het oppervlak weer aan te vegen zoals je op onderstaand filmpje kunt zien. filmpje lees verder »
Bewoners hebben snel ingegrepen en de wijkregisseur gebeld, die geen tijd had. 0900-8844 verbond ze door met de Dienst Milieu en Bouwtoezicht, alwaar ze op een bandje terechtkwamen. De Rayonmanager van het stadsdeel is wezen kijken (voordat de dikkere bomen werden gekapt) en heeft de bomeninspecteur erop af gestuurd. Vervolgens is handhaving van het stadsdeel erop af gestuurd. Inmiddels is er al veel onherstelbaars gedaan. De bomen werden gezaagd, versnipperd, en de stobben uit de grond gerukt zodat er geen sporen achterblijven van de dikte van de bomen. De bewoners hebben het op film en fotos vast gelegd en inmiddels heeft de bomeninspecteur van het stadsdeel ingegrepen en de kap stilgelegd.
<< sluit
Van nature bomenridder!
zondag 03 augustus 2009 tip
Sommige mensen hebben geen bomenridder opleiding nodig om bomenridder te zijn. Die weten zo al wat te doen!
lees verder »
Beste Isolde, beste allemaal. Hier even een berichtje from beyond. Ik ben
langzaam aan het opkrabbelen en hoop binnenkort voor het eerst weer even langs
te komen. Voorlopig echter houd ik het nog even virtueel, maar zoals bekend is
dat tegenwoordig de enige echte werkelijkheid. Ik zit nog steeds in een korset
van onderzoeken waarbij niet geheel duidelijk is wat mij nou precies is
overkomen. Als wetenschapper was het een uiterst boeiende ervaring; als mens
iets minder, maar toen kwamen jullie met al die hartverwarmende reacties.
Een
van de meest wonderbaarlijke ervaringen was hoe ik noodgedwongen door de
brandweer uit huis werd getakeld tussen de takken van mijn geliefde boom voor
huis door. Ik wil enigszins trots nog wel vermelden dat ik, toen ze op het punt
stonden een grote tak af te zagen, ik dit ondanks al mijn ellende heb weten te
verhinderen, zo dus een kleine, maar significante bijdrage leverend aan de CO 2
reductie. Waar een ziekte al niet toe kan lijden.
tot
binnenkort
K.
<< sluit
Inspraakreactie bomenbeleidsplan stadsdeel Amsterdam Oud-Zuid
maandag 03 februari 2009 bomenridders
Geacht Bestuur, 3 februari 2009
De Bomenridders Oud-Zuid, zijnde de samenwerkende werkgroepen Bomen van de drie wijkcentra, maakt graag gebruik van de mogelijkheid tot het indienen van een schriftelijke inspraakreactie over het concept Beleidsuitgangspunten Bomen, het concept Hoofdbomenstructuurplan en de aanpassing van de Bomenverordening. lees verder »
Verburg: zuinig zijn met bomen
zondag 08 december 2008 Volkskrant - ANP
HILVERSUM Minister Verburg van Landbouw roept burgers en bestuurders op zuinig te zijn met groen. Ze wil dat burgers bij hun gemeenten steeds nagaan of een geplande kap van bomen nodig is.
lees verder »
Ze zei dat zondag in het radioprogramma Vroege Vogels: Soms is het nodig om bomen te kappen, maar dan moeten er wel nieuwe aangeplant worden. Aldus Verburg.
Het radioprogramma en de Bomenstichting stelden eerder het meldpunt Kappen in voor plannen van gemeenten voor de bomenkap. Dit voorjaar bleek dat 100.000 bomen op de nominatie stonden om te worden gekapt.
Verburg meldde zondag dat ze ruim 80.000 euro uittrekt voor een initiatief van de Bomenstichting om de communicatie tussen lokale overheden en burgers over groen te verbeteren.
Plak onderstaande link in je browser voor de uitzending. De minister zegt nog veel meer. Het item zit iets voorbij de helft van de opnamen.
omroep.vara.nl/Uitzending-gemist.1877.0.html?&tx_alternetnebo_pi1[programma]=8437781&cHash=02b8ef5a4d
<< sluit
Ook één nieuw kapverordening is lastig
zondag 01 september 2008 Parool? Marianne Lamers
lees verder »
BEZWAARSCHRIFT.
TEGEN het besluit van het Dagelijks Bestuur van het Stadsdeel Zuid d.d. 10 oktober 2007 inzake de kap- en snoeivergunning nr 60-1035, tuin Mien Ruys behorend bij het Gerrit van der Ve
maandag 13 november 2007 S. Israels
Aan het begin van de 20ste eeuw ontwierp architekt Berlage zijn wereldberoemde Stedebouwkundige Plan Amsterdam Zuid. De diversiteit in eenvormigheid van zijn ontwerpen die in dit plan tot uitdrukking komt, wordt nog altijd internationaal als briljant gezien.
Het gebouw van het College is ontworpen door architekt Nicolaas Lansdorp (zie bijlage 1: de brief d.d. 13 oktober 2007 van de Heer C. Schade, direkt belanghebbende). Ondanks de financiele tekorten in de periode 1929 - 1930 werd het gebouw toch voorzien van de aula, de vleugel aan de zuidzijde van het College. Het heeft historisch gezien altijd een rol gespeeld. Na de bouw werd er de eerste Gemeentelijke meisjes HBS in gevestigd. Deze HBS heeft een belangrijke bijdrage geleverd aan de vrouwen emancipatie-beweging. Na de capitulatie werd het gebouw in 1940 het Hoofdbureau van de Duitse Sicherheitsdienst; ieder jaar vindt er een herdenking plaats voor de slachtoffers uit het verzet in de tuin aan de voorkant van het College. lees verder »
Na de oorlog is er in het gebouw, thans Rijksmonument, altijd een school gevestigd geweest en dit is zo tot op de dag van vandaag, namelijk het Gerrit van der Veen College dat een speciale culturele onderwijsopdracht heeft.
Na de periode van de wederopbouw heeft Mien Ruys de opdracht gekregen de tuin aan de zuidzijde van het College te ontwerpen en aan te leggen. Mien Ruys, onze eerste vrouwelijke tuin-architekte van nationale faam. Haar tuinen worden door het hele land als nationaal erfgoed beschouwd.
De lokatie van de tuin De noordkant van deze tuin wordt begrensd door de klaslokalen van het College; aan de oostkant door een pad dat langs de nieuwe toneel/muziekzaal (voormalige gymzaal) loopt. Aan de westzijde wordt de tuin begrensd door de conciërgewoning en een opengewerkte muur aan de kant van de Rubensstraat, die de nieuwsgierige wandelaar een onverwachte doorkijk in de tuin gunt. Aan de zuidzijde grenst de tuin aan de Anthonie van Dijckstraat (abusievelijk in het rapport van de Heer P. v.d. Fluit - zie bijlage 2 - Jan van Eijck-straat genoemd). De tuin geeft op ieder uur van de dag een wisselende, fascinerende aanblik; dit is met name voor de omwonenden van groot belang, zeker voor de direktomwonenden in Anthonie van Dijckstraat nrs 3 t/m 13. De Anthonie van Dijckstraat is een kleine straat die loopt van de Rubensstraat naar de Albrecht Durerstraat. Aan de Anthonie van Dijckstraat ligt niet alleen de achterkant van het Gerrit van der veen College met haar schitterende Mien Ruys tuin, maar ook de Montessori School en de British School. Een aantal keren per dag is het "spitsuur"in de Anthonie van Dijckstraat. Auto's, bakfietsen en fietsen rijden bij het brengen en halen van de kinderen af en aan. Ook de Openlucht School aan de Cliostraat verhoogt de verkeersdrukte.
Waar ook ter wereld je als Amsterdammer in gesprek raakt met architekten, altijd komt direkt het plan Berlage ter sprake. Hoewel menig taxichaffeur in Amsterdam de straat niet kent, weten de internationale architektuur studenten en cultuurtoeristen deze straat te vinden vanwege de bijzondere architektuur. Al deze bezoekers ondergingen de betoverende werking van de bijzondere tuin van Mien Ruys.
Met name de eerste drive-in woningen ter wereld (ook Rijksmonumenten) aan de Anthonie van Dijckstraat nr 4 t/m 12 van de architekten W. van Tijen, Stam en L. Stam Beese zijn ontwerpen in de stijl van "het nieuwe bouwen". Dit geldt ook voor De Open Luchtschool (ook Rijksmonument) van architekt Duiker in het carré van de Anthonie van Dijckstraat. Deze ontwerpen wijken dus af van de Amsterdamse School van het plan Berlage. En zo wijkt de tuin van Mien Ruys ook af van de wat meer formele beplanting in de rest van het Stadsdeel. Dit geeft ook de uniciteit voor Amsterdam-Zuid aan, waar Prof. Lever het in zijn brief van 18 oktober 2007 aan het DB van de Deelraad over heeft (zie bijlage nr 3.) De "Ideeën" van Mien Ruys hebben navolging gevonden in de stadsbeplanting (openbaar groen) van Buitenveldert en Amstelveen .
Tenslotte: de tuinarchitekte Mien Ruys die in wezen zo sterk was in haar ontwerpen voor wat betreft het overgaan van cultuur naar natuur en van natuur weer naar cultuur, heeft hieraan in de tuin van het Gerrit van der Veen College zo prachtig gestalte gegeven.
Zij koos de kleur en de textuur van de coniferen bij de kleur en de textuur van de bakstenen van het gebouw. De rullige schub-coniferen, die doordat ze altijd groen blijven, minder veranderingen lijken te ondergaan van de seizoenen, vormen in de lente en de zomer het decor voor onder meer de flossige berken. In de winter contrasteren de witte berkenbasten met het groen van de coniferen. Zo zou je kunnen zeggen, dat de coniferen zich verhouden tot de gevel zoals de berken zich verhouden tot de coniferen. Zoals het gebouw door alle seizoenen zichzelf blijft, zo blijven de coniferen door alle seizoenen groen.
Omdat bomen veel funkties vervullen, willen wij een aantal hiervan bespreken: De bomen vervullen een luchthygienische funktie, waarmee we de opname van stof en kooldioxide bedoelen alsmede de aanmaak van zuurstof. Het Stadsdeel Oud-Zuid, als geheel een beschermd stadsgezicht heeft een stedelijke bebouwing met een hoge bevol-kings- en woondichtheid en ligt in de zeer nabije omgeving van Schiphol (de BUitenveldertbaan).
De bomen en vooral de groenblijvende bomen hebben een grote invloed op de luchtkwaliteit door hun bladmassa; zo worden metalen en vluchtige organische stofdeeltjes vastgelegd, die na elke regenbui van het blad spoelen, waarna opnieuw stof kan worden vastgelegd. Hoe volwassener de bomen, hoe meer opname mogelijkheid.
Ouders die hun kinderen met de auto van school komen halen, laten dikwijls - vooral in de winter - hun motor draaien en vervuilen de lucht daarmee ernstig. Verder heeft een omgeving met volwassen bomen een positieve werking op de volksgezondheid (er komt minder astma voor).
Ook hebben bomen een gunstige invloed op het leefklimaat en brengen ze in de tuin van Mien Ruys de nodige verkoeling bij warm weer. Van belang omdat de tuin pal op het zuiden is gesitueerd. Gezien de klimatologische verandering (meer extremen) een groot goed.
Wij willen hier ook de psychologische funkties van de bomen bespreken. Bomen en zeker ook de groenblijvende hebben een rustgevende funktie, zowel voor de leerlingen als voor de direkt omwonenden. Ze bepalen het uitzicht en de sfeer van de woonomgeving.
Nog een uitermate belangrijk punt is het feit, dat bomen geluidsgolven absorberen, weerkaatsen en verstrooien, waardoor ze een geluiddempende werking hebben. U kunt zich voorstellen dat deze geluiddempende funktie voor de omwonenden van groot belang is; zeker nu de school is uitgebreid van A00 naar 600 leerlingen en er aan externe geluidsisolatie van de gebouwen weinig tot niets is gedaan.
Wij verwijzen graag naar de volgende onderzoeken: - recent disciplinair onderzoek van de University of Illinois's Human Environment Research Laboratory heeft aangetoond dat bomen in een stad een aangenaam, positief leefklimaat creeeren (minder mentale moeheid en minder criminaliteit; zie Joan Wagner 2003). Verder verwijzen wij nog naar "trees, possitive effects on human behavior" in Arbonist news 2003, 23-24.
De vormgevende, architektonische en stedebouwkundige funkties zijn in onze inleiding uitgebreid aan de orde geweest. Dan willen wij nog wijzen op de afschermende en zichtbenemende funkties van de bomen. Omdat het ontwerp van de vernieuwbouw onnoemelijk veel extra ramen heeft opgeleverd, en dat bij een ontwerp waarvan de gevels toch al voornamelijk uit ramen bestaan, hechten wij er als belanghebbende sterk aan, dat de groenblijvende, volwassen bomen blijven staan. Ook als bescherming tegen de enorme hoeveelheid nieuw aangebrachtelichtarmaturen (zowel binnen als buiten). Is het redelijk om de omwonenden nooit meer een nacht te laten er varen?
Onze leefomgeving is de afgelopen anderhalf jaar al sterk negatief beinvloed geweest door de vernieuwbouw (dag en nacht, ook in de weekenden; stof, lawaai etc). Wij benadrukken hier dat wij er zeer aanhechten vast te houden aan een hoogwaardige woon- en leefomgeving, die mede de waarde van onze huizen bepaalt.
De micro klimatologische funktie van de bomen zouden wij als volgt willen bespreken: De bomen hebben een beschuttende funktie door de tempering van het micro-klimaat, een combinatie van faktoren zoals het geven van schaduw, luwte en een temperatuurmatiging.
Mien Ruys heeft de onderbeplanting in haar ontwerp een samenspel laten zijn met de bomen. De groenblijvende bomen zorgen voor difuus licht ofwel ze hebben een schaduwwerkend aspekt. Helaas hebben de Aannemer Teerenstra en de Hovenier John Koomen deze beplanting in grote delen van de tuin weggevaagd en/of beschadigd.
Tenslotte; de bomen hebben een windkerende funktie, die niet alleen bescherming biedt, maar ook energiekosten besparend werkt. Voor de exploitatie-rekening van het College zeer aantrekkelijk.
Het is duidelijk, dat het stofvangend vermogen van de huidige groenblijvende bomen in de tuin een groot algemeen belang vertegenwoordigen. Niet alleen voor de omwonenden en de bewoners van het Stadsdeel, maar ook voor de leerlingen van alle scholen in de buurt.
Bespreking van het besluit kapvergunning tevens snoeivergunning 60-1035 d.d. 10 oktober 2007 (hierna te noemen het besluit) waarvan het advies van de boomveiligheidsdeskundige van de Gemeente d.d. 13 augustus 2007 (hierna te noemen het advies) een integraal deel uitmaakt (zie pagina 3 van het besluit 60-1035).
Bij deze bespreking zullen onder meer betrokken worden de relevante punten inzake de gang van zaken vóór het besluit en de relevante gang van zaken na het besluit. Tevens zal gebruik gemaakt worden van het rapport d.d. 3 november 2007 van Mevr. Drs. V.G. van Amerongen, beëdigd boomtaxateur, dat in opdracht van één der direktbelanghebbende is opgemaakt om een aantal aspekten van het besluit nader te onderzoeken; hierna te noemen het rapport.
Het rapport is als bijlage 4 toegevoegd aan het onderhavige bezwaarschrift en vormt een integraal onderdeel van het bezwaarschrift.
Het bevoegd gezag van het Gerrit van der Veen College, gelegen aan de Gerrit van der Veenstraat 99 te Amsterdam en/of de eigenaar Stichting Amarantis Onderwijsgroep voor interconfessioneel onderwijs van het perceel met opstallen en/of rechtsvoor-gangers (zowel gezamenlijk als ieder afzonderlijk hierna te noemen de eigenaar) zijn in de tweede helft van 2006 begonnen met een grootschalige vernieuwbouw van de school. Teerenstra Bouwbedrijven te Heilo heeft deze vernieuwbouw met onderaannemers uitgevoerd. (Teerenstra bouwbedrijven en/of onderaannemers e.d. zowel gezamenlijk als ieder afzonderlijk te noemen Teerenstra).
Teerenstra heeft in de loop van het bouwproces een opening in het midden van het hek en de heg gemaakt die de achtertuin afscheiden van de openbare ruimte aan de Anthonie van Dijck-straat. Door deze tweede inrit heeft Teerenstra dagelijks personenauto's, opleggers, werkbusjes etc. in de tuin gereden. De tuin werd door Teerenstra gebruikt als parkeerplaats, opslagplaats, werkplaats en dump. Dit heeft maanden kunnen gebeuren, terwijl er parkeerplaatsen werden afgezet met hekken op de openbare weg zonder vergunning.
Door het hiervoren vermelde is door schuld en grove nalatigheid schade aan de bomen op dit perceel aangebracht. Het betreft bomen waarvoor naderhand een kapvergunning is aangevraagd en bomen waarvoor geen kapvergunning is aangevraagd Hierop wordt hieronder nog verder ingegaan.
Nadat schade is aangericht en terwijl deze schadeveroorzakende akties tot op 6 november 2007 dagelijks door zijn gegaan, vraagt John Koomen Hoveniers B.V. te Wognum op 18 mei 2007 een kapvergunning aan voor 6 bomen met als reden een "verminderde conditie van de bomen en een herindeling van het terrein". De aanvraag wordt door de afdeling vergunningen voor ontvangst op 30 mei gedateerd en van het nummer 60-1035 voorzien.
Op 13 juni 2007 wordt aan de Heer Kooien de ontvangst bevestigd en wordt aan de Heer P. v.d. Fluit (ambtenaar van de Gemeente) advies gevraagd door de afdeling vergunningen. In die periode komt er ook een telefoontje binnen over mogelijk illegale kap. Het Stadsdeel verzoekt Mevr. Bakker van Ingenieursbureau Amsterdam, een extern bureau om naar de kapaanvraag te kijken. Mevr. Bakker geeft aan, dat het plan van de herinrichting (waar o.i. tot op heden slechts een schetsje van bestaat) van Koomen Hoveniersbedrij f een kapvergunning vereist van 16 vergunningsplichtige bomen in plaats van 6 (sic). Dit wordt door de afdeling vergunningen op 28 juni jl. aan de Heer Koomen bevestigd. Het eerder genoemde schetsje laat 6 nieuw te planten bomen zien.
Pas met een fax van 24 juli 2007 vraagt de firma John Koomen Hoveniers B.V. een kapvergunning voor 16 bomen aan - nog steeds op basis van het gebrekkige schetsje - waarop de Heer van der Fluit de nodige verduidelijkingen heeft moeten aanbrengen .
In de eerste week van augustus heeft de Heer P. v.d. Fluit van RVE Openbare Ruimte en afdeling Onderhoud, Wegen, Groen en Sport, nadat hij in juni de eerste 6 bomen bekeken had, alle bomen beoordeeld en in kaart gebracht. Zijn advies (het advies) wordt in het besluit op 13 augustus gedateerd.
Het advies Enige vormgebreken: In het hoofd wordt het advies gedateerd op 16 januari 2007 en het onderwerp wordt genoemd: kapaanvraag 60-955. Dit nummer betreft een andere kapaanvraag voor de Gerrit van der Veenstraat nr 5. Datum en onderwerp zijn zo abusievelijk in het rapport van de beëdigd boomtaxateur Drs. V. van Amerongen gekomen. Er dienst dus respektievelijk 13 augustus en 60-1035 gelezen te worden. Verder is in het advies sprake van de Jan van Eijckstraat, hier moet onomstotelijk Anthonie van Dijckstraat gelezen worden. In de aanhef spreekt het advies van een binnentuin. Uit de locatiebeschrijving in de inleiding van dit bezwaarschrift blijkt dat de tuin van 2 zijden open is naar de openbare ruimte. In de opname (zie bijlage 5) van 7 augustus 2007 wordt de tuin van belang voor landschap of aanzien stad genoemd met de toelichting: het terrein is semi openbaar en de tuin is vanaf de Jan van Eijckstraat (gelezen moet worden Anthonie van Dijckstraat) te bezichtigen. (n.b.: en ook vanuit een gedeelte van de Rubensstraat).
Twee algemene opmerkingen: Het advies staat op een integere en respektvolle wijze stil bij het feit, dat het hier om een Mien Ruys tuin gaat, die een erfgoed vertegenwoordigt. En gesteld wordt dat het onmiskenbaar om een tuin van Mien Ruys uit Dedemsvaart gaat. In de opname van 7 augustus wordt bevestigd dat hier sprake is van Cultuur/historische waarde met als toelichting: "tuinen van Mevr. Ruys zijn bijzonder".
Ten Tweede: in het advies, dat 4 pagina's beslaat wordt tien keer, u leest het goed 10 KEER gesproken over beschadigende akties door de Firma Teerenstra, de aannemer die de vernieuwbouw van de school doet. De grotere kleurenfoto's bij het advies (die niet bij het ter inzage gelegde dossier zaten, terwijl ze behoorden bij het advies, op verzoek alsnog welwillende getoond) liegen er niet om. De tuin waar tientallen jaren geen auto in was geweest laat staan als parkeerplaats had gediend, die er alleen maar betoverend bijlag is op schokkende wijze gemaltraiteerd, tegen alle verordeningen in. Uit het advies met foto's, uit het rapport met foto's en de waarneming van vele getuigen, kan maar één conclusie getrokken worden: hier is sprake van STRAFBARE FEITEN. Namelijk, schade aan bomen door schuld en grove nalatigheid. Voor de beschrijving van de bomen en boomgroepen wordt verwezen naar het advies én het rapport.
We gaan nu over tot het eigenlijke advies, vanaf boven het midden pagina 3. In de eerste alinea wordt opnieuw gezegd, dat het tuinontwerp van Mevr. Ruys is. Er wordt ook gesteld dat op andere plaatsen tuinen van haar of een monumentale status hebben gekregen of dat de bebouwing is aangepast.
Wat is hier het geval? Alinea 2 zegt: In eerste instantie was er voor de groepen Japanse Cypressen voor maar twee bomen voor iedere groep een kapvergunning aangevraagd. Later is bij nader inzien voor de gehele groep van 2x 7 coniferen een aanvraag ingediend. Dit nader inzien bestaat er uit dat Mevr Bakker van Ingenieursbureau Amsterdam heeft gesteld dat dit een consequentie was van het nieuwe herinrichtingsplan van de Heer Koomen. De vraag is natuurlijk waarom niet zoals in andere gevallen het geschetste plan aangepast is met het behoud van het erfgoed, de tuin van MIEN RUYS. (zie b.v. ook bijlage 2 bij het advies, samenspel tussen bomen en bouwen).
Het is overigens zo, dat nadat een opsporingsambtenaar dinsdag 6 november 2007 vanwege schade aan de boomopstand het werk had stilgelegd, de Heer Van Setten, direkteur huisvesting van de eigenaar, telefonisch heeft toegezegd het hele plan opnieuw door een tuinarchitekt uit Wageningen te laten bekijken met als uitgangspunt het erfgoed» (zie bijlage 6: de telefoon-bevestiging) te behouden.
In het advies wordt kritisch gesteld "Het kan dus wel eens gevoelig liggen of komen te liggen aanpassingen te doen aan deze tuin" Vrij vertaald, er is hier sprake van erfgoed van belang voor de buurt, het stadsdeel, Amsterdam en daar buiten, dat zoveel mogelijk onaangepast behouden moet blijven .
De argumentatie om ook voor de tweede groep ( op het Noordwesten) Japanse cypressen de verlening van de kapvergunning te adviseren nl. "om tegemoet te komen aan het oorspronkelijke ontwerp van Mevrouw Ruys" is alleen maar consequent met de hiervoor genoemde uitspraak als er dan ook een herplantplicht wordt opgelegd voor dezelfde soort bomen in dezelfde configuratie .
Zoals uit de opname d.d. 7 augustus jl. blijkt, wordt geweten dat uit de verlening volgt, dat er 2x 3 blok carpinussen (haagbeuken in blokvorm) zullen worden teruggeplaatst. Iedereen kan zien, dat afgezien van de overige merites van het plan Koomen, dit geen aanpassing is aan het ontwerp van Mien Ruys; het is voor wat betreft vorm, soort, sfeer en ontwerp volstrekt iets anders. Met andere woorden: met de uitvoering wordt onnodig het erfgoed - de tuin van Mien Ruys - ter ziele gedragen.
Wilt u, geacht Bestuur wel bij de behandeling van dit bezwaarschrift ingaan op de merites van het plan Koomen, dan zouden wij ons het recht willen voorbehouden om onze visie daarop te geven, omdat dit plan o.i. in meerdere opzichten defectief is. Veel beter is liet volgen van het advies (pagina 6 onder 4.2.) van het rapport van DRs' V.B. van Amerongen.
Wat betreft de eerste groep van 7 Japanse Cypressen wordt er - argumentatie van het verlenen van een kapvergunning gezegd -"Al ware het maar om wille van de veiligheid van de toekomstige bezoekers van de tuin".
Deze argumentatie is in strijd met de opname per 7 augustus van beide groepen van 7 Japanse Cypressen, daar wordt ongeclausuleerd op de vraag "gevaarlijke situatie?" NEE ingevuld. Ook wordt in het rapport gesteld dat twee coniferengroepen (bedoeld worden de Japanse cypressen) veilig te handhaven zijn (zie pagina 4).
Voor de Venijnboom, Taxus baccata stelt het advies, dat de boom toteen zeer groot blok gesnoeid/gecandelaberd kan worden. Beter lijkt hem te handhaven samen met de Thuya, waarmee één kroon wordt gevormd. Dat is nu de natuur. Waarom ingrijpen als het niet nodig is? Laat die twee hun innige omhelzing. De blokvorm is niet echt Mien Ruys.
Periode na het besluit tot verlening kapvergunning tevens snoeivergunning d.d. donderdag, 10 oktober 2007.
Definitie: Koomen staat hier voor John Koomen Hoveniers-bedrijf B.V. te Wognum, zijn onderaannemers Teerenstra Bouwbedrijf eventueel als hoofdaannemer c.q. onderaannemer c.s. zowel gezamenlijk als ieder afzonderlijk.
Koomen is direkt op maandag 15 oktober 2007 met man enmacht begonnen de infrastructuur van het Mien Ruys ontwerp op te ruimen. Heftrucks, graafmachines, opleggers, werkbusjes, grote zandwagens, grondtrilmachines, containers, tassen en tassen met stenen werden binnen de blad- spiegel van de bomen geplaatst. Zowel afvalmateriaal, als nieuw te gebruiken materiaal werd tegen de stammen neergezet; zonder enige bescherming, waardoor zowel ondergrondse als bovengrondse schade is aangebracht.
Koomen is hier op 17 oktober jl. op niet mis te verstane wijze met een fax (waarvan een copie aan de eigenaar is gegeven) op gewezen. De Heer P. van der Fluit heeft gebeld; maar alles ging gewoon met dezelfde onachtzaamheid door. Op 23 oktober heeft de Heer Van der Fluit gevraagd tenminste de stammen te beschermen. De volgende dag waren er op onprofessionele wijze twee berkenstammen, het meest in het zicht -knullig beschermd. Verschillende malen zijn ambtenaren van de afdeling handhaving langs geweest, al was het alleen maar om te constateren dat er illegaal met hekken parkeerplaatsen aan de openbare weg werden onttrokken.
Op 26 oktober jl. heeft Mevr. van Amerongen op verzoek van een direkt belanghebbende, met toestemming van de eigenaar, de staat van de bomen opgenomen. Voor het effekt op de houtopstand verwijzen wij hier naar pagina 7 en 8 van het rapport (punten 5 en 5.1). Naar aanleiding van haar voorlopige mondelinge constatering, is de eigenaar opnieuw op de misstanden gewezen.
Pas op vrijdagmiddag, 2 november jl. is het het ambtelijk apparaat van de Deelraad gelukt, de ambtenaar met bevoegdheid ex. art. 16 en/of art. 17 van de boomverordening Amsterdam Oud-Zuid 2001 effektief te bereiken. De Heer L. Hendriks is maandag, 5 november 2007 aan het eind van de middag komen kijken vergezeld van een collega ambtenaar in uniform. Dinsdag 6 november heeft de Heer Hendriks het werk van de Heer Koomen stil gelegd, om verdere schade aan de houtopstand te voorkomen; het betreft hier zowel bomen waarvoor een kapvergunning is aangevraagd als bomen waarvoor geen kapvergunning was aangevraagd.
Behandeling van het stuk d.d. 10 oktober 2007, kenmerk 60-1035 met als aanhef Kapvergunning tevens snoeivergunning. (Wanneer hier verwezen wordt naar artikelen of leden van artikelen worden artikelen of leden van artikelen bedoeld van de Bomen verordening Amsterdam Oud-Zuid 2001).
Het advies van de Heer van der Fluit spreekt l0x over schade toebrengende handelingen. Zijn advies is in zijn geheel een onderdeel van uw besluit. De kleurenfoto's - 10 in getal -in samenhang met de tekst, geven meer dan een gefundeerd vermoeden, dat het hier om strafbare feiten ex. art. 5,1 van de Bomenverordening Amsterdam Oud-Zuid 2001 gaat: het vellen of doen vellen van houtopstand zonder vergunning van het Dagelijks Bestuur. Vellen conform de begripsomschrijving ex. art. l.i: het verrichten van handelingen zowel boven als ondergronds, die de dood of ernstige beschadiging of ontsiering van houtopstanden tengevolge kunnen hebben.
In uw overwegingen in dit stuk, refereert u niet één keer aan deze schade toebrengende verrichtingen. U heeft geen gebruik gemaakt van uw bevoegdheid ex. art. 10. Deze constatering is conform de opsomming van de artikelen en leden van de Bomenverordening op pagina 3 van het stuk, waar u stelt in het bijzonder rekening mee gehouden te hebben.
Wij zijn van mening, dat u door een simpele herplantplicht van 13 bomen, zonder de grootte en de handelsmaat aan te geven en zonder ex. art. 10 de soort en de plaats conform het oorspronkelijke ontwerp Mevrouw Mien Ruys voor de te herplanten bomen op te leggen, de aantasting van de waarden ex. art 7 lid 1 (die hier zoals aangetoond in de inleiding van dit bezwaarschrift alle in het geding zijn, zeker voor de direkt belanghebbenden) niet of niet voldoende doet compenseren .
Het gedogen van strafbare verrichtingen ex. art 5.1 tot datum van het besluit 10 oktober 2007 en het uiteindelijk gedogen (behalve het aanzetten tot stambescherming, waaraan voor 2 bomen provisorisch is voldaan) tot 6 november 2007 tesamen met hetniet verplichten ex.art. 10 tot instandhouding c.q. herstel met inachtneming van de redelijkheid van de oorspronkelijke houtopstand overeenkomstig hetontwerp van Mevrouw Mien Ruys, druist in tegen ons rechtsgevoel.
Hieronder wordt nader ingegaan op een aantal zaken in dit stuk. r Onze opmerkingen dienen in samenhang gezien te worden met het geheel van dit bezwaarschrift en in het bijzonder met de opmerkingen bij het advies, omdat met name dit advies o.i. niet altijd juist wordt aangehaald of uitgelegd.
Pagina 3 Uw reaktie op zienswijze 3 ad 1. U zegt dat de boomveiligheidsdeskundige heeft geconstateerd dat de bomen 2 t/m 13 niet meer te herstellen zijn en dat de bomen in een dermate stressvolle situatie terecht gekomen zijn etc. Dit is zeker voor groep 2 van zeven Japanse cypres-sen niet het geval. De deskundige stelt dat de conditie redelijk tot goed is. Wel komt de deskundige tot een advies tot verlening van de kapvergunning, echter op basis van een volledig andere redenering. Onze zienswijze op deze redenering hebben wij hiervoor al gegeven. Het rapport stelt ook dat groep 1 gerevitaliseerd kan worden c.q. door een zorgvuldig beleid hersteld kan worden door successievelijke vervanging door zo groot mogelijke nieuwe exemplaren (pagina 6 onder 4.2)
Ad 3, zienswijze 3. Boom 15 kan niet behouden worden omdat de boom een veiligheidsrisico vormt, stelt u. De veiligheidsdeskundige stelt hier, dat er sprake is van een zware tak. Het rapport op pag. 6 zegt dat deze tak al ingekort is zonder noemenswaardige schade aan de kroonvorm (foto 4).
Ad 4, zienswijze 3. U stelt: Deze kapaanvraag wordt ingediend omdat het schoolplein opnieuw wordt ingericht, het plan van aanpak etc. is niet relevant voor deze aanvraag. Dit lijkt wat kort door de bocht. Het betreft hier geen schoolplein maar een tuin. Het bestemmingsplan Stadion- Beethovenbuurt 1996 geeft voor het stuk van het perceel in kwestie bestemming tuinen (Tl) aan.
Toen uw afdeling in mei de aanvraag tot kapvergunning van 6 bomen binnen kreeg, is er heel zorgvuldig aan Ingenieursbureau Amsterdam gevraagd deze aanvraag in funktie van het herinrichtingsplan te beoordelen. Uitgaande van dit plan op een niet uitgewerkt schetsje heeft Mevr. Bakker van dit bureau gezegd, dat er 16 bomen geofferd/gekapt zouden moeten worden. Te kijken naar dit schetsje is dus wel degelijk relevant. En wat zien wij? Het plan tot herinrichten heeft veel kenmerken van het creeeren van een schoolplein op een stuk perceel met bestemming tuinen. Dit kan niet. Hiermee kan de aanvraag tot kapvergunning als niet relevant beschouwd worden. Er is wel een ander deel van het perceel (E) dat een meervoudige bestemming heeft o.a. schoolplein)
Uw overwegingen pagina 4.m.b.t. de bomen 2 t/m 13 zijn veilig te handhaven volgens het rapport. Het veiligheidsaspekt wordt hier niet gerelateerd aan de kans op uitbreken (dat moet een vergissing van de afdeling vergunningen zijn). Het veiligheidsaspekt komt voor groep 1 van de 7 Japanse cypressen uit de lucht vallen, hetgeen wij bij de bespreking van het advies aangetoond hebben. Voor groep 2 is daar nooit sprake van geweest.
Voor boom 14 geeft u geen kapvergunning, vanwege het feit, dat bomen van deze leeftijd zeldzaam aan het worden zijn. Wij zijn natuurlijk blij met deze beslissing. Dat deze boom op zichzelf cultuurhistorische waarde heeft, omdat hij onderdeel uitmaakt van een tuinontwerp van Mien Ruys geldt niet meer omdat er niets gedaan of aangegeven wordt om het ontwerp in stand te houden.
U geeft voor deze boom (Venijnboom feaxis) een vergunning tot snoeien (meer dan 20%) om het te handhaven als grote blok conifeer. Als deze boom in zijn eentje het ontwerp van Mien Ruys zou kunnen vertegenwoordigen (quod non) dan is dat in deze blokvorm in ieder geval niet zo. Zij zou ervan gruwen! Beter is, conform het advies in het rapport (pag 6) de vorm van de boom meer te respekteren en de langste takken 1 tot 1,5 m in te nemen (indien de Thuya ernaast verwijderd wordt). Nog beter is. Taxus en vergroeide Thuya te laten staan uit respekt voor de natuur (zie hierboven).
Bomen 15 en 16 de Chamaecyparis en de Thuya. De Thuya levert geen gevaar op (staat nergens) en de Chamaecyparis levert geen gevaar meer op. Beter beide te behouden. (N.B.: nergens staat dat beide bomen topzware takken hebben; dit geldt alleen voor de chamaecyparis sic).
Herplantplicht (pag. 5). De herplantplicht is een prachtig instrument om indien een hoger belang het noodzakelijk maakt een boom te kappen, het gemis op termijn te herstellen. Het is de twee na beste oplossing; de te herplanten bomen zijn meestal kleiner, moeten zich nog zetten in de omgeving, kunnen niet aanslaan, zodat een nieuwe poging gedaan moet worden etc. Het betreft hier een houtopstand van 30 jaar en ouder.
Er is geen hoger belang dat het noodzakelijk maakt om één of meerdere bomen te kappen, zoals hierboven gevoeglijk is aangetoond. De betreffende tuin met houtopstand vertegenwoordigd alle waarden die in art. 7 genoemd worden als reden waarom een vergunning geweigerd kan worden dan wel een vergunning onder voorschriften te verlenen.
Wij hebben deze waarden in onze inleiding al besproken, daarom zullen wij ze hier alleen nog maar kort aanstippen.
- natuur en milieu waarde De bomen op zich vertegenwoordigen deze waarde. Het opofferen van een levende boom is het offeren van de natuur.In alle seizoenen(mn. door de groenblijvende coniferen; hier vallen de Japanse cypressen ook onder) wordt de lucht gezuiverd, het geluid gedempt ed.Deze en de andere hierboyengenoemde milieu waarden worden door herplant niet of gedeeltelijk gecompenseerd. Tenzij bomen van dezelfde soort en dezelfde grootte en handelsmaat herplaatst zouden worden. De bomen en hagen die voor de te kappen bomen in de plaats zouden komen, compenseren deze waarde niet of slechts gedeeltelijk.
- landschappelijke waarde De tuin is semi-openbaar (zie boomadviseur Gemeente) en is zowel vanuit de Anthonie van Dyckstraat als de Rubensstraat te zien.
- cultuur historische waarde Vele architekten hebben aan het plan Berlage meegewerkt. Bij de uitvoering van het plan is op beperkte schaal toegestaan van de Amsterdamse School af te wijken. O.a. dit aspekt maakt, de Anthonie van Dijckstraat waar de Mien Ruys tuin mede een beeldbepalend element van is, van zo'n cultuurhistorische waarde. Laat deze generatie het niet op zijn geweten hebben om deze waarde te vernietigen. Deze kapvergunning in deze vorm zal de vernietiging tot gevolg hebben. De geformuleerde herplantplicht verandert daar niets aan.
- waarden van stadsschoon Deze tuin ontworpen met respekt en in harmonie met de de architektuur en toch met een eigen karakter is een toonbeeld van goede smaak. Daar moeten we zuinig op zijn.
- waarden van recreatie en leefbaarheid In het jachtige bestaan is alleen de aanblik van de tuin al helend. De tuin is voor de direkt belanghebbenden een onderdeel van hun leefomgeving en verzacht het stedelijk karakter. Dit speelt ook voor de school zelf en de vele leerlingen in de omgeving. Daarnaast trekt de Anthonie van Dijckstraat veel cultuur toeristen. De tuin van Mien Ruys op deze plaats vertegenwoordigt een vaste waarde. Het is de moeite waard om een inspanning te doen deze te behouden en waar nodig en mogelijk te revitaliseren en te herstellen.
Gelet op het voorafgaande verzoeken wij u met respekt:
Het besluit 60-1035 dd 10 oktober 2007 i.z. kapvergunning tevens snoeivergunning voor de achtertuin van het perceel Gerrit van der Veenstraat te vernietigen
én
de eigenaar ex. art. 5.1 en 10.1 en 10.2 te verplichten ogenblikkelijk de bedreigingen onder meer bestaande uit, maar niet beperkt tot: ophoging van de grond, bodemverdichting, materiaalopslag binnen kroonprojektie al of niet tegen stammen, met maatregelen te stoppen
én
de tuin van Mien Ruys te herstellen tenminste v.w.b. de houtopstand. Daartoe een herstelplan op te stellen en dit ter goedkeuring voor te leggen, voordat de werkzaamheden hervat worden. Als leidraad kan daarbij het rapport van Mevr. Drs V.G. van Amerongen genomen worden.
<< sluit
Bezwaarschrift betreffende kapvergunning 60-1035 Gerrit van der Veenstraat 99
maandag 13 november 2007 Bomenridders
Weledelgestrenge Vrouwe mevrouw Ros, Tegen genoemde kapvergunning willen wij bezwaar aantekenen met de volgende argumenten vóór Restauratie i.p.v. destructie van deze tuin:
1. De evenwichtigheid van het ontwerp van Mien Ruys
2. Behoud dan wel restauratie van de huidige bomen(groepen
3. Cultuurmaatschappelijke waarde van de tuin door zijn zicht-toegankelijkheid voor de buurt lees verder »
Ad 1. Het bestaande ontwerp achten wij evenwichtig:
a. naar zomer en winter; naar loof- en naaldhout
b. de bomen (m.u.v. groep 14-15) nemen nergens significant licht weg of belemmeren het doorzicht. Groep 14-15 heeft echter een grote natuurwaarde.
c. natuurlijke groeiwijzen worden nergens willens en wetens geweld aangedaan zoals nu het voornemen is in het nieuwe tuinontwerp met de taxus en haagbeuken.
d. evenwichtig ook te noemen, dat berkenloof nog hetzelfde seizoen in de grond terug kan keren, waar blad van haagbeuken of eiken jaren blijft liggen indien niet tot jaarlijkse opruiming besloten wordt.
Ad 2. In het standaardwerk voor groenmensen in Europa ISBN: 90-807408-5-3 “Van den Berk over Bomen” komt dit type Chamaecyparis niet voor. Dat geeft aan dat het een niet vaak voorkomende soort is. Van de bomen van groep 1 en 2 is ons nog steeds geen ander exemplaar elders bekend (zie de bijdrage aan de discussie over hun naam) en wij pleiten dan ook zeer voor behoud dan wel herstel van deze bomen in deze tuin dan wel elders.
Ad 3. Dit jaar hebben wij kennis gemaakt met 2 totaal verschillende tuinen naar ontwerp van Mien Ruys (Muzenhof en deze). Dergelijke ontwerpen “lezen” vervult ons meer dan we uitdrukken kunnen met verwondering en hoogachting voor de “taal” van haar Stijl.
Omdat het bij deze Scholengemeenschap i.t.t. bij de Muzenhof om een aan twee zijden naar de straat toe “open” tuin gaat zouden we het niet alleen gevoelsmatig, maar ook voor de buurt als een verarming ervaren, wanneer het ontwerp van de school, dat de aanleiding tot de kapaanvraag is geweest, hier doorgevoerd zou worden.
Ook wij verzoeken u uw besluit verzonden 10 oktober te vernietigen.
Met vriendelijke groet,
Hoogachtend,
Mw. E.M. Michelsen Namens Bomenridders Amsterdam Oud-Zuid
Aanvulling op de discussie aangaande de determinatie van de soort:
Hoe béter men kijkt, hoe méér men ziet!
Met de mij beschikbare middelen heb ik inmiddels meerdere exemplaren van de Chamaecyparis genoemd pisifera (“erwt”dragend) genoemd filifera (draadvormend) her en der menen te ontdekken. Heel spannend, niet twee zijn hetzelfde!
En, hoewel een enkele veel overeenkomst vertoont met de bomen 1 t/m 13 hangen de geschubde takjes gladder af. Ik heb bij geen enkele boom de voor Chamaecyparis thyoides L. kenmerkende vertakkingen loodrecht op het vlak van de takken en takjes gevonden, die de bomen op het schoolplein hun plukkerig uiterlijk geeft (Nederlandse dendrologie BK Boom, uitgave 2000, blz. 91)met de voor dit geslacht zeldzame top rechtop (BK Boom blz. 92).
Voor het onderscheiden van kegeltjes heb ik me gelaafd aan Roloff/Bärtels Flora der Gehölze 2006 (RB): prachtig! De kegeltjes hebben de juiste afmeting en de voor C.t. Kenmerkende stralende “tekening” en op blz. 721 van RB staat dat de loten van de C.t. behalve rechtop staan ook afstaand kunnen groeien en dat veel zaailingen zelfs overhangende loten hebben.
Ook in RB staat (blz. 721) dat hoewel C.t. geacht wordt schubjes met aanliggende puntjes te hebben deze bij krachtige twijgen af kunnen staan. En dat is bij betreffende bomen het geval, evenals bij de Chamaecyparis pisifera Filifera.
Het kan best zijn dat de door mij op het eerste gezicht als “bijzonder” opgemerkte coniferen (1 t/m 13) en door Prof. J. Lever naderhand zeer zeldzaam genoemde bomen uiteindelijk een “ondersoort”, een “hybride“ of een “variëteit” blijken van de een of de ander; een soortechte Chamaecyparis pisifera Filifera is het zeker niet.
<< sluit
Bewonersbrief bij bezwaarschrift G. vd Veencollege 60-1035 S. Israels
vrijdag 10 november 2007 bomenridders
Aan de bewoners,
Direct belanghebbenden met uitzicht op de achtertuin van het Gerrit van der Veencollege.
Geachte bewoners, Onze brief van 20 september 2007 heeft ervoor gezorgd dat er bij het Stadsdeel Amsterdam Oud-Zuid 22 bezwaren zijn binnen gekomen tegen het verlenen van de kap- en snoeivergunning 60-1035.
Zoals u inmiddels wel gemerkt zult hebben, heeft het Stadsdeel de werkzaamheden aan de tuin voor onbepaalde tijd stil gelegd, omdat er teveel schade werd aangebracht aan de bomen. lees verder »
Inmiddels lijkt de Amarantis Onderwijs Groep, waaronder het Gerrit van der Veencollege valt, de tuinarchitect Dick Huigens uit Wageningen opdracht te hebben gegeven om opnieuw naar het tuinontwerp te kijken, waarbij het uitgangspunt zal zijn “het erfgoed” van Mien Ruys te behouden.
Om te laten zien dat de strijd om het behoud van de Mien Ruys tuin ons ernst is, vragen wij u nogmaals het nieuwe bezwaarschrift te ondersteunen door bijgevoegde brief in te vullen en voor 21 november 2007 op te sturen of te bezorgen bij het Stadsdeel Oud-Zuid.
Het bezwaarschrift ligt vanaf dinsdag 13 november ter inzage bij Boekhandel van Rossum in de Beethovenstraat en is vanaf die dag ook digitaal te bekijken op www.bomenridders.nl/artikelen.php.
Hoogachtend, Namens de Bomenridders Amsterdam Oud-Zuid
Lilian Voshaar
Bijlage: brief om uw steunbetuiging mee aan te geven
Aan het Dagelijks Bestuur van het Stadsdeel Amsterdam Oud-Zuid Postbus 51160 1007 ED Amsterdam
Ondergetekende,
Naam:
Adres:
Postcode/woonplaats:
Mede-ondertekent hiermee het bezwaarschrift d.d. 13 november 2007 tegen het besluit van het Dagelijks Bestuur van het Stadsdeel Amsterdam Oud-Zuid d.d. 10 oktober 2007 inzake de kap- en snoeivergunning nr. 60-1035 tuin Mien Ruys, behorend bij het Gerrit van der Veencollege te Amsterdam.
Handtekening,
Datum:
<< sluit
Bijlage 6 bij bezwaarschrift G.vd Veencollege 60-1035: brieven aan de Amarantis Onderwijs Groep
maandag 06 november 2007 Mw. S. Israels
Geachte Heer Van Setten,
Betreft: tuin Mien Ruys behorend bij het Gerrit van der Veen College, Amsterdam.
Hierbij bevestigen wij u ons telefoongesprek van hedenmiddag.
Hoewel er een aantal zaken spelen m.b.t. het Gerrit van der Veen College, heeft u zich beperkt tot de tuin grenzend aan de A. van Dijckstraat. U vertelde mij dat u pas vandaag de correspondentie, die u gedeeltelijk in kopie is toegestuurd in de afgelopen weken, hebt kunnen inzien. lees verder »
U zei dat u vanmorgen het werk aan de tuin heeft stil gelegd en dat u de tuinarchitekt Dick Huygens (spelling voorbehouden) uit Wageningen, waarmee de Amarantis Groep al een aantal keren gewerkt heeft, opdracht hebt gegeven om opnieuw naar het tuinontwerp te kijken. Uw uitgangspunt hierbij is; "het erfgoed te behouden". Van mijn kant bracht ik in, dat de Deelraad Oud Zuid bij monde van de Heer Van der Fluit en Mevrouw Put, afdelingen vergunningen, mij in hun kantoor aan het eind van de morgen bevestigde, dat de Dienst OPenbare Ruimte, afd handhaving het werk in de tuin had stil gelegd.
Wij hebben voor eigen rekening een boomchirurg, tevens gecertificeerd boomtaxateur opdracht gegeven de situatie van de tuin te beoordelen. De conclusie is dat met goede wil het erfgoed behouden kan blijven; dat de argumentatie die leidt tot het besluit tot kapvergunning voor het grootste deel mank gaat.
Een andere conclusie uit het rapport, die ook volgt uit het rapport van de ambtenaar de Heer P. van der Fluit en uit vele waarnemingen van buurtbewoners (o.a. Prof. Lever),is dat door Aannemer Teerenstra en Hoveniersbedrijf John Koomen bij herhaling strafbare feiten zijn gepleegd. Dit betekent dat u als opdrachtgever en als beheerder van door de Overheid gefourneerde fondsen, de plicht heeft schade te verhalen die door een beëdigd bomen taxateur in hoogte bepaald kan worden.
Vervolg brief d.d. 6-11-2007 aan het College van Bestuur van de Amarantis Onderwijs Groep, de Heer J. van Setten inzake tuin Mien Ruys, Gerrit van der Veen College.
Indien u nalaat de schade te ver halen, dan is het de plicht van de Gemeente u aan te spreken.
Wij hebben als direkt belanghebbende burger o.i. alles gedaan om tijdig en adequaat het Bevoegd Gezag van de school aan te spreken op haar verantwoordelijkheden. Helaas kunnen wij niet zeggen, dat er met de door ons aangereikte informatie tijdig en adequaat is omgegaan.
Er is een schok door de buurt gegaan dat het Gerrit van der Veen College, met haar speciale opdracht voor kunsten en cultuur een volmacht heeft gegeven om een kapvergunning aan te vragen voor 16 meer dan dertig jaar oude bomen, die met circa 10 andere bomen een erfgoed vormen, geschapen door Mien Ruys. Deze tuin is sfeerbepalend voor de Anthonie van Dijckstraat en als stadsgezicht van waarde verhoogt deze tuin de kwaliteit van onze leefomgeving.
Wij zijn gaarne bereid een en ander nader toe te lichten; zoals u zelf al zei, zullen wij hetgeen wij in gang gezet hebben, onder meer de bezwaarprocedure, niet stoppen om onze rechten te behouden.
Met als uitgangspunt het behoud van dit om met Prof. Lever te spreken "unieke erfgoed", zijn wij gaarne bereid met u te overleggen. U zei mij toe mij voor het eind van volgende week te bellen om gestalte te geven aan dit overleg.
Tenslotte verzoeken wij u ook op korte termijn, zoals toegezegd aan de Centrale Stad, op onze overige brieven te reageren.
In afwachting van uw reaktie, verblijven wij,
hoogachtend,
S. Israëls, direkt belanghebbende,
- cc brief verstrekt, Mevrouw B. Put , afdeling Vergunningen Stadsdeel Oud-Zuid.
<< sluit
Bijlage 3 bij bezwaarschrift G.vd Veencollege 60-1035: reactie J. Lever
woensdag 18 oktober 2007 Prof. dr. J. Lever
Zeer geacht Bestuur,
Van een buurtgenoot kreeg ik een kopie van uw stuk 60-1035 over een 'Kapvergunning tevens Snoeivergunning' betreffende de tuin achter het Gerrit van der Veen College, gelegen langs de A. van Dijckstraat.
Deze tuin is destijds ontworpen door de bekende mevrouw Mien Ruys. Zij heeft er een imposante Coniferentuin van gemaakt. De individuele bomen zijn weliswaar nog niet monumentaal, maar het geheel is het wel! Het is een unieke tuin: nergens elders in Amsterdam Zuid en wellicht in heel Amsterdam bestaat iets dergelijks. lees verder »
Dat betekent dat bij de behandeling van deze tuin (snoeien, kappen, herplanting) de grootste en deskundigste voorzichtigheid betracht moet worden. En dat is, zoals uit uw stukken blijkt, tot nu toe niet het geval geweest. Zo heeft de aanvrager, de heer Koomen, een aantal bomen Cryptomeria japonica genoemd. Enige tijd geleden werd ik door één der 'Bomenridders' gevraagd met haar de tuin te bezoeken en ik zag dadelijk dat de naamgeving van deze bomen volstrekt fout is. Cryptomeria japonica is al op het eerste gezicht een totaal andere boom, waarmee deze bomen in genoemde tuin onmogelijk verwisseld kunnen worden. Klaarblijkelijk is men daar dan ook van teruggekomen. Immers op pagina 3 van uw stuk wordt vermeld dat: 'De boomveiligheidsdeskundige heeft, na het indienen van de zienswijze, nogmaals de boom bekeken en is tot de conclusie gekomen dat het gaat om een Chamaecyparis pisifera 'Filifera' en niet om een Chamaecyparis thyoides.' Daar was ik namelijk op uitgekomen. Maar, het is vervelend om het te moeten zeggen, het is beslist ook geen Chamaecyparis pisifera filiferal Ik zou u deze bomen, zowel de Cryptomeria als de Ch.p.f., in de buurt kunnen tonen en zelfs iemand die niets van bomen weet zou direct zien dat die anders zijn dan de bomen in genoemde tuin!
Dit betekent dus dat zowel de aanvrage als de verdere behandeling ontsierd wordt door ondeskundigheid. En dat wreekt zich ook bij uw besluit I op pagina 5. Van mij mag de heer Koomen gerust alle 'Japanse cypressen (Cryptomeria japonica) ' in de tuin kappen, want er staat er niet èèn!
Ook zijn idee, dat mij ter ore kwam, om in deze tuin een serie Haagbeuken te planten, stuit op bezwaren. Dit zou niet alleen het karakter van de tuin aantasten, maar in de winter ook een storend gebied met kale bomen bewerkstelligen.
Gezien dit alles pleit ik er voor om naar een voorzichtige en verantwoorde renovatie van deze exceptionele coniferentuin in de geest van Mien Ruys te streven.
Daarom adviseer ik u ook om een aantal werkelijke deskundigen, zoals de heer van der Fluit en de hoofdstedelijk bomencon-sulent de heer Kaljee, om hun oordeel over alle aspecten van deze zaak te vragen. Ik ben graag bereid, als buurtbewoner en bomenliefhebber, hen te vergezellen.
Met de meeste hoogachting, J.Lever
<< sluit
Bijlage 1 bij bezwaarschrift G. vd Veencollege 60-1035: reactie C. Schade
vrijdag 13 oktober 2007 C. Schade
Betreft: plannen van de Heer Koomen voor de tuin van het Gerrit van der Veen College aan de Anthonie van Dijckstraat zijde lees verder »
Geachte Mevrouw van Rijnbach en Heer Velu,
Tegen het einde van de uiteenzetting over de tuinplannen, afgelopen donderdagmiddag, trachtte ik in het kort de sfeer en het karakter te schetsen van het, voor ons aanwonende Anthonie van Dijckers, zo weldadige 'natuurlijke' bos, zoals dat zich verheft achter het hek met de hulsthaag: de mooie mix, zoals onze straatgenoot de heer Israels dat verwoordde, van de witte berkenstammen met hun losse flossige kronen die, met de oude larix, de ceder en met de twee groepen coniferen, het beeld bepalen vanaf de straat gezien.
Een opmerking van Mevrouw de Directrice over de associatie die coniferen bij haar opriepen met het sombere Scandinavische dat hen aan zou kleven, gaf mij de gedachte in hoe blij verrast de architect van de school, Nicolaas Lansdorp, zou zijn geweest met deze associatie; hij liet zich, zoals bekend, ten zeerste inspireren door de Scandinavische architectuur van de jaren twintig, met name door het stadhuis van Stockholm. De huidige sfeer van het opgaand geboomte verstaat zich inderdaad opmerkelijk goed met het karakter en het ritme van de omgevende architectuur.
Ik merkte nog op dat de ingrepen die de tuinarchitect de Heer Koomen in het exposé van zijn ontwerp voorstelde, het karakter van de tuin geweld lijken aan te doen. Met name de keuze voor de zes haagbeuken (carpinus), drie in een rij aan beide korte zijden van de rechthoekige tuin, werd door de Heer Koomen verdedigd als een, ontwerptechnisch, noodzakelijke begrenzing van de tuin in de breedte, en hij maakte daarbij een omarmend gebaar.
Graag wil ik U er op wijzen dat dit om drie redenen geen goede ingreep is: Ten eerste, omdat de twee gevels van de school zelf (het rustige monumentale vlak van de achtergevel van het hoofdgebouw en de zijgevel van de aula) nu juist de volmaakte afbakening en achtergrond van de oude bomen vormen.
Ten tweede, omdat de habitus van de beoogde begrenzende boom symmetrisch, compact en formeel is te noemen en, zeker wanneer in blad staand, een volstrekt gesloten vorm vertoont; de drie geplande bomen zullen, indien volgroeid, als een dichte groene wand het zicht vanuit de tuin op de architectuur van de aula wegnemen, en omgekeerd zal ook het uitzicht uit de aula op de tuin door deze drie bomen geblokkeerd worden, (ik voeg twee foto's toe van haagbeuken, van een volgroeid exemplaar uit het Beatrixpark en van drie jongere exemplaren aan de zuidoever het Zuideramstelkanaal bij de Minervalaan).
Ten derde, de aanplant van de twee rijen haagbeuken zou de kap betekenen van de twee groepen coniferen; dat wil zeggen dat er, met name in de wintertijd, in plaats van de groenblijvende coniferen die de dan zo nodige 'warmte' en kleur aan de tuin geven, er tweemaal drie kale haagbeuken staan, die met hun zeer dichte takkenstelsel bepaald gelijken op ouderwetse straatbezems.
De ben van mening dat het behoud van het huidige bomenbestand niet in strijd hoeft te zijn met een voor de school functioneel buitengebied. Ik ben er zeker van dat de tuin, mét zijn beoogde nieuwe struiken, gebaat is bij het huidige gefilterde licht. Van alle loofbomen die ik ken is er geen waarvan de schaduw zo massief en zwaar is (en in die zin voor leerlingen en andere tuingebruikers ook niet aantrekkelijk) als juist die van de haagbeuk.
Met vriendelijke groet C. Schade
<< sluit
ZIENSWIJZE AANVRAAG KAPVERGUNNING Gerrit van der Veenstraat 99 voor 15 bomen en
1 snoeivergunning Aanvraagnummer: 60-1035
woensdag 13 september 2007 Bomenridders
Zienswijze zoals door 22 mensen is ingevuld en opgestuurd naar het stadsdeel lees verder »
Geachte Bestuur, …… september 2007
Ondergetekende,
…………………………………………………….…….
……………………………………………………..…….
………………………………………………………….
……………………………………………………….….
maakt bezwaar tegen het verlenen van bovengenoemde kapvergunning op grond van de volgende feiten en argumenten:
1. Het ontwerp voor dit plein is van de hand van Mien Ruys. Jammer dat er niet gekeken wordt of dat ontwerp gerevitaliseerd kan worden in plaats van verwijderd. Wij pleiten voor het behoud van dit erfgoed.
2. Mien Ruys koos vaak voor bijzondere soorten beplanting. Dat is ook hier het geval. De Coniferen worden geclassificeerd als Cryptomeria’s. Prof. Dr. J. Lever, die daar vlakbij woont, is van mening dat het hier om de zeer zeldzame Chamaecyparis Thyoides gaat. Wij pleiten voor behoud van deze bijzondere coniferen en zelfs voor het verzamelen van zaden ter verder behoud van deze soort.
3. De bomen 14 (Taxus) en 15 (Chamaecyparis Lawsoniana) zijn prachtig met elkaar vergroeid en hebben op dit plein een grote natuurwaarde. Er komen veel vogels in voor. Het is toch zonde en jammer om de helft van deze combinatie van schuil-, speel- en voedselbomen deels te kappen.
4. Op 28 augustus 2007 werd in de Stadsdeelkrant bekend gemaakt dat bovengenoemde vergunning is aangevraagd. Bij navraag op bij de informatiebalie van beide stadsdeelkantoren bleek geen duidelijk beeldmateriaal over een plan van aanpak aanwezig te zijn. Is het ontbreken van duidelijkheid een nieuwe regel? En als voor ons geen duidelijkheid is over welke bomen het gaat, is die daar straks wel voor de man met de zaag?
Overige opmerkingen:
…………………………………………………………………………………………………
…………………………………………………………………………………………………
…………………………………………………………………………………………………
…………………………………………………………………………………………………
…………………………………………………………………………………………………
…………………………………………………………………………………………………
…………………………………………………………………………………………………
…………………………………………………………………………………………………
…………………………………………………………………………………………………
…………………………………………………………………………………………………
…………………………………………………………………………………………………
…………………………………………………………………………………………………
…………………………………………………………………………………………………
…………………………………………………………………………………………………
In afwachting van uw reactie,
hoogachtend,
……………………………………………………(handtekening)
<< sluit
Bescherm meer boomsoorten én beter!
dinsdag 30 mei 2007 milieudefensie
|
Cites-conferentie Den Haag: mahonie uit Peru nog steeds illegaal gekapt
Milieudefensie roept de deelnemende landen aan de Cites-conferentie (3-15 juni, Den Haag) op om meer boomsoorten te beschermen en de handhaving van reeds beschermde soorten te verbeteren. Nederland heeft dit onderwerp hoog op de agenda van de conferentie gezet, de deelnemende ministers moeten nu spijkers met koppen slaan. Uit onderzoek blijkt dat bijvoorbeeld mahonie uit Peru, ondanks de plaatsing op de Cites-lijst, nog steeds illegaal en destructief wordt gekapt. | lees verder »
Nederlandse wetenschappers ontzenuwen recente stellingname
Planten produceren geen methaangas
maandag 08 mei 2007 Plant Research International
Een groep wetenschappers van de Universiteit Utrecht, Plant Research International (Wageningen UR), Radboud Universiteit Nijmegen en de Wageningse bedrijven IsoLife en Plant Dynamics heeft aangetoond dat de ‘methaanuitstoot’ door levende planten verwaarloosbaar klein is. lees verder »
Dat blijkt uit hun publicatie in de New Phytologist. De onderzoekers ontzenuwen daarmee de in 2006 door andere wetenschappers geponeerde stelling dat planten door de productie van methaan een substantiële bijdrage zouden leveren aan de uitstoot van broeikasgassen. Begin 2006 publiceerde Nature een artikel waarin gesteld werd dat planten het broeikasgas methaan uitstoten en hiermee een substantiële bijdrage leveren aan de mondiale productie van dit broeikasgas. Deze stellingname deed toen behoorlijk wat stof opwaaien. De opmerkelijke en controversiële bevindingen heeft een groep Nederlandse wetenschappers aangespoord de bevindingen te testen.
Innovatief experiment De groep Nederlandse wetenschappers bracht een unieke combinatie van expertise en faciliteiten samen. De samenwerking leidde tot een innovatief experiment. Planten werden opgekweekt in een omgeving met 13C, een niet-radioactieve isotoop van koolstof. Eventuele methaanemissies konden daardoor gemakkelijker worden gedetecteerd tegen de methaanachtergrond van de natuurlijke atmosfeer waarin 12C-methaan dominant is. De onderzoekers kweekten zes plantensoorten op waarbij de methaanuitstoot nauwkeurig en gevoelig werd gemeten met de zogenoemde fotoakoestische lasertechniek. Hoewel deze techniek een gevoeligheid heeft van één deeltje op een miljard andere, werd geen significante methaanemissie gemeten.
Ook bij experimenten waarbij planten gedurende een langere tijd in een afgesloten ruimte werden opgekweekt, maten de onderzoekers geen noemenswaardige uitstoot van methaangas.
Ingenomen De ministers van landbouw (LNV) en milieu (VROM) haddden opdracht gegeven voor het onderzoek. Ze laten weten ingenomen te zijn met het resultaat. Het artikel in Nature van Duitse onderzoekers deed destijds veel stof opwaaien.
Duidelijke resultaten Dit onderzoek is zover bekend het eerste onafhankelijke onderzoek waarin de stellingname uit 2006 is getoetst. De resultaten zijn duidelijk: planten stoten geen methaan uit. De zoektocht naar de verklaring van het gat in de mondiale methaanbalans blijft daarmee onafgemaakt.
Het artikel is te raadplegen via: http://www.newphytologist.com/ en http://www.blackwell-synergy.com/toc/nph/0/0. Meer informatie Peter van der Wilt, Perscommunicatie Universiteit Utrecht, (030) 253 3705, p.m.vanderwilt@uu.nl. Erik Toussaint, hoofd communicatie van Plant Research International, 06 51 56 59 49, erik.toussaint@wur.nl. Wetenschapsredactie Radboud Universiteit Nijmegen, (024) 361 6000, wetenschapsredactie@communicatie.ru.nl.
<< sluit
Planten een natuurlijke bron van broeikasgasemissies? Zelfs dat klopt dus niet.
maandag 08 mei 2007 onbekend
Ontzenuw de mythe: zet een boom op over de werkelijk aan te pakken bron: de menselijke, economische activiteiten.
lees verder »
Na de publicatie van het artikel in Nature van Keppler et al. [1] is in enkele media geconcludeerd dat de emissies van methaan door planten en bomen mede verantwoordelijk zijn voor klimaatverandering. De uitstoot van methaan door vegetatie is echter een natuurlijke bron, die er al was voordat de mens sinds het begin van de industriële revolutie (ca. 1750) de concentraties van broeikasgassen in de atmosfeer begon te beïnvloeden. De methaanemissies van planten dragen niet bij aan de sterke toename van methaan in de atmosfeer sinds de 18e eeuw, noch aan de recente mondiale temperatuurstijging van de afgelopen decennia.. Wel zijn door de mens veranderingen veroorzaakt in de methaanemissies van vegetatie, als gevolg van veranderingen in landgebruik zoals ontbossing, landbouw en herbebossing. Deze veranderingen beïnvloeden wel de atmosferische concentratie van broeikasgassen.
Klimaatbeperking haalbaar voor 225 euro per aardbewoner Maatregelen tegen de uitstoot van broeikasgassen zullen maar beperkte invloed hebben op de economische groei. Wil de opwarming van de aarde tot 2030 niet meer dan 2 graden Celsius bedragen, dan zal dat per wereldburger een slordige 300 dollar (225 euro) per jaar aan inkomsten kosten.
Dat heeft het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) van de VN becijferd in een vrijdag 4 mei 2007 in Bangkok verschenen rapport. Het is het derde rapport dit jaar van het klimaatpanel van de Verenigde Naties. Het Milieu- en Natuurplanbureau (MNP) heeft een leidende rol gespeeld bij de samenstelling van het rapport, waaraan 160 auteurs hebben meegewerkt.
Lang is verondersteld dat minder uitstoot van broeikasgassen ook minder economische groei betekent, maar dit blijkt niet juist.
Gezien de verwachting dat het gemiddelde inkomen per hoofd van de wereldbevolking in 2030 10.000 dollar zal bedragen (nu is dat 5500 dollar) is het financiële nadeel begrensd. Beperking van de opwarming tot 3 graden Celsius leidt tot een afname van het verwachte inkomen van 60 dollar. Bij de vergelijking is de temperatuur in 2000 als uitgangspunt genomen.
Volgens het rapport zal de uitstoot van broeikasgassen zonder strakker klimaatbeleid in 2030 vergeleken met 2000 met 25 tot 90 procent stijgen. De afgelopen 35 jaar zijn de emissies al met 70 procent toegenomen.
Met energiebesparing binnens- en buitenshuis is tegen relatief lage kosten een vermindering van veel uitstoot mogelijk, aldus het IPCC. Daarnaast worden door het klimaatpanel ook hernieuwbare energie, bevordering van alternatieve vervoerssystemen, inzet van kernenergie en kooldioxide-afvang en -opslag in de diepere ondergrond genoemd.
De land- en bosbouwsectoren hebben behalve maatregelen om hun eigen uitstoot te verminderen belangrijke mogelijkheden om CO2 op te nemen. Door het vastleggen van koolstof in de bodem of in hout kan de groei van de emissies tenminste voor enige tijd worden goedgemaakt.
Dus: Zo veel mogelijk bomen en ander groen planten! Om de klimaatproblemen na 2030 te beheersen is nieuwe technologie noodzakelijk, zei Bert Metz, de voorzitter van de werkgroep die het rapport opstelde. Daarbij denkt hij aan brandstofcellen voor auto's. Die technologie moet zeker beschikbaar komen voor de ontwikkelingslanden, waar de uitstoot van broeikasgassen de komende tientallen jaren waarschijnlijk het sterkst toeneemt.
Kom in actie: schoon je bovenkamer en maak het mogelijk!
A dream will come true!
Begin bij je zelf, en schroom niet je lokale politiek om met frisse ideeën een frisse lucht en schone toekomst te maken!
<< sluit
Zuideramstel gaat uitgebreid planten
woensdag 03 mei 2007 Het Parool
Duizend bomen erbij in vier jaar
Zuideramstel wil de komende vier jaar duizend nieuwe bomen planten in het stadsdeel. Met de actie is een bedrag van 1,2 miljoen euro gemoeid. Het zogeheten 1000-bomenplan vloeit voort uit het Bomenbeheer-plan dat het stadsdeelbestuur vorig jaar heeft vastgesteld. In dit plan stelt het bestuur dat bomen van bijzondere waarde zijn voor Zuideramstel en dat het streeft naar uitbreiding van het bomenbestand met nieuwe soorten. lees verder »
Voor het vinden van locaties voor nieuwe bomen wil het stadsdeel de hulp inroepen van burgers en bedrijven. Zij worden binnenkort opgeroepen een plek aan te geven waar zij graag een boom zien verschijnen. Van bedrijven wordt gevraagd de boom ook te sponsoren. Het stadsdeel verwacht dat van de duizend bomen ongeveer zevenhonderd stuks kunnen worden toegevoegd aan het huidige bomenbestand. De andere driehonderd zullen worden gebruikt om zieke of slechte bomen te vervangen. In Zuideramstel staan op dit moment 35.500 bomen. Een derde staat in Buitenveldert, en nog eens veertig procent in de verschillende parken. Slecht bedeeld zijn de Prinses Irenebuurt met zes procent en de Zuidas met vijf procent, Het stadsdeel mikt erop straks na uitvoeringvan het bomenplan voor elk huishouden in Zuideramstel één boom te hebben staan.
<< sluit
Akkoord in VN over bos
Financiële steun voor duurzaam beheer
maandag 01 mei 2007 Het Parool
NEW YORK - Na vijftien jaar discussiëren hebben lidstaten van de Verenigde Naties in New York 'een gigantische doorbraak' bereikt met een akkoord over duurzaam bosbeleid. Dat zegt Hans Hoogeveen, de Nederlandse voorzitter van het United Nations Forum on Forests (UNFF). Het is voor het eerst dat landen met elkaar in VN-verband afspraken maken over duurzaam bosbeleid. lees verder »
De slotdiscussie, die 26 uur duurde, spitste zich toe op de financiering en op de juridische status van de afspraken. Het akkoord roept de landen op om uiterlijk in 2009 te komen tot een nieuw fi-nancieringsmechanisrne, waarbij het geld niet alleen afkomstig is van traditionele geldschieters zoals de Wereldbank, maar ook van filantropen, particuliere fondsen en het bedrijfsleven. Landen waar veel ontbossing plaatsvindt - bijvoorbeeld het Amazonegebied, Indonesië, Maleisië en delen van Afrika -kunnen dan financiële steun krijgen bij het opzetten van projecten voor duurzaam bosbeheer. Een aantal landen pleitte voor een echt verdrag met sanctiemogelijkheden op overtredingen, maar dat ging sommige ontwikkelingslanden die beschikken over veel bossen, duidelijk te ver. De VN verwacht dat het akkoord een grote impact zal hebben op internationale samenwerking en nationale acties om ontbossing tegen te gaan. Daarnaast worden positieve effecten voorzien op het gebied van de leefomgeving, armoedebestrijding en het milieu. (ANP)
<< sluit
Bomenridders ten strijde tegen kappen 10.000 bomen
vrijdag 17 februari 2007 Algemeen Dagblad door THEO TEITSMA
SPIJKENISSE - Een groep Spijkenissers bereidt in het geheim de oprichting van een afdeling van stichting De Bomenridders voor. Die wil de strijd aangaan met de gemeente Spijkenisse die van plan is de komende jaren 10.000 bomen te kappen. lees verder »
Spijkenisse krijgt een groep Bomenridders die niet wil dat binnen vijf jaar 10.000 van de 28.000 bomen in de stad verdwijnen. De nu nog druk met elkaar overleggende inwoners willen als stichting met de gemeente strijden, omdat ze dan een rechtspersoon zijn in eventuele bezwaarschriften- en gerechtelijke procedures. Zulke procedures kunnen het kappen lang vertragen.
Bij de oprichtster van De Bomenridders in Hoogvliet, Jeanne van der Velden, heeft de groep al informatie ingewonnen. Zij kreeg in haar deelgemeente voor elkaar dat veel bomen niet werden gekapt.
De leden van de Spijkenisser afdeling-in-oprichting vinden het onverteerbaar dat zoveel bomen in hun stad moeten wijken. ,,Zo krijg je straten waarin geen enkele boom meer staat,’’ zegt een woordvoerster.
Deze week heeft de gemeenteraad ingestemd met de kap van de 10.000 bomen. Op de LPF na konden de partijen zich vinden in een rapport, waarin staat dat gekozen moet worden voor kwaliteit. ,,Liever mooie, weelderige bomen dan een heleboel van die armetierige boompjes,’’ lichtte wethouder Jan Willem Mijnans na afloop toe.
In de vergadering zei hij dat hij door veel verontruste inwoners is benaderd over de hoeveelheid bomen die verdwijnt. ,,Het is jammer dat dat aantal het verhaal een negatieve klank geeft. Want we willen juist dat het mooier wordt.’’ Bovendien staan er volgens het rapport nu te veel bomen in Spijkenisse.
<< sluit
Bomenriddders in oprichting in Spijkenisse
woensdag 01 februari 2007 SP afdeling Spijkenisse
Bomenriddders in oprichting in SpijkenisseOnderstaande vragen hebben we voorgelegd aan de gemeente Spijkenisse. Dit naar aanleiding van het aangenomen uitwerking bomenbeleidsplan in de gemeenteraad op 31 januari 2007. De opsteller van het beleidsplan heeft de vragen beantwoord. Waarvoor onze dank. lees verder »
Bomen of auto’s?
donderdag 12 januari 2007 Natuur&Milieuspecial Amsterdam Oud-Zuid/ Wim Kuipers
Ook in mijn buurt (Amsterdam-Zuid) waren de straten tijdens de feestdagen rond de jaarwisseling weer opvallend leeg. Zoals gebruikelijk had de helft van Nederland huis en haard verlaten om ver weg van de oer-Hollandse oliebollengezelligheid te genieten. Uiteraard gaat in zulke gevallen de auto mee, de Volvo, de Jeep, de Range Rover en de Porsche Cayenne – hoe rijker Nederland wordt, des te lomper wordt z’n wagenpark – en dat zie je. Je voelt het zelfs, je ruikt het ook. lees verder »
Zelf ervaar ik een dergelijke autoloze periode in mijn omgeving als een zegen, maar ik heb me wel eens afgevraagd wat de iepen rond mijn huis ervan vinden. Zouden zij ook zo genieten van de ruimte die het vertrokken blik achterlaat? Ik kan er slechts naar raden, want zo ver als prinses Irene, die met bomen spréékt, ben ik nog niet. Mijn liefde voor de boom moet het zonder een dergelijk aristocratisch vermogen stellen. Ik ben maar een eenvoudige jongen van de gestampte pot, niet opgegroeid in parken en paleizen. De boom is voor mij daarom, behalve een wonder, vooral ook iets praktisch. Vaak heb ik gedacht dat een dergelijke instelling een brug zou moeten slaan naar de automobilisten met wie ik in m’n eigen vriendenkring graag spreek over hún liefde, hun liefde voor de auto. Maar ze luisteren niet. Auto’s? Prima! Maar bomen? Wat een gelul! Weg ermee. Automobilisten willen parkeerplaatsen, geen bomen, ik weet het en ik ben niet tegen parkeerplaatsen (en zelfs niet tegen auto’s), maar ik wil bomen, desnoods tegen de verdrukking in, op elke plek in de stad. Waar het maar kan, zou ik de deelraden willen toeroepen, plant bomen. Doe het zelf, wethouder, doe het met je kinderen, laat zien dat een boom geen kant-en-klaar ding is om je hond tegen aan te laten plassen of je fiets tegen aan te smijten, maar een monument, een sculptuur, een beeldhouwwerk, een kunstwerk dat jaren tijd nodig heeft gehad om uit te groeien tot de schoonheid waarmee hij nu je gemoed verzacht, net als je stokoude, dankbare buurvrouw aan wie je soms je arm leent om haar de drukke straat te laten oversteken, terwijl de automobilisten woedend om haar heen scheuren, hun vinger opsteken en door het geopende raam ‘fossiel’ schreeuwen. In een samenleving als de onze, die tot en met gereguleerd wordt door de voortschrijdende technologie, die nu eenmaal ook vernietiging is, staan we voortdurend voor technologische dilemma’s, of anders gezegd: de keuze tussen de natuur en de techniek, tussen wat je als mens vertrouwd is en de geavanceerde wetenschap. De keuze tussen boom en auto is zo’n dilemma. Impliciet speelt het al bijna een eeuw een rol in discussies over de openbare ruimte, maar pas in de naoorlogse jaren werd de auto een probleem, niet alleen in de stad, maar ook daarbuiten. Als je ziet hoeveel natuur wordt opgeofferd aan nieuwbouwwijken, kantoorkolossen, bedrijventerreinen, weidewinkels en wegen, steeds meer wegen, weet je dat de bedreiging alomtegenwoordig is en niet te stuiten. Kun je in dit almaar uitdijende systeem van automobiliteit ook maar enigszins vertragen, ombuigen, of zelfs tot stilstand brengen? Ik denk, eerlijk gezegd, van niet. Ik denk dat wij zozeer door de technologie worden beheerst dat een oplossing van het mobiliteitsvraagstuk alleen van de technologie kan komen. Pas als ‘zij’ (maar het zou beter zijn deze anonieme macht met ‘het’ aan te duiden, want erg vrouwelijk is ze niet) besluit dat het lang genoeg geduurd heeft, dat zinloos spelen met auto’s, en de aarde weer wat nieuwe energie moet krijgen, gebeurt het. Maar zo ver zijn we nog lang niet en in de tussentijd broeden wij op oplossingen, ergeren we ons, strijden in allerlei gremia een zinloze strijd tegen VVD’ers en soortgelijke denkers, die altijd de auto zullen laten voorgaan. Het is praktischer om het probleem van de auto en de daarmee verbonden luchtvervuiling (uitstoot van CO2, die mede de opwarming van de aarde veroorzaakt) met economische middelen te bestrijden. Reken eens uit wat u aan bomen kapotmaakt, als u gezellig met uw auto naar Zuid-Frankrijk rijdt. Tien bomen! Neemt u het vliegtuig, dan zijn het er tweeëndertig. Handig om te weten zal de grage automobilist nu denken, maar wat koop ik daarvoor? Een certificaat bij Trees for travel, bijvoorbeeld, en dat vraagt enige uitleg: als je voor het bedrag dat je autoritje kost om de vervuiling die je veroorzaakt te bestrijden een dergelijk certificaat koopt, wordt dat geld geïnvesteerd in de aanplant van nieuwe bomen. Wie de website van Milieu-Centraal (www.milieucentraal.nl) raadpleegt, krijgt het gedetailleerd en overtuigend uitgelegd. Een boom kost dus geld. Kost ons geld, kost u en mij geld. Het is een triviale gedachte omdat de boom daarmee een ‘gewoon’ economisch goed geworden is (net als de auto) en beroofd wordt van de mystieke kracht die eeuwenlang dichters, verliefden en kinderen heeft geïnspireerd, een vorm van poëzie die geen enkele samenleving, geen enkele stad, geen enkele straat en geen enkel mens zich kan ontzeggen, op straffe van een Amerikaans soort leven dat alles wat de natuur voortbrengt beschouwt als grondstof voor de technologie. Voor de Europese mens symboliseert de boom nog steeds het leven, ons leven, het leven dat óns aangaat en waarover wijzelf iets te zeggen hebben, hoewel het, ondanks al onze kennis, ten diepste aan ons begrip ontsnapt, de groei, de bloei, het sterven – processen waarvan de moderne, technologische mens niets wil weten, omdat hij in z’n waanwijsheid meent oppermachtig te zijn achter z’n knoppen en knopjes. We zouden de boom heilig moeten verklaren, vooral als hij oud en der dagen zat is, en elk moment, zwaar van geschiedenis, ter aarde kan storten. We zouden elke boom, te beginnen in Amsterdam, van een bordje moeten voorzien, waarop, net als bij een kunstwerk in het museum, de naam van z’n schepper staat. Als we tenminste nog weten wie dat is.
Willem Kuipers
De schrijver was 25 jaar redacteur van de Volkskrant. Hij publiceerde in 1979 ISBN van de Wereldliteratuur en in 2004 de roman De Werkplaats. Een nieuwe roman staat op stapel.
<< sluit
Bomenridders niet ontvankelijk verklaard door het Stadsdeel!
dinsdag 22 november 2006 besluit dagelijks bestuur stadsdeel Amsterdam Oud-Zuid
In reactie op de bezwaarschriften van bomenridders en wijkcentra heeft de hoorcommissie beroep en bezwaar geadviseerd de indieners als niet-ontvankelijk te bestempelen. Hiermee worden de bezwaarschriften tegen de kap van 40 bomen in de tuinen van het Rijksmuseum van tafel geveegd. Een enigszins vreemd besluit gezien het feit dat zowel bomenridders als wijkcentra in eerdere zaken door de Rechtbank Amsterdam als belanghebbende en dus ontvankelijk zijn verklaard in een proces over een kapaanvraag bij grootstedelijk project.
Lees hier verder het besluit en de daarin genoemde argumenten. De bomenridders en wijkcentra beramen zich op de te nemen stappen. lees verder »
Bacterie definitief aangewezen als oorzaak kastanjeziekte
maandag 17 oktober 2006 bron: Tineke Harlaar
Onderzoekers hebben nu definitief vastgesteld dat een bacterie de primaire oorzaak is van de bloedingziekte onder paardenkastanjes. Dat is de uitkomst van nader onderzoek, waarbij grote bomen kunstmatig zijn geïnfecteerd. Dit onderzoek, dat vorig jaar oktober is ingezet, is uitgevoerd onder coördinatie van de werkgroep Aesculaap. Vorig jaar sprak de werkgroep al de verdenking uit tegen een bacterie uit de groep van de Pseudomonas syringae.
lees verder »
Hoewel de precieze wijze waarop de bacterie in de boom terecht komt nog niet bekend is, is wel duidelijk geworden dat beschadigingen of verwondingen van de paardenkastanjes een risico op besmetting met zich meebrengen. De werkgroep Aesculaap noemt de situatie ernstig omdat op dit moment nog geen afdoende bestrijdingsmiddelen beschikbaar zijn. Bestrijding van de bacterieziekte onder deze beeldbepalende bomen zal daarom niet eenvoudig zijn, meent zij. Het onlangs ingezette vervolgonderzoek zal volgens de werkgroep de richting aangeven hoe de ziekte te lijf kan worden gegaan. Dat onderzoek is ondermeer gericht op vragen als: hoe treedt de bacterie de boom binnen, en: hoe verspreidt zij zich? Spelen spatwater, insecten, schurende takken of vorstschade daarbij een rol? Ook wordt nagegaan of stressfactoren, als droogte of wateroverlast, een rol spelen en of er verband bestaat tussen de plaats waar de boom groeit en de mate waarin de boom is aangetast.
Op basis van de onderzoeksresultaten die tot nu toe bekend zijn geworden, adviseert de werkgroep Aesculaap gemeenten en particulieren paardenkastanjes zoveel mogelijk met rust te laten en het advies op te blijven volgen, zoals vermeld op de website, http://www.kastanjeziekte.wur.nl/.
Bacterieonderzoek Nadat vorig jaar proeven zijn gedaan op zaailingen van de paardenkastanje en de verdenking op de bacterie viel, hebben Plant Research International van Wageningen UR en de Plantenziektenkundige Dienst uitgebreide proeven gedaan, waarbij oudere bomen kunstmatig zijn besmet. Op grond daarvan is onomstotelijk komen vast te staan dat de bewuste bacterie de primaire oorzaak is van de bloedingziekte onder de paardenkastanje. Of het om een nieuwe soort, of om een bestaande variant van een bacterie uit de groep van de Pseudomonas syringae gaat, wordt nog uitgezocht.
De onderzoekers vonden verder dat de aantasting van de boom vaak verder voortgeschreden is dan op het eerste gezicht lijkt. Onder een schijnbaar gezonde bast met maar een klein wondje, komt vaak een ernstige aantasting onder de bast tevoorschijn.
Landelijke inventarisatie Onlangs is een nieuw inventarisatieonderzoek onder de Nederlandse gemeenten gestart. Tot nu toe heeft de helft van de gemeenten, met een goede spreiding over Nederland, aangegeven daaraan mee te willen werken. Hoewel nog maar een beperkt aantal gegevens tot nu toe zijn verwerkt, is de eerste indruk dat het aantal aangetaste bomen sinds vorig jaar is toegenomen en dat er daarbij een verschuiving is van licht naar zwaar aangetast. Uit de inventarisatie onder Nederlandse gemeenten in 2005 kwam naar voren dat bijna een derde van het aantal geïnventariseerde paardenkastanjes is aangetast door de bloedingziekte.
Aesculaap In de werkgroep Aesculaap werken samen: Praktijkonderzoek Plant en Omgeving (PPO) van Wageningen UR (coördinatie), Groenadvies Amsterdam BV, de Plantenziektenkundige Dienst (PD) van het Ministerie van LNV, Alterra van Wageningen UR en de gemeenten Den Haag, Utrecht, Haarlemmermeer en Houten.
Verder werken in het onderzoek Plant Research International (PRI) en de Leerstoelgroepen Plantencelbiologie en Plantenfysiologie van Wageningen UR mee.
www.pri.wur.nl/NL/nieuwsagenda/nieuws/Bacterie_definitief_aangewezen_als_oorzaak_kastanjeziekte.htm
<< sluit
Zienswijze MER Rijksmuseum/artikel 19 procedure Rijksmuseum
woensdag 12 oktober 2006 bron: Bruce Cohen
Geachte dames en heren,
Ik maak gebruik van de mogelijkheid een inspraakreactie in te dienen inzake de MER Rijksmuseum en artikel 19 procedure. De kernvraag is of de MER voldoende informatie bevat om het milieubelang bij de besluitvorming in het kader van de WRO mee te laten wegen. Ik ben van mening dat dat niet het geval is vanwege de volgende redenen: lees verder »
1) Bij de ter visie stukken ontbreken de richtlijnen. Dit maakt het onmogelijk te beoordelen of de MER aan de criteria genoemd in de richtlijnen voldoet.
2) De inspraakperiode en vaststelling van de MER komen nadat de zienswijze procedure voor de milieuvergunning is afgerond. Dit is het paard achter de wagen spannen. De procedure voor de milieuvergunning moet overgedaan worden na vaststelling van de definitieve MER zodat de uitkomsten van de definitieve MER meegenomen kunnen worden in de definitieve milieuvergunning.
3) Bij de MER zijn rapporten over de grondwaterstand bijgevoegd. In deze rapporten worden de gevolgen van de uitbreidingen voor het grondwater geïnventariseerd en worden maatregelen (bemaling) en meetmomenten voorgesteld om de maatregelen te controleren. De aandacht is hierbij hoofdzakelijk voor de gevolgen van grondwaterschommelingen voor funderingspalen – de gevolgen voor de bomen in de tuinen van het Rijksmuseum zijn onvoldoende onderzocht. In een van de rapporten (X2619.008wwu.rap Wareco) wordt opgemerkt dat de bebouwing en de tuinen verschillende eisen stellen aan de grondwaterstand. Vervolgens wordt een grondwaterstand geadviseerd dat optimaal is voor de funderingspalen en wordt aangenomen dat maaiveldcorrecties in de tuinen plaats zullen vinden. Maaiveldcorrecties kunnen bijna zo dodelijk zijn voor bomen als grondwaterschommelingen. Ook zijn in de verschillende stukken zulke tegenstrijdige cijfers genoemd, dat helemaal onduidelijk is aan welke bedreigingen de bomen bloot staan. Er wordt bijvoorbeeld in verschillende stukken gesproken over een leeflaag van 50 cm, dan wel 80 cm, dan wel 65 cm dikte, met minimale grondwaterstanden van -0,7m tot maximaal -0,4m. Ik ben niet alleen bezorgd om de gevolgen voor de bestaande monumentale bomen in de tuin bij zulke hoge grondwaterstanden en veel te kleine leeflaag, maar twijfel of het überhaupt mogelijk is dat grote bomen in de toekomst in deze tuinen ooit nog kunnen groeien. Naar mijn mening dient in het kader van deze MER een aanvullende rapportage te komen waarin specifiek onderzoek wordt gedaan naar de effecten van de voorgenomen bouwwerkzaamheden en de uitbreiding op de bestaande bomen en eventuele nieuwe aanplant. Bij dit onderzoek dienen eventuele verdergaande maatregelen om bomen goed te laten gedijen te worden geïnventariseerd. Ik voeg hierbij een (algemeen) onderzoek over de eventuele gevolgen van werkzaamheden in de tuinen van het Rjksmuseum voor de bestaande bomen, gedaan door de Bomenstichting in 2002 in opdracht van de toenmalige groenopzichter van het Rijksmuseum. Ik wijs uitdrukkelijk erop dat dit onderzoek is verricht voordat duidelijk was hoe de uitbreiding van het Rijksmuseum zou plaatsvinden en welke bouwmethodes gebruikt gingen worden. Het is bijvoorbeeld duidelijk dat de opsteller van het rapport niet eens op de hoogte is van de geplande ondergrondse leidinggracht en energiecentrum. Desondanks zijn er veel nuttige aanbevelingen in het het rapport over maatregelen die genomen kunnen worden om schade te beperken. Nu dat er duidelijkheid is over de uitbreiding en bouwmethodes, dient een uitgebreidere rapport in het kader van deze MER te worden opgesteld. Indien uit het rapport blijkt dat het beter voor de bomen is als een grotere leeflaag en andere grondwaterstand komen, dan moet het bouwplan dienovereenkomstig worden gewijzigd.
4) Ik ben van mening dat in de bouwvergunning een bomenwacht met de bevoegdheid tot het stopzetten van de werkzaamheden moet worden voorgeschreven, zodat in het geval een of meer bomen dreigen dood te gaan of grote schade te ondervinden ten gevolge van de werkzaamheden, dit tijdig opgemerkt kan worden en passende maatregelen kunnen worden genomen.
5) Alhoewel er in de MER wordt voorgesteld een grondwaterbeheersingsysteem aan te leggen en tevens te monitoren, wordt niet duidelijk waar dit geregeld gaat worden (bouwvergunning, milieuvergunning?). Naar mijn mening dient dit in de milieuvergunning geregeld te worden. Dit had ik overigens in mijn zienswijze over de milieuvergunning gevraagd en dit soort aspecten is een van de redenen waarom de milieuvergunning ná de MER dient te komen!
6) Touringcars: er wordt in de MER erkend er dat reeds in de huidige situatie problemen zijn met touringcars die gewoon op de openbare weg stoppen om passagiers in- en uit te laten stappen (Hobbemakade op de fietspad, Stadhouderskade tussen Hobbemakade en Ruysdaelkade vaak langdurig en met draaiende motoren!) Nu komen er nog meer touringcars! Toch ontbreken er voorstellen om de overlast te beperken, bijvoorbeeld herinrichting van de rijweg, zodat het onmogelijk is voor touringcars om te parkeren of zelfs stil te staan.
7) Conflicten voetgangers en fietsers: er wordt gesteld in de MER dat de veiligheid voor voetgangers en fietsers toeneemt tengevolge van de nieuwe entrees in de onderdoorgang. Dit bestrijd ik: er komen veel meer voetgangers in de nieuwe situatie door de onderdoorgang, waardoor de conflictmomenten zullen toenemen t/o de oude situatie met entrees aan de voorkant. Hierdoor zal de verkeersveiligheid afnemen. Wat gaat gebeuren indien dit onacceptabele vormen aanneemt? Komen dan de entrees weer aan de voorkant, of wordt de onderdoorgang voor de fietser alsnog afgesloten?
8) De “concertzaal”: in de loop der jaren is de onderdoorgang voor muzikanten en publiek een geliefde concertzaal geworden. Wat zijn de gevolgen van de vernieuwing voor de akoestiek en voor overlast voor museumbezoekers? Is er überhaupt ermee rekening gehouden dat de concerten zullen plaatsvinden? Zal de akoestische kwaliteit van de “concertzaal” evengoed zijn nadat de muren zijn vervangen door glas? Is dit überhaupt onderzocht? Is er voldoende isolatie zodat binnen het Rijksmuseum geen overlast plaatsvindt? Welke gevolgen zullen de concerten hebben op de verkeersveiligheid als de stromen bezoekers naar de entrees van het Rijksmuseum gedwongen zijn op het fietspad te lopen omdat ze op het voetpadgedeelte van de onderdoorgang niet langskunnen vanwege de muzikanten plus luisteraars?
9) Bezoekerskaart: waarom wordt in de MER uitsluitend gesproken over een koppeling tussen treinkaart en Museumkaart? Zinvol is ook een koppeling tussen de kaart voor het Rijksmuseum en het OV in Amsterdam, en dit zal voor de gemeente makkelijk te realiseren zijn.
10) Ik heb grote bezwaren tegen de verlening van de bouwvergunning in het kader van de artikel 19 vrijstelling voordat de Monumentenvergunning is afgegeven. Op pagina 11 van de MER staat dat de tuinen onderdeel zijn van het (Rijks-) monument. Hiermee is tot nu toe onvoldoende rekening gehouden, zowel in de MER en artikel 19 procedure zelf als in andere procedures (bijvoorbeeld kapvergunningen). De Monumentenvergunning dient afgegeven te worden voordat de bouwvergunning afgegeven wordt, anders dreigt de situatie te ontstaan dat de Monumentenvergunning mosterd na de maaltijd wordt. Ik vrees dat de nieuwbouw van het studiecentrum zozeer gaat detoneren met de bestaande monumentale gebouwen dat ik hoop dat het studiecentrum binnen de kortst mogelijke tijd overwoekerd wordt door klimop zodat je het meer kunt zien! Ik vraag me af of dat de bedoeling is van een uitbreiding die geacht wordt recht te doen aan de architectuur van Cuypers.
Ik vraag u de MER aan te vullen met inachtneming van de boven ingebrachte punten, de milieuvergunning opnieuw in procedure te brengen nadat de MER definitief is geworden, de artikel 19 vrijstelling c.q. de bouwvergunning aan te houden voor eventuele aanpassing naar aanleiding van de uitkomsten in de definitieve MER en Monumentenvergunning.
Met vriendelijke groeten,
Bruce Cohen
Bijlage: Taxatierapport Oude bomen Rijksmuseumtuin Amsterdam 16 mei 2002, LN02tax030Rijksmuseum
<< sluit
Gezocht: goede voorbeelden van behoud van bomen
woensdag 05 oktober 2006 bomenstichting
Groen is een waardevol goed in een stedelijke omgeving. Met name bomen vervullen daarbij een beeldbepalende functie. Een enkele boom van forse omvang kan een kale straat al een heel ander aanzien geven. Het klinkt logisch dat je kiest voor het behoud van de boom als er werkzaamheden op stapel staan in diens directe omgeving. Toch worden bomen vaak ‘vergeten’bij het plannen van ingrepen in de openbare ruimte, met alle gevolgen van dien. Dat het ook anders kan, wil de Bomenstichting aantonen met goede voorbeelden.
lees verder »
Stuur ons succesverhalen op van ruimtelijke ingrepen waarbij de bestaande (forse of wellicht monumentale) boom of bomen behouden zijn. Uit deze voorbeelden worden de meest aansprekende en stimulerings inpassingsmogelijkheden gekozen voor publicatie. Die wordt vervolgens wijd verspreid onder gemeenten en andere partijen ter inspiratie. Beoordelingscriteria zijn dat de bomen niet verplant zijn, maar door maatregelen op hun plek zijn behouden en dat die aanpak niet lager geleden is dan 10 jaar. Denkt u een geschikt voorbeeld te kennen? Geef het door aan de Bomenstichting via info@bomenstichting.nl. Graag met foto.
<< sluit
Pleitnota van Bruce Cohen, bezwaardossier nr. 06-155 kapvergunning 40 bomen in de tuinen van het Rijksmuseum, hoorzitting van 22 september 2006
donderdag 22 september 2006 Bruce Cohen
Pleitnota van Bruce Cohen, bezwaardossier nr. 06-155 kapvergunning 40 bomen in de tuinen van het Rijksmuseum, hoorzitting van 22 september 2006 lees verder »
Uit de uitnodigingen en verweerschrift meen ik op te kunnen maken dat de ontvankelijkheid van de Ruysdaelkade bewoners door het Dagelijks Bestuur niet betwist wordt – ze hebben tenslotte direct zicht op de tuinen van het Rijksmuseum. Mijn ontvankelijkheid zou echter niet op voorbaat vaststaan omdat ik geen direct zicht op de tuinen heb vanuit mijn woning. Ik ben echter in een eerdere bezwaarschriftenprocedure tegen een kapvergunning voor een boom in de tuinen van het Rijksmuseum voor deze commissie wel ontvankelijk geweest met de volgende motivering: “Ten aanzien van het bezwaarschrift van de heer B. Cohen overweegt de commissie het volgende. De heer Cohen woont op het adres Stadhouderskade 50. Vanuit zijn directe woonomgeving heeft hij zicht op de Populier waarvoor de kapvergunning is afgegeven. Hij kan derhalve naar het oordeel van de commissie als belanghebbende worden aangemerkt in de zin van artikel 1:2 Awb en in zijn bezwaren worden ontvangen (zie uitspraak Afdeling rechtspraak Raad van State AB2000-nr. 477).” (beslissing in bezwaar van 23.11.01, bezwaardossier nr. 01/101, advies Algemene Bezwaar- en Beroepscommissie van 29.11.2000). Bovendien ben ik namens de Werkgroep Bomen van Wijkcentrum Ceintuur de aanvrager van de gemeentelijke monumentale status voor de monumentale bomen van het Rijksmuseum, en in dit verband ook door het Stadsdeel in de gelegenheid gesteld partij te zijn toen het Rijksmuseum tevergeefs bezwaar heeft aangetekend tegen de monumentenstatus. Ook ben ik in verschillende kapvergunning beroepsprocedures door de jaren heen zowel voor de Rechtbank Amsterdam als voor de Raad van State altijd ontvankelijk geweest, zelfs bij bomen in kilometers afstand van mijn woning, vanwege nauwe persoonlijke betrokkenheid bij de te kappen bomen, en dat is ook hier het geval. In het verweerschrift staat dat “de kapvergunning verleend is ten behoeve van de restauratie van het Rijksmuseum en de herinrichting van de tuinen rondom het museum waarvoor de huidige houtopstand moet worden gekapt en voorzover mogelijk herplant.” Een kapvergunning afgeven op basis van een herinrichting van tuinen, zónder dat deze herinrichtingsplannen zijn ingediend en beoordeeld en zónder afdoende herplantgaranties, is carte blanche verstrekken aan de aanvrager van de kapvergunning. Dit is onvoldoende onderbouwing om een kapvergunning te mogen verstrekken. Een kapvergunning verstrekken op basis van de restauratie van het Rijksmuseum zou tenminste moeten berusten op een duidelijke omschrijving van de restauratiewerkzaamheden waarvoor de bomen dienen te wijken. In werkelijkheid moeten de bomen echter verdwijnen, niet voor restauratie en vermoedelijk ook niet voor tuinherinrichtingsplannen, maar voor uitbreiding van het Rijksmuseum. Uit de stukken die beschikbaar waren bij de voorbereiding van deze kapvergunning was het volstrekt onmogelijk te zien wat deze uitbreidingsplannen inhielden, men moest conclusies trekken op basis van mondelinge mededelingen van derden over wat nou ongeveer ging gebeuren. Bij de stukken horend bij het bestreden besluit zijn evenmin voldoende duidelijke omschrijvingen c.q. kaarten beschikbaar om de geplande werkzaamheden en consequenties voor de bomen (de te kappen bomen alsmede de te behouden bomen) te overzien. Er waren gewoon onvoldoende feitelijke gegevens beschikbaar om deze kapvergunning te mogen verlenen, en deze kapvergunning is bewijsbaar hartstikke prematuur: de artikel 19 procedure om de bouwvergunning te mogen verlenen begint nu pas!
Zelfs als we ervan uitgaan dat er op dit moment (dus na verlening van de kapvergunning) wel in een ander kader meer informatie beschikbaar is in de vorm van tekeningen die ter visie liggen in het kader van de Milieu effect rapportage en Artikel 19 vrijstelling voor de bouwplannen, alsmede bij de net afgelopen ter visie periode voor de Milieuvergunning voor het Rijksmuseum, en de globale contouren van wat gepland is langzaam iets duidelijker worden, is het mosterd na de maaltijd, want beschikbaar pas na het afgeven van het bestreden besluit, en nog steeds niet duidelijk en gedetailleerd genoeg om te dienen als onderbouwing voor een kapvergunning. Er is een ondergrondse energiecentrum aan de oostkant met daarop aangesloten “bore-hole” leidingen langs de Teekenschool naar het zuiden toe, en ook met een lange leidinggracht aan drie kanten rondom het hoofdgebouw. Nog steeds is niet duidelijk hoe diep deze leidinggracht komt te liggen, wat de bouwmethodes zullen zijn, wat voor consequenties de bouw van deze leidinggracht zal hebben voor de bomen (grondwaterstandschommelingen, wortelschade aan monumentale bomen: de linde bij de dienstingang aan de Jan Luijkenstraat!), en of er aanpassingen mogelijk zijn aan de bouwmethodes om individuele bomen te sparen (de honingboom!).
Waar zijn de studies over grondwaterstand in relatie tot de bouwwerkzaamheden en de monumentale bomen? Wat zijn de beschermmaatregelen die worden genomen voor de monumentale bomen? Toen het Nieuwe Rijksmuseum de gemeentelijke monumentenstatus voor de bomen in de tuinen van het Rijksmuseum in bezwaar heeft aangevochten, heeft HNRM aan het Dagelijks Bestuur geschreven (2003/998, 27.01.03):
“De Rgd is van opvatting dat de Staat door de plaatsing van de linde t.o. Jan Luijkenstraat huisnummer 2 op voornoemde lijst ernstig in haar belang wordt geschaad omdat de betreffende houtopstand zich bevindt in de directe nabijheid van een in het kader van het project aan te brengen ringtunnel voor installatieonderdelen. Plaatsing van de betreffende linde op voornoemde lijst zal naar verwachting voor de Staat aanzienlijke kostenverhogingen met zich meebrengen of in het ergste geval de aanleg van de voor het project vitale tunnel onmogelijk maken. De Rgd heeft opdracht gegeven aan een adviesbureau om te onderzoeken of en in welke mate door de voorgenomen aanleg van de ringtunnel schade aan het wortelstelsel van de betreffende linde zal optreden en welke maatregelen mogelijk zijn om schade zoveel mogelijk te beperken.
Dit onderzoek is nog niet afgerond en ik verzoek u ermee in te stemmen dat de resultaten van dit onderzoek op een later moment door de Rgd als aanvulling op de hiervoor gegeven motivatie worden ingebracht.”
Op de hoorzitting destijds heeft de woordvoerder van HNRM echter te kennen gegeven niet in principe tegen de monumentenstatus te zijn, die echter prematuur te vinden, omdat de consequenties voor de bomen bij de te verwachten bouwwerkzaamheden nog niet te overzien zouden zijn. Ook op dat moment was het onderzoek kennelijk nog niet afgerond want niet ingediend.
Inmiddels zijn wij in bezit van een taxatierapport van 16 mei 2002 (Taxatierapport Oude bomen Rijksmuseumtuin Amsterdam, Rapportnummer: LN02tax030RijksMuseum), gemaakt door de Bomenstichting in opdracht van de toenmalige Chef Groenvoorzieningen van het Rijksmuseum (het Oude, niet het Nieuwe!). Hier worden globale beschermingsmaatregelen voorgesteld, waaronder zeer veel aandacht voor de grondwaterproblematiek, die toen al een bedreiging vormde. De schrijver van het rapport is echter duidelijk niet op de hoogte van de details van de uitbreidingsplannen – met name de ringtunnel of leidinggracht wordt nergens genoemd. Waar zijn de rapporten die de bedreigingen voor de bomen en mogelijke maatregelen om de schade te beperken inventariseren? Waar is het rapport genoemd in de brief van 27.01.03? Het DB is met deze brief door de eigenaar van de boom geïnformeerd over de bedreiging van de toen al nationale monumentale boom. Waarom is er geen voorziening/voorschrift opgenomen in deze kapvergunning om deze boom te beschermen c.q. de bedreiging weg te nemen?
Wat zijn de specifieke maatregelen die genomen gaan worden om deze inmiddels wel gemeentelijke monumentale boom de werkzaamheden te laten overleven? Waarom wordt er niet een bomenwacht voorgeschreven, want meerdere monumentale bomen en andere bomen kunnen schade lijden door de bouwwerkzaamheden – niet alleen door de grondwaterproblematiek en wortelschade, maar ook door onvoorzichtig werken van aannemers?
Herplantvoorschriften: die zijn zo vaag en zo minimaal, dat wij gewoonweg er niet mee kunnen leven. Sprietjes worden toegestaan, zelfs na het klagen hierover in de zienswijzen. Als je klaagt over sprietjes in een willekeurige andere vergunning, wordt fatsoenlijk ermee omgegaan. Toevallig heb ik samen met mevrouw Willink en een andere buurtbewoonster zelf recentelijk over sprietjes geklaagd bij een conceptkapvergunning direct t/o de tuinen van het Rijksmuseum. De sprietjes werden bij de definitieve vergunning probleemloos vervangen met bomen van een behoorlijke maat, bij deze kapvergunning niet! Er is geen enkele zekerheid dat daadwerkelijk dezelfde soort bomen terugkomen, omdat de escape-clausule is ingebouwd dat een herplantingsplan NA afronding van de werkzaamheden mag worden ingediend. Het veranderen van het voorschrift in de conceptvergunning dat het herplantingsplan voor 1 september (jongstleden!) moet worden ingediend, in een herplantingsplan dat pas na afronding dient te worden ingediend, en het schrappen van de bepaling dat met 40 soortgelijke bomen dient te worden herplant is gewoon een grove overtreding van de principes van de Algemene wet bestuursrecht. Je vraagt aanscherping van een voorschrift en krijgt afzwakking/verruiming? Is dit daadwerkelijk de manier waarop dit Stadsdeel wenst om te gaan met ingebrachte zienswijzen? De bewoners aan de Ruysdaelkade willen de bloei van de sierpruimen en sierkersen niet missen, maar er zijn onvoldoende garanties dat deze bomen zullen terugkomen!
De sophora (boom nummer 26): Waarom wordt deze boom nu gekapt terwijl er een aanvraag voor verplanting voor dezelfde boom is ingediend in oktober 2004 (60-549)! Waarom wordt een verplantbare boom nu ineens gekapt? Waarom wordt niet zoals in het rapport van de bomenstichting wordt voorgesteld om bomen te sparen deze bijzondere boom gespaard door desnoods onder het wortelgestel te graven? Ingrijpend, duur misschien, maar deze boom is het waard!
Illegale kap: er zijn niet alleen in het verleden bij andere werkzaamheden illegaal bomen verdwenen uit de tuinen van het Rijksmuseum, c.q. afspraken over terugplanten/voorschriften over herplanten niet nageleefd. Bij de voorbereidingen voor de werkzaamheden die nu gaande zijn, zijn 2 metasequoia’s gewoon weggehaald zonder vergunning, weliswaar met de bedoeling deze bomen te herplanten. Ze zijn keurig afgevoerd naar de kwekerij en wachten op terugkeer. Waarom wordt deze beoogde herplant niet vastgelegd als voorschrift in de vergunning, zodat het handhaafbaar is? Dat wordt tenslotte wel gedaan in deze kapvergunning voor een andere illegaal gekapte boom!
Wij zijn van mening dat deze kapvergunning buitengewoon onzorgvuldig is voorbereid – zelfs na ontvangst van de zienswijzen is nagelaten voldoende onderbouwing te geven aan deze vergunning en voldoende onderzoek te plegen. Deze kapvergunning is gewoon prematuur afgegeven – de bouwvergunning moet er nog komen! In het verweerschrift wordt verwezen naar het zogenoemde algemeen belang dat het DB wenst te laten prevaleren. Dit is echter niet zozeer een algemeen belang, maar het belang van een opdrachtgever van bouwwerkzaamheden. Het algemeen belang is óók het aanzien van de tuinen in het Rijksmuseum, met name het behoud van de daar aanwezige monumentale bomen. Overigens betekent niet het laten prevaleren van het “algemeen belang”, dat het DB ineens de vrijheid heeft zijn onderzoeksplicht volgens Awb 3:2 uit te schakelen of andere belangen te negeren. In het verweerschrift wordt gesteld dat de DB niets anders kon handelen dan deze vergunning met de daaraan verbonden voorschriften te verlenen. Dat is niet waar: er is hier eerder sprake van een zodanige vooringenomenheid geweest dat deze vergunning kritiekloos moest worden verleend, dat bewust is ervoor gekozen een doof oor te hebben voor redelijke argumenten en de vergunning helemaal niet of alleen marginaal te toetsen.
In het verweerschrift wordt het DB verzocht de bezwaren ongegrond te verklaren voor zover ontvankelijk. Dit is echter niet iets wat het DB mag doen, het DB is gehouden het besluit in zijn geheel integraal te heroverwegen (Art. 7:11), en dat vereist een zorgvuldigheid en bij dit specifiek geval nader onderzoek dat de mogelijkheden die een normale bezwaarprocedure biedt ver overstijgt.
We vragen u het bestreden primaire besluit te vernietigen, maar vragen u wel ervoor zorg te dragen dat de ingebrachte argumenten, met name die betreffend onderzoek na alternatieven om bomen te sparen alsmede te behouden bomen te beschermen, afdoende meegenomen worden in een nieuw in procedure te brengen zorgvuldig voorbereide kapvergunning – zo zorgvuldig voorbereid dat het hopelijk niet noodzakelijk zal zijn opnieuw bezwaar aan te tekenen.
<< sluit
Pleitnota Bomenstichting, bezwaardossier nr. 06-155 kapvergunning 40 bomen in de tuinen van het Rijksmuseum, hoorzitting van 22 september 2006
donderdag 22 september 2006 Diana van Putten
Geachte deelraad en aanwezigen,
De Bomenstichting heeft als doel, ik citeer:
het bevorderen van zorg en aandacht voor bomen , omdat deze een onmisbare schakel vormen in het leven op aarde en dus onmisbaar zijn voor de mens, en voorts al hetgeen met een en ander rechtstreeks of zijdelings verband houdt of daartoe bevorderlijk zijn in de ruimste zin des woords. einde citaat lees verder »
ooral meer zorg en aandacht , dat is wat ik mis bij de plannen van het Rijksmuseum. Ja, voor de bouwplannen zie ik veel zorg en aandacht, maar helaas niet voor de bomen in de tuinen, terwijl deze toch een belangrijke rol spelen als het om het aanzien gaat van het geheel. Denk aan de tienduizenden bezoekers die uit de hele wereld hier heen komen en die niet alleen de inhoud van het museum bekijken, maar ook de tuinen met hun beplanting .
Ik pleit voor het behoud van de bomen in die tuinen en naar het idee van de Bomenstichting is die mogelijkheid er zeker wel. Stel een Bomenwacht aan, laat zien dat u wat wilt doen om de bomen te behouden. Bovendien vraag ik nadrukkelijk om een BomenEffect Analyse, daarin wordt ook aangegeven als een boom het niet zal halen bij een verbouwing of zoals hier bij grootscheepse ondergrondse bouwwerkzaamheden.
Enige jaren geleden(2002) heeft het Rijksmuseum opdracht gegeven (chef groen-voorziening, de heer de Keuter) voor een taxatie van oude bomen in de tuinen van het museum. Het gaat hierbij niet alleen om de monumentale bomen, die er ook zijn en die niet op de kaplijst staan. Er wordt ook geadviseerd over de bomen, die nu wel op de kaplijst staan. Er wordt gerefereerd aan de komende renovatie, maar ook aan de herinrichting van het Museumplein die schade heeft veroorzaakt aan een aantal bomen van het museum, doordat de waterstand zo’n 40 centmeter hoger was geworden. Hoe zal dat nu gaan met de grondwaterstand??? En ja, er worden aanbevelingen gedaan voor de komende bouwwerkzaamheden, boombeschermende maatregelen zoals daar zijn: -boren onder de kluit door; -een twee meter hoog hek rondom de boom om deze af te schermen; -ruime aandacht voor het herstel van ondergrondse beschadigingen; - en indien er schade is moet deze vastgesteld worden door een beedigd taxateur. Zelfs wordt een dagelijks toezicht noodzakelijk geacht.
De Bomenstichting pleit er voor dat u deze aanbevelingen ter harte zult nemen om op die manier de bomen te behouden..
22 september 2006 Diana van Putten
<< sluit
Zienswijze Olympiaplein 60-867
woensdag 17 augustus 2006 Bomenridders Diedje van Leeuwen en Elisabeth Michelsen
Geacht Dagelijks Bestuur, 17 augustus 2006
Wij waarderen uw zorgvuldigheid bij de kapvergunningsprocedure, zoals de informatieavond voor bewoners op 30 mei, inzake de vernieuwing van de omheining en de beplanting rond het Olympiaplein. Wij betreuren daarentegen uw vastbeslotenheid waar het gaat om de kap van 26 gezonde bomen ter wille van de “transparantie”, en nog eens 6 andere bomen (dossier no. 60-720) ter wille van de nieuwe omheining. Ook vinden wij het jammer dat er geen verslag is gemaakt van deze bewonersavond, behalve de summiere weergave in de stadsdeelkrant van 18.07.06. lees verder »
Zoals wij ook reeds in een eerder door ons ingediende zienswijze (13-03-2006) tegen dit plan (toen nog dossier 60-720) naar voren hebben gebracht, vinden wij nog steeds het belang van behoud van de bomen groter dan het belang van transparantie en de nieuwe omheining.
Het belang van behoud van de bomen:
- Behoud van leefruimte en voedsel voor vogels e.a. kleine dieren.
2. Beschutting van de spelers tegen de Noordenwind en verkeerslawaai.
3. De luchtzuiverende werking en het tegengaan van fijnstof in de lucht.
4. Een besparing van belastinggeld van maar liefst 44.523, 43 Euro !!!!!
Ad 4) Voor de kap van 26 niet te verplanten bomen moet 34.630,00 Euro in het Bomenfonds worden gestort, en voor de 6 andere bomen nog eens 9.893,43 Euro. Wel duur, dit met de buurtbewoners doorgesproken plan! Zichtlijnen van Berlage………welke?
Gezien deze bedragen, bedoeld voor de aanplant van een gelijk aantal, oftewel 26+6 = 32 nieuwe bomen in de onmiddellijke omgeving van het terrein waar gekapt zal worden, “voor zover mogelijk”, of elders in het stadsdeel, willen wij graag de garantie dat dit ook gebeurt en waar.
Ad 1) Wij doen een aanbeveling om op de plaats waar de lagere begroeiing wordt weggehaald, niet alleen bloemdragende maar ook vruchtdragende heesters te planten, eetbaar voor merels etc.
Uw antwoord tegemoet ziend,
hoogachtend,
namens de Bomenwerkgroep ( Bomenridders) Amsterdam Zuid West:
Naam: E.D.M. van Leeuwen Naam: E.M. Michelsen
Adres: Corellistraat 9/b Adres: Gerrit v/d Veenstraat 30
1077 HA Amsterdam 1077 ED Amsterdam
Datum: 17-08-2006 Datum: 17-08-2006
Handtekening: Handtekening:
<< sluit
Betreft: Bezwaarschrift tegen verlening kapvergunning dd 6-7-2006, dossier 60-550 Rijksmuseum
Betreft: Bezwaarschrift tegen verlening kapvergunning dd 6-7-2006, dossier 60-550 Rijksmuseum
woensdag 10 augustus 2006 Bomenstichting, Diana van Putten
Geachte heer, mevrouw,
Hierbij maakt het bestuur van de Bomenstichting als landelijk en statutair belanghebbende bezwaar tegen afgifte van de kapvergunning van 40 bomen rond het Rijksmuseum, die door uw college is verleend op 6-7-2006, nummer 60-550. lees verder »
De Bomenstichting is van mening dat het stadsdeel een onzorgvuldige belangenafweging heeft gemaakt. De Bomenstichting maakt bezwaar tegen:
- De kap van de bomen in de tuin langs de Hobbemakade en de Hobbemastraat. De reden van de kap is het bore hole tracé. Niet is aangegeven in het concept-besluit waar het energiecentrum en het leidingenstelsel komt te liggen. Wij zijn van mening als er diep genoeg geboord wordt er geen reden tot kap is.
- De kap van 8 bomen in de tuin aan de Jan Luykenstraat. De noodzaak voor het verwijderen van deze bomen is niet aangetoond en de onderbouwing voor de kapvergunning ontbreekt.
- Het feit dat er geen onderzoek is gedaan naar alternatieve bouwmethodes cq aanpassing van de plannen om de bomen te behouden met name de solitaire bomen (nrs 26, 57, 71, 73).
- Het feit dat er geen Bomenwacht wordt aangesteld. In de tuin aan de Jan Luykenstraat staan monumentale bomen. Ook zijn wij tegen het voornemen geen Bomen Effect Analyse uit te voeren, gezien de ingrijpende ondergrondse werkzaamheden.
- Het feit dat er geen prijskaartje wordt gehangen aan de eventueel te kappen bomen en dat pas een financiële compensatie wordt opgelegd als de herplant niet volledig geslaagd is.
De Bomenstichting verzoekt het Dagelijks Bestuur de onderhavige kapvergunning in te trekken en alternatieven voor kap nader te (laten) onderzoeken.
Bovenstaande bezwaren zijn gemaakt onder het voorbehoud van nadere invulling en toelichting in de verdere procedure.
Hoogachtend,
Namens het bestuur van de Bomenstichting,
Diana van Putten Contactpersoon van de Bomenstichting
<< sluit
Bezwaarschrift kapvergunning nr. 60-550 voor 40 bomen in de tuinen van het Rijksmuseum
maandag 08 augustus 2006 Bruce Cohen, Diedje van Leeuwen, Diana van Putten en Guus Braam
Geachte heer / mevrouw, 9 augustus 2006
Namens het bestuur van Stichting Wijkopbouworgaan Wijkcentrum Ceintuur en de bij de stichting aangesloten werkgroep Bomenridders willen wij bezwaar aantekenen tegen het besluit d.d. 6-7-2006 (nummer 60-550) om een kapvergunning te verlenen voor 40 bomen in de tuinen van het Rijksmuseum. lees verder »
Wij zijn van mening dat de afgegeven kapvergunning in strijd is met de Algemene Wet Bestuursrecht, met name artikelen 3:2 (onderzoeksplicht) en 3:46 (deugdelijke motivering) en vragen vernietiging van het besluit bij de beslissing in bezwaar.
De redenen hiervoor zijn:
1) Bij de ter visie stukken bij het concept-besluit waren geen stukken gevoegd, waarop gezien kon worden, waar het energiecentrum c.q. leidingenstelsel komt te liggen, waarvoor de meeste bomen zullen moeten verdwijnen. Ook is niet inzichtelijk, waar welke bouwmethode gebruikt gaat worden. Bij het bestreden besluit is een (slecht leesbare) tekening gevoegd, waarop uitsluitend het energiecentrum plus leidingen aan de oostkant van het Rijksmuseum te zien zijn. Deze tekening is aangegeven met “Bijlage bore-hole” en er zijn leidingen te zien vanuit het energiecentrum naar een koudebron en naar een warmtebron. De leiding naar de warmtebron loopt langs het hek aan de Hobbemakade/Hobbemastraat en is kennelijk de oorzaak dat de meeste sierpruimen en sierkersen zullen moeten verdwijnen. Ook bij de overwegingen staat (6e streepje) dat ‘de specifieke reden voor deze vergunning enerzijds de aanleg van het zogenaamde “bore hole tracé” langs de Hobbemastraat is en anderzijds de aanleg van het energiecentrum en het “bore hole tracé” langs de Hobbemakade’. Echter, als er geboord gaat worden, waarom moeten er dan bomen weg? Als je diep genoeg boort, kun je de bomen langs het hek sparen. Er is dan geen reden voor kap. Bovendien is er een kortere alternatieve route denkbaar tussen energiecentrum en warmtebron, waardoor minder groen zou moeten wijken: tussen Studiecentrum en Teekenschool in. De noodzaak voor het verwijderen van deze bomen is niet aangetoond.
2) Waarom moeten de 8 bomen in de tuin aan de Jan Luijkenstraat (nrs. 22, 23 en 25 t/m 30) überhaupt weg? In het rapport van het IBA staat dat ook deze bomen weg moeten vanwege de bouwwerkzaamheden, echter in het bestreden besluit staat dat deze bomen NIET hoeven te wijken vanwege het ondergrondse bore-hole tracé. Waarom dan wel? Hier is geen tekening bijgevoegd, waarop te zien is, waarom deze bomen weg moeten, noch is een reden genoemd: indien het stadsdeel in bezit is van informatie, waaruit de noodzaak blijkt, is die niet bij de stukken gevoegd. Mocht de reden erin liggen dat ook hier een ondergronds leidingentracé komt of de bouwkundige leidinggracht, waarover gerept wordt bij het 7e streepje van de overwegingen en in de aanvraag voor de kapvergunning, dan is dit nergens in de stukken horend bij deze kapvergunning gemeld. De noodzaak voor het verwijderen van deze bomen is echter niet aangetoond, en de onderbouwing voor de kapvergunning voor deze bomen ontbreekt.
3) Bij de zienswijzen is gevraagd om onderzoek naar alternatieve bouwmethoden c.q. aanpassing van de plannen om bijzondere bomen te behouden. Met name de solitaire bomen (nrs. 26, 57, 71, 73) zijn zeker een inspanning waard. Op dit argument is niet serieus ingegaan door het DB. Is überhaupt onderzocht, of aanpassing van de bouwplannen mogelijk is, en zo niet, waarom niet?
4) Bij de zienswijzen is een bomenwacht gevraagd ter bescherming van de overige te behouden bomen, met name de monumentale bomen, alsmede een Bomen Effect Analyse (BEA) voor deze bomen. Dit wordt afgewezen, omdat niet gewerkt zou worden bij de monumentale bomen en ter bescherming van het groen zouden voorwaarden zijn opgenomen. Dat klopt niet! Er is geen voorschrift verbonden aan de vergunning dat overig groen (niet te kappen groen) beschermt, terwijl bij de overwegingen staat (3 na laatste streepje): “wij ter bescherming van de in en rond de houtopstand voorkomende flora en fauna, van mening zijn dat aan de te verlenen kapvergunning voorschriften dienen te worden verbonden”. De te kappen bomen in de tuinen aan de Jan Luijkenstraat staan zo dicht bij vele monumentale bomen dat, afhankelijk van de werkwijze, schade aan de monumentale bomen niet uit te sluiten is. Schade aan wortels is te verwachten, evenals eventuele verandering in grondwaterstand die fatale gevolgen kan hebben voor de bomen. Bij zulke ingrijpende ondergrondse werken is een Bomen Effect Analyse en een bomenwacht zeker geen onredelijke eis. Door de Bomen Effect Analyse is het mogelijk consequenties van de werkzaamheden te voorspellen en eventuele maatregelen van te voren te inventariseren. De bomenwacht kan desnoods ingrijpen als hij inschat dat het ondanks zorgvuldige voorbereiding mis dreigt te gaan, voordat te behouden bomen onnodig sneuvelen of serieuze schade oplopen. Wij vinden dat het Dagelijks Bestuur ernstig tekort schiet door het niet opnemen van afdoende beschermende voorwaarden.
5) Herplantingsplan: in het conceptbesluit stond als voorwaarde I e dat het ontwerp-herplantingsplan vóór 1 september 2006 moet voorliggen. In de zienswijzen is gevraagd de kapvergunning aan te houden totdat het herplantingsplan voorligt. Het antwoord hierop is geweest de voorwaarde zodanig te veranderen dat het herplantingsplan pas ná afronding van de bouwwerkzaamheden moet worden overlegd! Ook is de formulering van de voorwaarde veranderd, waardoor de eis om "40 gelijksoortige bomen" in het herplantingsplan op te nemen, zonder opgave van redenen is verdwenen. Is dit een vrijbrief voor het Rijksmuseum/Rijksgebouwendienst om af te wijken van de herplantvoorschriften in het herplantingsplan? Welk herplantvoorschrift geldt hier überhaupt: het herplantingsplan dat nog moet komen, het voorschrift “40 soortgelijke bomen” uit voorwaarde 1 e, of de vage formulering in het rapport Nr. 1125 van de IBA (dat deel uitmaakt van het besluit!), herplant met 40 bomen, mits in de toekomstige situatie voldoende ruimte aanwezig is? Wat betekent “soortgelijk”? Wij begrijpen “soortgelijk” letterlijk, d.w.z. vervanging van de sophora japonica door een sophora japonica, en vervanging van de cultivaren prunus cerasifera nigra en prunus serrulata kanzan door prunus cerasifera nigra en prunus serrulata kanzan. Is dit ook de interpretatie van “soortgelijk” van het Dagelijks Bestuur en van het Rijksmuseum/Rijksgebouwendienst? Overigens is het bestuur kennelijk vergeten dat in een andere kapvergunning ten behoeve van het energiecentrum (60-546) de bindende voorwaarde wel is opgenomen dat het herplantingsplan vóór 1 september 2006 moet voorliggen. Wij verwachten dan ook dat het herplantingsplan zal voorliggen bij de hoorzitting en verzoeken de commissieleden hiervoor zorg te dragen. Hoe dan ook, de herplantvoorschriften zijn zo onduidelijk dat het bestreden besluit alleen al hierom vernietigd zou moeten worden.
6) Bij het commentaar op de zienswijzen is afwijzend gereageerd op het verzoek sprietjes van 14-16 als herplantmaat te veranderen in een behoorlijke maat. Herplant met sprietjes is niet acceptabel voor deze bijzondere locatie en een prestigieus project als HNRM. Heden ten dage worden grote bomen geregeld met succes geplant – zelden gaat het mis als deskundig gewerkt wordt.
7) Er wordt een herplantverplichting opgelegd voor één illegaal gekapte boom (nr. 88), maar er wordt afwijzend gereageerd op het verzoek in de zienswijze tevens eerder verwijderd groen te inventariseren en hiervoor een herplantplicht op te leggen. Wij kunnen het bestuur in deze niet volgen – deze grote kapvergunning is bij uitstek de kans om eindelijk schoon schip te maken en ervoor te zorgen dat eerder gekapte of verplante bomen daadwerkelijk worden teruggeplant. Wat is de reden om voor één illegaal gekapte boom een herplantplicht op te leggen en datzelfde niet te doen voor andere illegaal gekapte bomen in dezelfde tuinen, zoals de 2 metasequoia’s die in januari 2004 verwijderd zijn?
8) Er is een nieuwe voorwaarde opgenomen in het definitieve besluit, namelijk voorwaarde II, dat pas gekapt mag worden als de bezwaartermijn van de bouwvergunning is verstreken. Om welke bouwvergunning gaat het: die voor het energiecentrum, voor het Rijksmuseum zelf, voor de leidingen, c.q. leidinggracht? Deze kapvergunning is prematuur afgegeven en dient opnieuw in procedure te komen nadat de bouwvergunningen, waarvoor bomen moeten wijken, definitief zijn.
9) Voorwaarde III en voorwaarde V zijn überhaupt onbegrijpelijk: voorwaarde III wijst naar voorwaarde II, maar dat moet waarschijnlijk voorwaarde I zijn; voorwaarde V wijst naar voorwaarde V!
10) In de zienswijzen is gevraagd om een prijskaartje te hangen aan iedere te kappen boom. De ervaring leert dat dat soms een prikkel kan zijn om bomen te behouden. Onlangs is een plataan aan de Stadhouderskade blijven staan omdat er een vergunning was afgegeven met een prijskaartje eraan. De boom mocht gekapt worden, tegen betaling van €4500, maar is gewoon blijven staan. Een financiële compensatie voor een te kappen boom kan net de prikkel zijn om de boom te behouden. Het Dagelijks Bestuur schrijft dat financiële compensatie pas wordt opgelegd indien geen daadwerkelijke herplant mogelijk is. Echter kan volgens de bomenverordening ook financiële compensatie worden opgelegd indien herplant de aangetaste waarden niet volledig compenseert, en dat is hier zeker wel het geval. Bovendien heeft het Rijksmuseum helaas een geschiedenis van illegaal kappen van bomen, en niet voldoen aan herplantverplichtingen.
Alhoewel het theoretisch mogelijk is dat bij de integrale heroverweging in bezwaar de commissie een poging doet deze vergunning te corrigeren, zijn wij van mening dat dat vrijwel onmogelijk is vanwege ontbrekend onderzoek en wij vragen de commissie te adviseren dit besluit integraal te vernietigen. Er is niet eens onderzoek gedaan naar de kansen van geslaagde herplant boven op de (warme/koude) leidingen. De schade voor het stadsschoon zou groot zijn als achteraf blijkt dat bomen aan het hek niet kunnen groeien boven deze leidingen.
Deze vergunning dient geheel opnieuw in procedure te komen, nadat voldoende onderzoek is verricht naar:
a) aanpassing van de bouwmethodes om maximaal groen te behouden
b) de consequenties van de bouwwerkzaamheden voor het te behouden en te herplanten groen.
Naar onze mening ontbreekt daarvoor de tijd, hangende deze bezwaarprocedure, indien het onderzoek zorgvuldig moet gebeuren, en dat is een vereiste.
Wij denken voldoende bewezen te hebben dat dit besluit berust op een ondeugdelijke motivering. Ook al wil het bestuur dan het Rijksmuseum graag alle ruimte in de wereld geven – het mag nimmer de bescherming van het aanzien van de openbare ruimte uit het oog verliezen.
Wij behouden ons het recht voor deze motivering desgewenst individueel of gezamenlijk aan te vullen.
Hoogachtend,
Stichting Wijkopbouworgaan Wijkcentrum Ceintuur Bestuursvoorzitter,
Dhr. E.J.J. Verstege
Bestuurslid
Dhr. B.A. de Haan
Namens de werkgroep Bomenridders
<< sluit
KLACHT: NIET BEHANDELEN VAN EEN ZIENSWIJZE KAPVERGUNNING HEMONYLAAN 15, 60-814
dinsdag 19 juli 2006 brief Bruce Cohen namens wijkcentrum Ceintuur
Geachte dames en heren 19 juli 2006
Op 14 juni jongstleden heeft de Werkgroep Bomen van Wijkcentrum Ceintuur een zienswijze ingediend over de kapvergunning nummer 60-814 (Hemonylaan 15). Deze zienswijze is omstreeks 17:10 gefaxt en is volgens de postkamer ingeboekt onder nummer 2006/7951 en daarna doorgezonden naar vergunningen.
Wij hebben hierop nooit een ontvangstbevestiging gekregen en op 22 juni is de kapvergunning afgegeven zonder dat onze zienswijze hierbij is betrokken. In het besluit staat letterlijk: “Gezien het feit dat tegen het conceptbesluit geen zienswijzen zijn ontvangen”, etc. lees verder »
In een telefoongesprek met Paula Osburg van de afdeling Vergunningen bleek vanochtend dat de afdeling reeds op de hoogte was van het feit dat de vergunning was afgegeven zonder onze zienswijze erbij te betrekken – en dat de bomen ook reeds gekapt zijn. Dat er op dit moment al gekapt is, is in strijd met de bomenverordening en eveneens in strijd met de foutief afgegeven vergunning.
Over deze vergunning is nog het volgende op te merken. De vergunning had in deze vorm nooit afgegeven mogen worden. Standaard dient een herplantplicht te worden opgelegd, als dat niet kan dient een financiële compensatie in het bomenfonds van het stadsdeel gestort te worden. Het stadsdeel heeft deze vergunning toch afgegeven zonder herplantplicht en ook zonder financiële compensatie, omdat het de aanbeveling heeft overgenomen uit het rapport van de IBA om geen herplantverplichting op te leggen omdat er voldoende bomen zouden zijn in de omliggende tuinen. Deze aanbeveling van een externe adviesbureau is in strijd met de bomenverordening, maar het is het stadsdeel dat hiervoor de verantwoordelijkheid draagt: volgens de zorgvuldigheidsbeginselen van de Algemene wet bestuursrecht dient het stadsdeel zich te vergewissen dat een onderzoek op zorgvuldige wijze heeft plaatsgevonden. Het spreekt voor zich dat een advies dat strijdig is met de bomenverordening na toetsing nimmer had kunnen worden overgenomen.
Wij verzoeken u de reeds afgeven vergunning ambtelijk te herzien, met meeneming van onze ingediende zienswijze en met inachtneming van het nieuwe feit illegale kap, onder oplegging van een herplantplicht voor 2 bomen uit de eerste categorie, te planten in het eerstvolgende plantseizoen. (Met zoals gebruikelijk een controlemoment en herplantvoorschriften in geval van niet geslaagde herplanting) Wij vragen om duidelijke sanctievermeldingen in de voorschriften zodat er geen misverstand kan zijn over de dringende noodzaak om daadwerkelijk aan de herplantverplichting te voldoen.
Wij eisen dat proces-verbaal opgemaakt wordt tegen de heer J. Bakker voor het illegaal kappen van de bomen voordat de bezwaartermijn is verstreken.
Wij verzoeken u afdoende maatregelen te nemen om in de toekomst ervoor te zorgen dat ingediende zienswijzen correct worden behandeld. Tot voor kort werd onmiddellijk bij binnenkomst op de postkamer een ontvangstbevestiging verstuurd. Dit blijkt veranderd te zijn, zodat de behandelende afdeling nu geacht wordt de ontvangstbevestiging te versturen, c.q. voor afhandeling te zorgen. Deze handelswijze is volgens ons een bron van mogelijke fouten. Wij vragen u derhalve zorg te dragen dat de procedure veranderd wordt zodat zoals vanouds de ontvangstbevestiging meteen door de postkamer opgemaakt wordt, onder vermelding van de behandelende ambtenaar.
Wij verwachten een antwoord op alle punten in deze klachtbrief binnen één week na heden.
Voor de goede orde, er is tenminste nog een zienswijze over de conceptvergunning ingediend op 13 of 14 juni door de heer Joost van Bennekom. Ook hij behoort op de hoogte gesteld te worden van deze klacht en uw afhandeling ervan.
Hoogachtend,
namens de werkgroep bomen van Wijkcentrum Ceintuur Bruce Cohen
<< sluit
Niet iedereen houdt van een boom
vrijdag 24 juni 2006 bron: Het Parool, Patrick Meershoek
Bomen hebben het moeilijk in de stad. Ze moeten concurreren met nieuwbouw en verkeer, met buizen en kabels. Bovendien kost groen alleen maar geld, terwijl bebouwing geld oplevert. Gelukkig voor de bomen staan tegenover onwetende ambtenaren en kapgrage burgers bomenridders en een hoofdstedelijke bomenconsulent. lees verder »
Amsterdam telt 400.000 bomen, en 46 daarvan maken van het Amstelveld een van de mooiste pleinen van de stad, misschien zelfs van het land. Het zijn vleugelnootbomen, familie van de walnoot. In het voorjaar draagt de boom vrucht in de vorm van lange groene slingers met nootjes. Tot zover het goede nieuws. Het slechte nieuws is dat de vleugelnoten het moeilijk hebben op het Amstelveld. Het kost de bomen moeite voedsel te vinden in het opgespoten zand onder het plaveisel. De meterslange wortels zijn een indrukwekkende hongertocht onder het wegdek begonnen, met als gevolg dat de automobilist tussen de Kerkstraat en de Prinsengracht zich stuiterend en schuddend op weg waant naar een vakantiewoning in het binnenland van Portugal. Vandaar dat het verantwoordelijke stadsdeel Centrum vorig jaar met een plan kwam om de kwakkelende vleugelnootbomen op het plein te vervangen door nieuwe, jeugdige exemplaren. Bij de herplanting zouden meteen maatregelen worden getroffen om de wortels van de bomen voortaan in het gareel te houden. Het stadsdeel was bereid voor de hele operatie 1,2 miljoen euro uit te trekken. De buurt was niet blij met het plan. Een voorlichtingsavond voor de buurt in november leidde tot de oprichting van een actiecomité dat liet weten tot het uiterste te gaan om de kap van de vleugelnootbomen te verhinderen. Het actiecomité vond brede steun. Toen in februari van dit jaar een kapvergunning werd aangevraagd, ontving het stadsdeel honderddertig bezwaarschriften. Toen was het spel op de wagen. Het stadsdeel hield vast aan het plan. Het actiecomité liet een onafhankelijke schouw uitvoeren om te zien of de vleugelnoten er werkelijk zo belabberd aan toe waren als het stadsdeel beweert. Het was de derde keer in drie jaar dat de bomen aan een gezondheidsinspectie werden onderworpen, telkens met een andere uitkomst. Het actiecomité gelooft dat het stadsdeel de gezondheid van de bomen somberder voorstelt dan zij is. "De wethouder spreekt over bomen in terminale staat," zegt woordvoerder Albert Jan Tuin. "Als je haar moet geloven, is het bijna zielig om de bomen niet te kappen. In werkelijkheid zijn ze in prima conditie, op een enkele boom na. De grootste bedreiging voor de bomen is de politiek." Van de naderende democratische besluitvorming verwacht Tuin dan ook weinig. "Het is een prestigekwestie geworden. De wethouder heeft al gezegd dat er wat haar betreft geen nieuwe inzichten zijn." De honderddertig bezwaarmakers krijgen op de komende commissievergadering samen een half uur om hun bezwaren toe te lichten. Tuin: "Het zal wel uitlopen op een gang naar de rechter."
Bomen, burgers en bureaucratie Bomen, burgers en bestuurders: zij vormen geen gelukkige combinatie. Op tientallen plaatsen in de stad worden grote en kleine juridische gevechten geleverd voor het behoud van het schaarse groen. Zoals gezegd telt Amsterdam 400.000 bomen. De meest voorkomende soorten zijn iepen, platanen, linden, populieren en kastanjes, maar er zijn ook zeer zeldzame bomen te vinden als de mammoetboom, de Chinese vernis-boom en de doodsbeenderenboom. Het lijkt veel, 400.000 bomen, maar het komt erop neer dat Amsterdam per woning dertig vierkante meter groen heeft, en dat is voor Nederlandse begrippen zeer weinig. Ter vergelijking: de gemeente Emmen heeft liefst 260 vierkante meter groen per woning. Bomen worden ook niet oud in Amsterdam. Honderd jaar is een indrukwekkende leeftijd voor een boom in de hoofdstad. In Emmen lachen ze zich daar gek om. Maar bomen hebben het altijd moeilijk in een stad waar het woekeren is met de ruimte. Boven de grond moeten de bomen concurreren met nieuwbouw en verkeer, onder de grond met een groeiend aantal buizen en kabels van de nuts- en telecombedrijven. Een boom staat al snel in de weg. Als gevolg van grote infrastructurele werken als de Noord/Zuidlijn en de Zuidas en de grote stadsvernieuwingsoperaties in Zuidoost en de Westelijke Tuinsteden zullen de komende jaren veel bomen verdwijnen, naar verluidt zelfs twintig procent van het huidige bestand. De stadsboom staat zwaar onder druk, concludeert Hans Kaljee bezorgd. "Bomen hebben ruimte nodig en die is er steeds minder in Amsterdam. Bovendien is er de economische afweging die meestal in het nadeel van de bomen uitvalt. Bebouwing levert geld op en groen kost geld. Het is ook een kwestie van mentaliteit. Als je een ingenieur diep in zijn hart kijkt, vindt hij dat een boom in het bos thuishoort en niet in de stad. In de planvorming zijn bomen een sluitpost."
'Het werd me steeds duidelijker dat de boom werd gebruikt om een dieper liggend conflict uit te vechten.' Kaljee is hoofdstedelijk bomenconsulent, een functie die in 2000 door toenmalig wethouder Ruud Grondel van GroenLinks in het leven is geroepen. De wethouder vond dat er een centraal aanspreekpunt moest komen voor alle mogelijke vragen over bomen in Amsterdam. En inderdaad, het ene moment geeft Kaljee telefonisch uitleg aan een bewoner uit De Pijp over de destructieve aanwezigheid van de perenprachtkever in de meidoorn voor de deur, het volgende moment schuift hij aan in een vergadering van civieltechnische collega's om een lans te breken voor meer en beter groen op IJburg. In de stad heeft de bomenconsulent een ingewikkelde positie, zegt hij zelf. Kaljee is ambtenaar, maar aarzelt niet stelling te nemen als beslissingen in zijn ogen erg nadelig uitpakken voor het schaarse groen. "Ik voel mij een ambassadeur van de bomen in deze stad," zegt hij daarover. "Ik zie het als mijn taak voor hen op te komen als dat nodig is. Maar ik kies mijn gevechten wel uit. Soms ga ik voorop staan, soms blijf ik uit de wind. Ik moet ook mijn werk kunnen blijven doen." De strijd voor het behoud van het groen wordt op verschillende fronten uitgevochten. De meeste publiciteit krijgt het klassieke conflict tussen overheid (schurk) en burger (slachtoffer), maar ook tussen overheden en burgers onderling zorgt de boom voor spanning. "Het is een misverstand dat alle mensen van bomen houden," vertelt Kaljee. "Bij de stadsdelen komen juist verschrikkelijk veel brieven binnen met klachten over bomen. Over schaduw, over bladval, over vruchtval, over wortelop-druk. Eigenlijk over alles wat een boom tot een boom maakt." Hoe lastig het is iedereen tevreden te stellen, merkte het stadsdeel Centrum toen enkele jaren geleden een plan werd gemaakt voor een opknapbeurt van de Marnixkade. Voordeel was een veiliger straat, de prijs het verdwijnen van enkele tientallen bomen. In een mum van tijd waren er twee concurrerende comités van buurtbewoners: één voor de verkeersveiligheid en één voor de iepen. "De emoties lopen vaak hoog op," weet Kaljee. "Het komt geregeld voor dat mensen na zo'n kwestie niet meer met elkaar praten." In het verleden werd Kaljee, ook beëdigd boomtaxateur, wel ingeschakeld door de rechter om ruzies over een boom op te lossen. "Ik kreeg te maken met mensen die elkaar naar het leven stonden omdat een boom wel of niet moest worden gesnoeid. Ik voelde me een sociaal werker. Een paar jaar geleden ben ik gestopt. Ik had er geen zin meer in. Het werd me steeds duidelijker dat de boom in kwestie werd misbruikt om een dieper liggend conflict uit te vechten." Datzelfde gevoel bekroop Kaljee tijdens de onderhandelingen over de verplaatsing van vijftig platanen van ZuiderAmstel naar IJburg. De bomen moesten wijken voor de Noord/Zuidlijn en de bomenconsulent had het initiatief genomen voor een verhuizing naar het nog kale gebied. Een punt waren de kosten: die wilde niemand voor zijn rekening nemen. Na veel gesteggel en gedoe was ZuiderAmstel bereid de overtocht van elf bomen te betalen."Alsof ik met een nest jonge poesjes aan het leuren was," zegt Kaljee. ZuiderAmstel ontdekte overigens later dat de Noord/Zuidlijn een potje heeft voor de verplaatsing van bedreigde bomen. Een heel andere vorm van hogere bomen- politiek was het zogeheten 500-bomenplan, waarmee het bestuur van Bos en Lommer enkele jaren geleden de bewoners een groenere omgeving in het vooruitzicht stelde. De uitwerking van het ambitieuze voornemen bleek lastiger dan gedacht, toen een grondige inventarisatie duidelijk maakte dat in het stadsdeel ruimte te vinden was voor hooguit enkele tientallen nieuwe bomen. De portefeuillehouder hield vast aan de beloofde vijfhonderd, wat leidde tot een hoog oplopend conflict met de uitvoerende ambtenaren. Zij werden overgeplaatst, de bomen kwamen er niet. "Alles is politiek," trekt Kaljee zijn conclusie. "Ook bomen."
Lilian Voshaar is een van de 27 bomenridders in Oud-Zuid, 'Het moet nog veel groter worden. In een achtertuin in De Pijp hebben zich elf bomenridders verzameld voor de tweede zitting van de cursus voor gevorderden. Er gaat een petitie rond om handtekeningen in te zamelen voor de bescherming van het Groene Hart. Iedereen schrijft zijn naam, adres en e-mailadres op en hoopt er het beste van. De aanwezige mannen en vrouwen dragen hun titel met trots sinds zij de cursus voor beginners met goed gevolg hebben doorlopen. Oud-Zuid telt inmiddels 27 bomenridders, vertelt initiatiefneemster Lilian Voshaar. "Maar het moet nog veel groter worden." Het onderwerp van vanavond is de herplantplicht, onderdeel van de kapverordening in Oud-Zuid. Als een boom wordt omgehaald, van de straat, uit een park of uit de tuin van een particulier, moet er binnen twaalf maanden een nieuw exemplaar voor worden teruggezet. Bij wijze van huiswerk hebben de bomenridders dit in vier gevallen gecontroleerd. In een tuin aan de Jan van Goyenkade meende een van de ridders een speeltuin waar te nemen op de plek waar eerder twee bomen waren weggehaald. "Maar het was moeilijk te zien. En ik durfde niet aan te bellen zonder legitimatie." Te gast in het gezelschap is Peter van der Fluit, boombeheerder in Oud-Zuid. Hij geeft uitleg over de herplantplicht en antwoordt op kritische vragen. Een van de bomenridders heeft een ambtelijk schrijven in handen gekregen waarin een particulier een ontheffing krijgt van de herplantplicht omdat zijn tuin te klein zou zijn voor een nieuwe boom. "Dit zet de hele herplantplicht op de helling," waarschuwt Voshaar. Van der Fluit denkt dat het wel meevalt, maar voegt eraan toe dat het de bomenridders vrij staat bezwaar te maken tegen de procedure. De samenwerking tussen het stadsdeel en de bomenridders is goed, bevestigt Voshaar later. "Wij zijn geen actiegroep die het stadsdeel als natuurlijke vijand beschouwt. Als het niet anders kan, stappen wij naar de rechter om een kapvergunning tegen te houden. Maar met een goede samenwerking is ook veel te bereiken." De harmonieuze relatie blijkt ook uit het feit dat de cursisten na afloop van hun opleiding door de portefeuillehouder persoonlijk met een houten zwaard tot ridder worden geslagen. Oud-Zuid is een waar paradijs voor de bomenliefhebber. Het stadsdeel telt achttienduizend bomen en daar zitten relatief veel oude en bijzondere exemplaren bij.
Boombeheerder Arno Heemskerk: 'Ie moet kunnen uitleggen waarom een boom wordt gekapt.' Oud-Zuid is zuinig op zijn bomen, zegt boombeheerder Arno Heemskerk. Van alle bomen houdt het stadsdeel een dossier bij, waarin de uitkomsten van de regelmatige inspecties worden genoteerd. Ook beschikt Oud-Zuid over een monumentale-bomenlijst die bescherming biedt aan de meest bijzondere exemplaren in tuinen, parken en straten. Jaarlijks vervangt het stadsdeel honderdvijftig bomen, óf omdat ze ziek zijn, óf omdat sprake is van een zogeheten risicoboom die van ellende op omvallen staat en een gevaar vormt voor de omgeving. Het blijft altijd een gevoelige kwestie, weet Heemskerk: "Je moet goed kunnen uitleggen waarom een boom moet worden gekapt. Een zieke boom kan er best gezond uitzien. Daarom laten wij standaard een rapport maken door een onderzoeksbureau. We werken met verschillende bureaus, om elkeschijn van partijdigheid te vermijden." In bijzondere gevallen wordt alles uit de kast gehaald. Toen vorig jaar de laatste goudiep in het stadsdeel wegens ziekte moest worden verwijderd, lieten de boombeheerders er twee onderzoeksbureaus op los. Voor alle zekerheid werd ook nog een monster van de boom naar een laboratorium verzonden. De omwonenden kregen een brief met uitleg. Heemskerk: "Als je kunt uitleggen waarom de kap noodzakelijk is, zijn de meeste mensen voor rede vatbaar."
Boomtaxateur Veronica van Amerongen: 'Een straatboom moet blijven staan als-ie nog zeker vijf jaar verder kan.' Toch gaan regelmatig dingen mis, vertelt onafhankelijk boomtaxateurVeronica van Amerongen, die onder meer verbonden is aan de Bomenstichting. Ze werkt al meer dan twintig jaar in Amsterdam en stelt op basis van haar ervaringen dat een kritische houding op zijn plaats is. "Bij veel stadsdelen ontbreekt het aan deskundigheid. Daardoor gebeuren soms rare dingen. Er wordt rustig gezegd dat bomen ziek zijn, terwijl ze helemaal niet ziek zijn. Dan blijkt soms dat de bomen gewoon moeten verdwijnen om plaats te maken voor een parkeerplaats." Het is een gevolg, meent Van Amerongen, van de versnippering van de deskundigheid op het gebied van boombeheer. "Amsterdam had vroeger een zeer goede reputatie als bo-menstad. Er was een gemeentelijke bomendienst met allemaal van die fantastische groenmannen en een eigen onderzoeksbureau. Later is die verantwoordelijkheid naaide stadsdelen geschoven. Voor zulke kleine organisaties is het veel moeilijker om een specifieke deskundigheid vast te houden. Sommige stadsdelen doen het goed, andere leunen sterk op externe deskundigheid." Vandaar dat plannen voor kap in stadsdelen vaak worden ondersteund door rapporten van boomdeskundigen. Ook deze dienen volgens Van Amerongen soms met een korrel zout te worden genomen. "Groenbedrijven onderhouden een zakelijke relatie met stadsdelen. Dus volstrekte onafhankelijk heid bestaat niet op dit terrein. Ik krijg wel eens een rapport onder ogen waarvan ik denk: nou collega, je hebt je wel sterk laten leiden door de wens van de opdrachtgever." Van Amerongen werkt voor stadsdelen, maar wordt ook regelmatig ingeschakeld om voor bezwaarmakers een contra-expertise te verrichten. "Mijn uitgangspunt is dat een straatboom moet blijven staan als-ie nog zeker vijf jaar verder kan. Bovendien wordt veel te snel gegrepen naar het argument van overlast. Bomen zijn waardevol maar ook lastig in een stad. Misschien moeten mensen dat maar voor lief nemen. Als je inderdaad zo veel last van hebt van de schaduw van een boom voor de deur, moet je gewoon tienhoog in Zuidoost gaan wonen. Ik zou die klagers wel willen toeroepen: geniet nou toch eens van die boom! Zie je niet hoe bijzonder het is dat hij het volhoudt in zo'n drukke straat?"
Een boom is juridisch een boom als de stam op 1 meter 30 boven het maaiveld dikker is dan tien centimeter. In dat geval mag hij niet worden omgehaald zonder een kapvergunning. Deze moet worden aangevraagd bij het stadsdeel, dat vervolgens het voornemen tot kap openbaar moet maken. Sommige stadsdelen publiceren de aanvraag in een huis-aan-huisblad, andere beperken zich tot een aankondiging op het mededelingenbord in het stadsdeelkantoor. In ongeveer tien procent van de gevallen wordt bezwaar gemaakt tegen de afgifte van een vergunning, ofwel door particulieren, ofwel door een belangenorganisatie van de Bomenstichting in Utrecht. Een ingediend bezwaar zorgt steevast voor een aanzienlijke verlenging van de procedure. Waar het normaal enkele weken duurt om een kapvergunning te krijgen, kan dit bij bezwaar uitlopen tot een jaar of langer. De criteria voor de afgifte van een kapvergunning zijn vastgelegd in een bomenverordening. De boomrijke stadsdelen hebben een gedetailleerde veror dening, de andere hebben meestal een verordening op hoofdlijnen. De verschillen in boornbezit tussen stadsdelen zijn groot: waar de Westelijke Tuinsteden meer dan 100.000 bomen tellen, moet Oud-West het met vijfduizend exemplaren doen. In veel stadsdelen wordt nagedacht over een aanpassing van de bomenverordening. In de afhandeling van kapvergunningen wordt erg veel ambtelijke energie gestoken, terwijl in negen van de tien gevallen de aanvraag wordt gehonoreerd. Eén van de opties is het aanleggen van een monumentale bomenlijst. Voor bomen die niet op die lijst staan, zou in de toekomst geen kapvergunning meer hoeven te worden aangevraagd. Tegenstanders vrezen dat het gros van de bomen in Amsterdam hierdoor vogelvrij wordt. Zij voorzien dat de monumentale status voor een beperkte groep bomen ertoe zal leiden dat de rest van de bomen elke tien, twintig of dertig jaar zal worden vervangen door jonge aanplant.
<< sluit
Zienswijze Hemonylaan 15 inzake concept kapvergunning AANVRAAGNUMMER 60-814
dinsdag 14 juni 2006 Werkgroep Bomen De Pijp, Bruce Cohen
Geachte dames en heren,
De Werkgroep Bomen van Wijkcentrum Ceintuur heeft de volgende opmerkingen over het conceptbesluit een kapvergunning te verlenen voor 2 bomen in de achtertuin van Hemonylaan 15, ter visie tussen 17 mei tot en met 14 juni. lees verder »
1) In de advertentie in de Stadsdeelkrant wordt de veiligheid van de omgeving als reden aangegeven voor het kappen van deze twee bomen. Echter in de aanvraag staat ineens als reden lichtbeneming (esdoorn) en scheefstand (goudenregen). 2) Volgens het rapport van het IBA is de conditie van de esdoorn goed, en de conditie van de goudenregen redelijk, dus de conditie kan nooit een reden zijn voor kap. 3) Volgens het rapport van de IBA is er sprake van een halfwas esdoorn. Dit bestrijden wij. Een boom van 1,38 stamomtrek is, ook is er sprake van een snelgroeier zoals een esdoorn, een volwassen boom. 4) Het rapport van de IBA roept bij ons nog meer vragen op: de toekomstverwachting van de esdoorn zou redelijk zijn, van de gouden regen matig, zonder dat gezegd wordt waarom dat zo zou zijn.
Wij stellen het op prijs als u een tweede expertise laat plaatsvinden, bij voorkeur door de recent benoemde bomenveiligheidsinspecteur van het stadsdeel, de heer Peter van der Fluit. Wellicht kunnen een of beide bomen toch blijven staan.
In ieder geval willen wij u erop wijzen dat het niet opleggen van een herplantverplichting strijdig is met de bomenverordening van het stadsdeel. De bomenverordening gaat standaard uit van herplantverplichting. Alleen waar herplant fysiek niet mogelijk is, en daarvan is er geen sprake bij deze aanvraag, kan fictieve herplant plaatsvinden in de vorm van financiële compensatie.
Dat is volgens ons in het onderhavige geval niet aan de orde. Het is belangrijk dat er voldoende bomen aanwezig in de tuinen waar ze nu zijn, niet alleen voor de omwonenden, maar ook voor de vogels en andere dieren. Het liefst zien wij de bestaande bomen behouden, als de veiligheid geen gevaar loopt.
Naar onze mening (en naar wij dachten volgens het beleid van het stadsdeel) hoort geen kapvergunning afgegeven te worden vanwege lichtbeneming, hoe ernstig die ook moge zijn.
In ieder geval verzoeken wij u voor passend herplant te zorgen indien u onverhoopt toch de kapvergunning verleent.
Met vriendelijke groet,
Bruce Cohen
Wijkcentrum Ceintuur Werkgroep Bomen De Pijp Gerard Doustraat 133 1073 vt amsterdam 020 400 45 03 Kijk regelmatig op http://www.wijkcentrumceintuur.nl/ en www.bomenridders.nl voor onze activiteiten!
<< sluit
Inzake: Concept kapvergunning dossier 60-809. Lokatie: Nicolaas Maesstraat 68
maandag 13 juni 2006 Bomenridder Joost van Bennekom
Bomen: 1 lariks, 17 meter hoog, in goede conditie; 1 gouden regen, conditie redelijk
Geachte heer / mevrouw,
Middels deze zienswijze wordt uitgelegd waarom het voorliggende concept de toets aan het recht en het beleid niet kan doorstaan en de aanvraag tot kap van deze grote, slanke boom - die in goede conditie verkeert en een redelijke toekomstverwachting heeft- dient te worden afgewezen. lees verder »
- Het voornemen is in strijd met het uitgangspunt geen kap, tenzij echt noodzakelijk.
- Het voornemen is in strijd met het tweede beginsel: geen kap zonder herplant, aangezien deze omvangrijke boom met stamdiameter van 36 cm hooguit wordt vervangen door een sprietje van 12-14 centimeter, van een klein type boom.
- Het voornemen is in strijd met de regels, blijkens de Bomenverordening van Oud-Zuid.
- Het voornemen ligt niet-compleet ter inzage, omdat het rapport ontbreekt van Ingenieursbureau Amsterdam. Reeds daarom kan vergunningverlening niet doorgaan.
Andere stukken zitten dubbel in dossier.
- Het voornemen is in strijd met het huidige beleid én het voorgestane beleid van het nieuwe Dagelijks Bestuur: meer groen in de buurt (Programma akkoord 29 maart 2006, p.2, “meer groen en bomen”).
- Het voornemen stoelt op niet-valide argumenten en is in strijd met de wet: het advies waarop het voornemen leunt kan de toets aan art.3:9 Awb niet doorstaan, en strijdt met verdragen.
Strijd met Bomenverordening
Het voornemen is in strijd met het uitgangspunt: geen kap (art.5 Bomenverordening).
Van dit essentiële beginsel kan slechts worden afgeweken bij zwaarwegende belangen, waarvan in casu niet is gebleken.
Het voornemen is in strijd met artikel 7 Bomenverordening, dat als primair te wegen belang vooropstelt ‘de natuur- en milieuwaarden’ van de bomen, daar gaat het in hoofdzaak om.
Met dit uitgangspunt wordt concreet uitvoering gegeven aan het beleid (meer groen en bomen), en wordt waarde toegekend aan de boom als milieufactor van lokale betekenis. Van die belangrijke milieufunctie worden we ons steeds meer bewust, omdat voortschrijdend inzicht leert hoe essentieel bomen voor het algemene belang van verbetering van de lokale volksgezondheid zijn.
Bomen vormen niet alleen een mini-ecosysteem, maar leveren een onmisbare bijdrage aan het leefmilieu door productie van gigaliters schone lucht en afvang fijnstof.
Juist in dit stadsdeel is elke boom daarom van groot belang en een concrete bijdrage aan de milieuverplichtingen van Rio 1992, uitgewerkt in de Agenda 21 en herhaald op de Conferentie te Johannesburg in 2002, waaraan de EU-lidstaten en lokale overheden zich hebben verbonden.
Een schoon milieu begint in je eigen buurt zich hebben verbonden. Een schoon milieu begint in je eigen buurt én achtertuin: daarom bestaat deze Bomenverordening en daarom geldt er een strenge motiveringsplicht.
Om deze redenen deugt het concept niet en kan het niet in stand blijven, immers de milieuwaarde is niet (voldoende) gewogen en het argument voor kap is cosmetisch.
Dat de bomen niet op een monumentale lijst staan/ stonden zegt meer over het beleid van de overheid, dan over het belang van de bomen.
Motivatie verzoek tot kap
Opgegeven reden van de aanvraag is 1) lichtontneming .
Voorts is de reden 2) scheefstand. En ten leste 3) overwoekering door klimop.
In het onderstaande wordt onderzocht welke argumenten het advies ter ondersteuning daartoe aandraagt en of de in het advies genoemde argumenten voldoende hout snijden, gelet op het strenge beleidsuitgangspunt: meer bomen en meer groen, geen kan tenzij onafwendbaar.
ad 1. Lichtontneming.
Tegen de gestelde lichtontneming kan worden ingebracht:
a) dat dit niet aannemelijk is, althans niet voldoende doorslaggevend, omdat de boom geen lage zijtakken meer heeft (wegens het hoog opkronen in het verleden…);
b) de locatie foto’s leren dat de hinder marginaal is en niet voldoende zwaarwegend;
Lichtontneming is buitendien een cosmetische argument, dat niet opweegt tegen het gewicht dat de boom heeft uit hoofde van het milieu. Er blijft anders niets over van het bestaande stadsgroen, als dit argument als valide wordt beschouwd.
Tip: neem anders een goede hovenier, want het verslag suggereert dat in het verleden er maar een slag naar is geslagen (met de botte bijl: lelijk en contraproductief, of was dit een opzetje?).
De conditie van de boom is goed ! Dus ‘fysiek’is er geen enkele reden tot kap.
Reeds daarom moet de boom blijven staan!
Bij weging van de belangen komt het behoud van de boom een groter gewicht toe, het tegenargument is ‘te licht’, bezien in het licht van milieuwaarde/ beleid(suitgangspunten).
ad 2. Scheefstand.
De conditie van deze reus is goed! Dat er klomop omheen zit werkt niet verstikkend, dat is een fabeltje. Het zegt veel over de hovenier die dit als gelegenheidsargument opvoert.
Tja, in een binnentuin groeien bomen scheef: daar is niets mis mee, het is een natuurlijk proces.
De boom wordt groter en zoekt die plek op waar meer/ de meeste zon is: de boom ‘kijkt om het hoekje’ van de dakrand. Om dit te kunnen, compenseert de boom het gewicht door tegenwicht te bieden in de vorm van een dikkere (steviger) stam/ wortelvoet.
Kortom, de scheefstand zegt niets en is geen enkele reden tot kap.
En bovendien; hoe scheef staat de boom en wat is dan het probleem? Er is dan geen probleem en het is geen reden tot kap.
De opmerking dat snoei geen optie is komt door de eerdere snoei, de boom is aldus al erg kaal!
De boom neemt daarom nauwelijks nog licht weg en toestaan van kap sanctioneert dan deze truc: eerst te veel snoeien en dan stellen dat de boom lelijk is en snoei niet meer helpt, dus weg ermee!? Nee, zo zijn we niet getrouwd.
Ik ken overigen geen enkele kaarsrechte boom, scheefstand is m.i. normaal en geen reden tot kap.
De conditie van de boom is redelijk, derhalve is er geen reden tot kap!
ad 3) Overwoekering.
Dit is boomkundig een vals argument: de klimop geeft geen enkele schade en dat is voldoende bekend. Hantering van dit ouderwetse en technisch niet-juiste argument duidt op onkunde of erger: onwil om het belang van de boom te erkennen. Deze verdachtmakerij hoort niet thuis is een echt, onafhankelijke belangenafweging.
Het feit dat een ‘rapport’wordt overgenomen van het Ingenieursbureau Gemeente Amsterdam, door Adviseur stedelijk groen, dient ex art.3:9 Awb beoordeeld te worden. Dit kan niet, omdat het rapport er niet bij zit. Dat volgens het rapport "de boom onherstelbaar beschadigd" zou zijn leidt tot de vraag of dit boze opzet was ter voorbereiding van deze kapaanvraag.
Het leidt ook tot de vraag wat onherstelbaar beschadigd betekent. De conclusie is dat hier een cosmetisch argument wordt gebruikt: de boom is onherstelbaar lelijk vervormd, maar leeft, groeit en bloeit.
Kappen is en blijft dus in strijd met de wet en de verdragsrechtelijke milieuverplichtingen.
Het gaat niet om ‘sfeer’, of ‘groenbeleving’, het gaat om levensbelang: “Verbetering van de luchtkwaliteit langs snelwegen en drukke stadswegen kan een forse winst opleveren voor de gezondheid van de omwonenden. Wonen langs een snelweg of een drukke stadsweg vergroot de kans op vervroegde sterfte door hart- en vaatziekten en longaandoeningen met een factor twee. Naar schatting zijn jaarlijks duizenden vroegtijdige sterfgevallen toe te schrijven aan luchtverontreiniging die wordt veroorzaakt door verkeer. De gezondheidseffecten bestaan niet alleen uit sterfte. Luchtverontreiniging kan ook leiden tot een vermindering van de longfunctie en een toename van ziekenhuisopnamen. Het aantal sterfgevallen is het topje van de ijsberg: de meest ernstige effecten treden op bij weinig mensen, de minst ernstige bij meer mensen. Niet iedereen heeft evenveel last van luchtverontreiniging. Dit komt omdat mensen er verschillend op reageren. Bepaalde groepen mensen, zoals kinderen, ouderen en mensen met een hartziekte of een longziekte zijn meer gevoelig voor luchtverontreiniging en krijgen daarom sneller gezondheidsklachten.
(§ 3.2.2. Actieplan Luchtkwaliteit Amsterdam 2005, Dienst Infrastructuur Verkeer en Vervoer, Milieu en Bouwtoezicht en Ruimtelijke Ordening).”
Het leidt tot een verwijzing naar het rapport van de Nationale Ombudsman over 2005 De Maakbare Overheid en de aldaar geconstateerde normopvattingen binnen het ambtelijke apparaat en suggestie de Antwerpen-aanpak te hanteren.
Conclusie
Bij het opstellen van het advies is met de regels, beleid en feiten niet (voldoende) rekening mee gehouden: het advies deugt niet en kan wegens strijd met art.3: 9 Awb niet worden ten grondslag gelegd aan het conceptbesluit.
De motivatie van het concept deugt evenmin, is innerlijk tegenstrijdig en feitelijk niet juist. Het voornemen is in strijd met de zorgvuldigheid, motiveringsplicht, vergewisplicht en feitelijk niet voldoende onderbouwd en in strijd met het beleid en de milieuverdragen.
De kapvergunning kan niet worden verleend.
Het gaat er niet om de nieuwe bewoner te pleasen, het gaat om een het individuele belang overstijgend algemeen belang: daarom geen kap, maar meer groen, meer bomen.
Namens de Bomenridders Oud-Zuid,
met vriendelijke groet,
Joost van Bennekom
<< sluit
Onderwerp: Hoorzitting kapvergunning Willemsparkweg 129. Kenmerk: 06.024.
maandag 13 juni 2006 Bomenridder Corlies Bosma
Geachte Commissie,
Hoewel ik constateer dat uw advies aangaande de kapvergunning met zorgvuldigheid tot stand is gekomen, wil ik mij niet onthouden van commentaar.
lees verder »
1) Het tweede advies van het IBA. Het verbaast mij dat U een “second
opinion” vraagt aan dezelfde instantie die het oorspronkelijke advies
heeft uitgebracht. Het resultaat verbaast mij dan ook helemaal niet.
Niemand verwacht dat de adviesgever zichzelf of zijn directe collega
zal tegenspreken.
2) De Berk. Dat de wortels van een berk zwakker zijn dan die van een
plataan wil ik direct aannemen van de deskundigen. Ik kan alleen zien
dat de bladeren en de takken van de berk veel minder zwaar zijn dan die
van een plataan.
De hoek van 45o van de stam ( ik had zelf geen gradenboog bij mij)
geldt alleen voor het onderste gedeelte van de boom. Daarboven gaat de
stam omhoog en zelfs wat terug. De bijgeleverde foto is alleen van het
onderste deel (zie mijn foto).
3) De Es. Het is duidelijk dat deze verder gezonde boom niet de liefde van de boomexpert heeft: “geen mooie kroonvorm”. Dit is een esthetisch, subjectief
oordeel en heeft niets met de conditie van de boom te maken. Stadsbewoners
kunnen nog heel wat genieten van ‘hoog opgekroonde bomen”. Trouwens
opgekroonde bomen staan ook langs de smalle straten. Het argument van de
schutting is technisch. De schutting die mogelijk toch vervangen zal worden kan
makkelijk met een uitsparing of een bochtje neergezet worden. Er zijn zelfs
architecten die een huis om een boom heen bouwen. Als zo’n schutting (zie Doe-
het-zelfkrantjes) waardevoller is dan een boom, dan is dat een andere discussie.
Kortom: de argumenten om de es te kappen zijn niet van groendeskundige aard.
4) Herplant. Hiermee wordt ook tegemoetgekomen aan de bezwaren van de omwonenden betreffende de “kaalslag”. Herplant is echter een wens en niet een plicht in de praktijk. Een
jaren geleden herplant in de tuin van Willemsparkweg 99 is nooit
uitgevoerd, de eigenaar is spoedig na de kap vertrokken . Kennelijk
heeft herplantplicht niet de status van een aanschrijving.
De eigenaar wist op de hoorzitting niet welke bomen geplant worden.
Mogelijk zijn het langzaam groeiende bomen (sieresdoorns bv.) – de
omgeving moet een tijd wachten om het groen gewaar te worden.
Het bezwaar van omwonenden, nl. dat binnen een jaar 6 bomen en vele
struiken binnen een straal van 20 meter zijn of worden gekapt blijft
bestaan. Het ware te wensen dat het Stadsdeel het belang behartigt van
het totale groencomplex tussen de huizen.
5) De procedure. Het lijkt mij dat het verlenen van de kapvergunning
gebaseerd is op het advies van het IBA en eigenlijk van het begin
vast staat. Argumenten, zoals groen, vogels, privacy, geluiddemping,
luchtzuivering van omwonenden en achterburen worden in het advies niet
meegewogenbn. Waarom dan de omslachtige, voor u en mij kostbare en tijdrovende inspraakprocedure? Is het dan niet eerlijker de omwonenden de
mogelijkheid tot bezwaarmaking te onthouden?
U veel wijsheid toewensende,
Hoogachtend,
C.L. Bosma-van het Kaar.
<< sluit
Inzake: Concept kapvergunning dossier 60-814
Lokatie: Hemonylaan 15
zondag 12 juni 2006 bomenridder Joost van Bennekom
Bomen: 1 esdoorn, in goede conditie; 1 gouden regen, conditie redelijk
Geachte heer / mevrouw,
Middels deze zienswijze wordt uitgelegd waarom het voorliggende concept de toets aan het recht en het beleid niet kan doorstaan en de aanvraag tot kap van 2 bomen - die in goede respectievelijke redelijke conditie verkeren - dient te worden afgewezen.
- Het voornemen is in strijd met het uitgangspunt geen kap, tenzij echt noodzakelijk.
- Het voornemen is in strijd met het tweede beginsel: geen kap zonder herplant.
- Het voornemen is in strijd met de regels, blijkens de Bomenverordening van Oud-Zuid.
- Het voornemen is in strijd met het huidige beleid én het voorgestane beleid van het nieuwe Dagelijks Bestuur: meer groen in de buurt (Programma akkoord 29 maart 2006, p.2, “meer groen en bomen”).
- Het voornemen stoelt op niet-valide argumenten en is in strijd met de wet: het advies waarop het voornemen leunt kan de toets aan art.3:9 Awb niet doorstaan, en strijdt met verdragen.
lees verder »
Strijd met Bomenverordening
Het voornemen is in strijd met het uitgangspunt: geen kap (art.5 Bomenverordening).
Van dit essentiële beginsel kan slechts worden afgeweken bij zwaarwegende belangen, waarvan in casu niet is gebleken.
Het voornemen is in strijd met art.6 lid 1 Bomenverordening aangezien niet voldoende duidelijk is of aanvrager Joeri Bakker eigenaar is en de hoedanigheid heeft van aanvrager.
Dit is een formeel vereiste waarvan niet blijkt dat hieraan is voldaan. Wel wordt gesuggereerd dat Joeri Bakker voornemens is daar te gaan wonen (‘nieuwe woning’, p.1 aanvraag).
Het voornemen is in strijd met artikel 7 Bomenverordening, dat als primair te wegen belang vooropstelt ‘de natuur- en milieuwaarden’ van de bomen, daar gaat het in hoofdzaak om.
Met dit uitgangspunt wordt concreet uitvoering gegeven aan het beleid (meer groen en bomen), en wordt waarde toegekend aan de boom als milieufactor van lokale betekenis. Van die belangrijke milieufunctie worden we ons steeds meer bewust, omdat voortschrijdend inzicht leert hoe essentieel bomen voor het algemene belang van verbetering van de lokale volksgezondheid zijn.
Bomen vormen niet alleen een mini-ecosysteem, maar leveren een onmisbare bijdrage aan het leefmilieu door productie van gigaliters schone lucht en afvang fijnstof.
Juist in dit stadsdeel is elke boom daarom van groot belang en een concrete bijdrage aan de milieuverplichtingen van Rio 1992, uitgewerkt in de Agenda 21 en herhaald op de Conferentie te Johannesburg in 2002, waaraan de EU-lidstaten en lokale overheden zich hebben verbonden.
Een schoon milieu begint in je eigen buurt én achtertuin: daarom bestaat deze Bomenverordening en daarom geldt er een strenge motiveringsplicht.
Het is bovenal in strijd met art 8 lid 3 Bomenverordening:
“Indien het opleggen van een herplantplicht niet mogelijk is of onvoldoende compensatie kan bieden voor de aantasting van de waarden genoemd in artikel 7, lid 1 kan aan de vergunning het voorschrift worden verbonden, dat de houtopstand niet mag worden geveld alvorens maximaal een gelijk bedrag aan (resterende) herplantwaarde in het bomenfonds is gestort.”
Nergens in het concept of advies blijkt dat herplant niet mogelijk zou zijn.
Ook om die reden deugt het concept niet en kan het niet in stand blijven.
Dat de bomen niet op een monumentale lijst staan/ stonden zegt meer over het beleid van de overheid, dan over het belang van de bomen.
Motivatie verzoek tot kap
Reden aanvraag is 1) lichtontneming in hele woning door esdoorn, die dicht op gevel staat.
Voorts is reden 2) scheefstand van goudenregen.
In het onderstaande wordt onderzocht welke argumenten het advies ter ondersteuning daartoe aandraagt en of de in het advies genoemde argumenten voldoende hout snijden, gelet op het strenge beleidsuitgangspunt: meer bomen en meer groen, geen kan tenzij onafwendbaar.
ad 1. Lichtontneming.
Tegen de gestelde lichtontneming in de gehele woning kan worden ingebracht:
a) dat dit niet aannemelijk is, alleen al wegens het feit dat ook vanaf straatkant licht de woning binnenkomt: het betreft dus niet de hele woning;
b) de stelling dat ook de buren van Hemonylaan 16 dit menen is niet bewezen en derhalve niet relevant en gelet op sub a logisch niet juist;
c) op voorhand was bestaande situatie bekend en derhalve risico koper. Ofwel: je kiest bewust voor dit huis, maar hebt daarmee niet het recht op kap.
Er blijft anders niets over van het bestaande stadsgroen, als dit argument als valide wordt beschouwd. Als aanvrager geen boom in tuin wil had kaal’ huis op Ij-burg kunnen worden gekozen.
d) feit dat esdoorn ‘in verleden rigoureus is gesnoeid’ met “ernstige misvorming kroon’ (advies van ambtenaar Rene Bakker, p.1 – naar ik aanneem geen familie van aanvrager?) duidt erop dat snoeien een optie is; niet wordt bewezen dat dit nu onmogelijk is.
e) juist de opmerking dat ‘getopte bomen erg veel onderhoud’vragen (advies p.2) duidt op de nog steeds bestaande mogelijkheid van snoeien;
Tip: neem goede hovenier, want het verslag suggereert dat in het verleden er maar een slag naar is geslagen (met de botte bijl: lelijk en contraproductief, of was dit een opzetje?). f) de conditie van de boom is goed (advies, p.1)! Dus ‘fysiek’geen enkele reden tot kap.
Reeds daarom moet de boom blijven staan!
Bij weging van de belangen komt het behoud van de boom een groter gewicht toe, het tegenargument is ‘te licht’, bezien in het licht van milieuwaarde/ beleid(suitgangspunten).
Overwegingen ob obiter.
De argumenten van het advies (p. 2) houden niet enkel onvoldoende rekening met de Bomenverordening en beleid(suitgangspunten) maar snijden geen hout omdat - de toekomstige toename boomkruin een toekomstige afweging vergt en - onderhoud (snoei) uitkomst biedt voor het initiële bezwaar (ib idem).
De daarbij opgevoerde ‘kans’die zou bestaan dat in de toekomst slecht overgroeide snoeiwonden de veiligheid van de boom in gevaar zouden kunnen brengen is een onzekere toekomstige gebeurtenis die niet door feiten wordt gekwantificeerd. Ook dit is laakbaar: de feiten zijn niet (voldoende) vastgesteld.
Het is advies stoelt op pure speculatie, hetgeen in een overheidsrapport niet thuis hoort en hoogstens door een verkeerde sympathie kan worden verklaard: behoud van bomen is de focus, niet het plezier van een nieuwe bewoner.
ad 2. Scheefstand goudenregen.
De conditie van de reus van een goudenregen is … redelijk! Dit ondanks het onjuiste gebruik van wondafdekmiddel – een zeer foute, menselijke ingreep (foutje? ik hoop het).
Tja, in een binnentuin groeien bomen scheef: daar is niets mis mee, het is een natuurlijk proces. De boom wordt groter en zoekt die plek op waar meer/ de meeste zon is: de boom ‘kijkt om het hoekje’ van de dakrand. Om dit te kunnen, compenseert de boom het gewicht door tegenwicht te bieden in de vorm van een dikkere (steviger) stam/ wortelvoet.
Kortom, de scheefstand zegt niets en is geen enkele reden tot kap.
Opeens komt er een nieuw argument te voorschijn, dat de aanvrager niet heeft geconstateerd: ‘een diepe inrot’. Hoe groot en bedreigend dit is weten we echter niet. Wel weten we: ‘de stamwand is nog dik genoeg’! Geen gevaar dus.
Er is geen (nood)gevaar aanwezig, maar ‘uiteenscheuren’ zou - ondanks de dikke stamwand - een reëel genoeg gevaar zijn.
Of hier nog wat aan te doen is (wegsnijden rot, annex drainage en een ‘verband aanleggen’ tegen splijten) blijft ons onthouden. Wel is de bron duidelijk: menselijk ingrijpen
En wel geeft de opmerking snoei is (g)een optie aan dat ook hier de belasting van de stam en kans op splijten kan worden verminderd! Door het plegen van onderhoud!
Deze snoei zou cosmetisch echter niet mooi zijn: er blijft dan van de kroonvorm niet veel meer over. Dat raai je koekoek: eerst lelijk snoeien en dan alsnog kappen? Nee, zo zijn we niet getrouwd.
Ik ken overigen geen enkele kaarsrechte boom, laats staan goudenregens, scheefstand is m.i. typisch voor zo’n boom.
De conditie van de boom is redelijk, derhalve is er geen reden tot kap!
Overigens is ook de side-opmerking dat de zaadjes giftig zijn suggestief en irrelavant: heel Amsterdam staat vol goudenregens, nog nooit is een kind door vraat hieraan gestorven. Dit is verdachtmakerij en beside the point. Dit hoort niet thuis is een echt, onafhankelijk rapport.
Het feit dat dit ‘rapport’wordt overgenomen door het Ingenieursbureau Gemeente Amsterdam, door Adviseur stedelijk groen, is in strijd met de wet en de verdragsrechtelijke milieuverplichtingen.
Als klap op de vuurpijl stelt het advies – out of the blue - dat de tuin te klein zou zijn voor bomen! Nou, ze staan er maar mooi en dat al jaren. En wat is dan daarbij de maatstaf? De norm in de Pijp is heel simpel: redden wat er te redden valt (geen kap).
Als je dit soort argumenten overneemt kan bijna overal de boom wel weg! Het is geen valide argument. Evenzeer is de verwijzing naar ‘aangrenzende tuinen’alwaar ‘voldoende bomen’ staan voor een ‘groene sfeer’; dit is absolute kul! Het valt buiten de omvang van het toetsingskader en is niet bewezen stelling en is geen compensatie voor het verlies van twee grote bomen door kap.
Kent dit Ingenieursbureau wel de kapregels? Het te dienen belang? De regels voor rapporten?
Het gaat niet om ‘sfeer’, of ‘groenbeleving’, het gaat om levensbelang: “Verbetering van de luchtkwaliteit langs snelwegen en drukke stadswegen kan een forse winst opleveren voor de gezondheid van de omwonenden. Wonen langs een snelweg of een drukke stadsweg vergroot de kans op vervroegde sterfte door hart- en vaatziekten en longaandoeningen met een factor twee. Naar schatting zijn jaarlijks duizenden vroegtijdige sterfgevallen toe te schrijven aan luchtverontreiniging die wordt veroorzaakt door verkeer. De gezondheidseffecten bestaan niet alleen uit sterfte. Luchtverontreiniging kan ook leiden tot een vermindering van de longfunctie en een toename van ziekenhuisopnamen. Het aantal sterfgevallen is het topje van de ijsberg: de meest ernstige effecten treden op bij weinig mensen, de minst ernstige bij meer mensen. Niet iedereen heeft evenveel last van luchtverontreiniging. Dit komt omdat mensen er verschillend op reageren. Bepaalde groepen mensen, zoals kinderen, ouderen en mensen met een hartziekte of een longziekte zijn meer gevoelig voor luchtverontreiniging en krijgen daarom sneller gezondheidsklachten.
(§ 3.2.2. Actieplan Luchtkwaliteit Amsterdam 2005, Dienst Infrastructuur Verkeer en Vervoer, Milieu en Bouwtoezicht en Ruimtelijke Ordening).”
Het leidt tot een verwijzing naar het rapport van de Nationale Ombudsman over 2005 De Maakbare Overheid en de aldaar geconstateerde normopvattingen binnen het ambtelijke apparaat en suggestie de Antwerpen-aanpak te hanteren.
Conclusie
Bij het opstellen van het advies is met de regels, beleid en feiten niet (voldoende) rekening mee gehouden: het advies deugt niet en kan wegens strijd met art.3: 9 Awb niet worden ten grondslag gelegd aan het conceptbesluit.
De motivatie van het concept deugt evenmin, is innerlijk tegenstrijdig en feitelijk niet juist. Het voornemen is in strijd met de zorgvuldigheid, motiveringsplicht, vergewisplicht en feitelijk niet voldoende onderbouwd en in strijd met het beleid en de milieuverdragen.
De kapvergunningen kunnen niet worden verleend.
Het gaat er niet om de nieuwe bewoner te pleasen, het gaat om een het individuele belang overstijgend algemeen belang: daarom geen kap, maar meer groen, meer bomen.
Namens de Bomenridders Oud-Zuid,
met vriendelijke groet,
Joost van Bennekom
<< sluit
aanvulling zienswijze concept kapvergunning Rijksmuseum
maandag 30 mei 2006 bomenridders/Joost van Bennekom
Geachte heer / mevrouw,
Onder verwijzing naar de door de overige leden van de Bomenridders Oud-Zuid naar voren gebrachte aspecten, die weerstaan aan het verlenen van een de kapvergunning voor 40 bomen rond het Rijksmuseum, concept kapvergunning 60-550/PO, die hier als ingelast dienen te worden beschouwd, wordt het navolgende bij wijze van zienswijze ingebracht. lees verder »
Strijd met het beleid
Het voornemen is in strijd met het beleid Visie Groen en Blauw 2020, aangenomen op 26 januari 2006, en kan reeds daarom niet tot uitvoering worden gebracht.
Het voornemen is in strijd met het beleidsuitgangspunt ter zake het Museumplein (§4.3.3., p.57): “ Daarnaast is het gewenst dat de inrichting van het plein beter
afgestemd wordt op het (gewenste) gebruik. Een groene uitstraling, met behoud van een grasmat en de bestaande bomenrijen, blijft uitgangspunt.”. Hierdoor zal in het geval van een voorgenomen kap meer dan gangbaar dienen te worden gemotiveerd waarom in dit geval tot kap zou dienen te worden overgegaan.
Strijd met het motiveringsbeginsel
Het voornemen is dientengevolge niet (voldoende) gemotiveerd, te meer niet omdat het niet (voldoende) blijk geeft van de te maken belangenafweging, waarbij de bijzondere positie die als beleidsmatig uitgangspunt is gekozen – behoud - tot uitdrukking dient te komen. Het voornemen voldoet hieraan niet (voldoende). Door het voornemen verdwijnen 37 bomen, een procentueel ernstige, niet toelaatbare aantasting, in strijd met de motiveringsplicht.
Strijd met het proportionaliteits- en subsidiariteitsbeginsel
Voorts voldoet het voornemen niet aan de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit, terwijl het voornoemde beleidsuitgangspunt noopt op zijn minst te onderzoeken of met minder ingrijpende maatregelen zou kunnen worden volstaan. Ook in die zin kan het voornemen niet de toets aan het recht en het beleid doorstaan.
Niet is onderzocht of de maatregel kap in verhouding staat tot de noodzaak juist op de voorgenomen plek tot de grondwerkzaamheden over te gaan. Dankzij het beleid komt in de te maken belangenafweging een zeer groot gewicht toe aan het behoud van de bomen.
Voorts dient onderzocht te worden welke alternatieven mogelijk zijn, dat wil zeggen een antwoord op de vraag of niet met een minder ingrijpend middel kan worden volstaan. De ervaring leert dat dergelijke alternatieven altijd gevonden kunnen worden. Dat hiervoor wellicht meer geld uitgetrokken dient te worden is een factor die in deze weging van ondergeschikt belang is omdat de waarde van de huidige bomen zich niet laat kwantificeren, zij is vooralsnog economisch onmeetbaar, maar emeritushoogleraar Heertje wijst er fijntjes op dat ‘natuur’ niet teruggekocht kan worden: weg= weg, terwijl de intrinsieke waarde van de bomen een onmeetbare bijdrage levert aan het welzijn van alle (stads)mensen.
Milieuwaarde van de bomen
Inzicht in de effectieve waarde van de bomen kan evenwel makkelijker worden verkregen door uit te gaan van de positieve bijdrage die de bomen kwantificeerbaar leveren: de gigantische bijdrage aan het creëren van schone lucht! Het gaat daarbij zowel om het afgeven van gigaliters zuurstof, onder absorptie van stikstof, als het afvangen van fijnstof. Het voornemen gaat hieraan geheel voorbij.
Strijd met de Internationale Milieuverplichtingen
Deze drie fysische kernwaarden van bomen maken dat het voornemen ook getoetst dient te worden aan de krachtens de Milieuconferentie van Rio in 1992 aanvaarde en door de EU-overgenomen milieu-beleidsnormen. Het voornemen geeft in het geheel geen blijk van een dergelijke afweging, terwijl bij uitstek de lokale smogproblematiek een verhoogde zorgplicht geeft voor de lokale overheid. Het protocol van Kyoto uit 1997 legt internationale afspraken vast en stelt voor 28 industrielanden reductiedoelstellingen voor broeikasgassen op, bomen zorgen effectief voor een dergelijke afname.
Het zijn de praktisch te nemen stappen, die volgen uit de mooie voornemens die namens ons aller belang en met het oog op een duurzame toekomst op Staatsniveau genomen zijn. Het zijn tevens de consequenties die de harde werkelijkheid moeten keren: metingen wijzen uit dat de levensduur en de kwaliteit van het leven van de stadsbewoners afhangt van de mate van luchtvervuiling: juist daarom is het voornemen ondoordacht en wordt het lange termijn niet gediend met het voornemen. Het voornemen is in strijd met dit aanvaarde algemene belang en de kapvergunning kan ook om die reden niet in redelijkheid worden verleend.
Uitgewerkt in de Agenda 21 en herhaald op de Conferentie te Johannesburg in 2002 gelden als speerpunten “de bescherming en bevordering van de gezondheid van de mens, integratie van milieu en ontwikkeling in de besluitvorming, bescherming van de atmosfeer en behoud van biologische diversiteit” . Het voornemen doet hieraan geen recht.
Voornemen kapt toekomstig beleid voortijdig af.
Het voornemen is derhalve prematuur, omdat hierdoor de voorgenomen concrete beleidsuitgangspunten ter zake het leefmilieu, in samenhang met het architectonische ontwerpplan Cuypers, worden ontdoken en het bestuur voor voldongen feiten stellen. Dit is niet fatsoenlijk en niet democratisch, het trekt een wissel op de toekomst en ontneemt hetgeen ons toekomt: een letterlijk en figuurlijk schoon milieu.
Voorts wordt u gewezen op het feit dat het kapvoornemen tevens strijd met het Beleid Visie Groen en Blauw 2020 waar het de individuele boom-aspecten betreft (zie §4.7 , p.68-69).
De solitaire bomen als de bijzondere honingboom (26), goud-iep (73) en trompetboom (71) verdienen te meer een inspanning tot behoud, uit hoofde van de lokale biodiversiteit.
Het argument dat de goud-iep gevoelig is voor de iepenziekte snijdt geen hout!
In Amsterdam sterft jaarlijks 0,001 a 0,002 procent van het totale bomenbestand aan de ziekte, maar er sterven meer bomen aan andere ziektes als beschadigingen of kap t.b.v. realisering van projecten! Reden dus om de goud-iep te laten staan.
Daarbij komt dat de gemeente Amsterdam de iepenziekte relatief goed onder controle heeft. Door snel te reageren bij de eerste symptomen (zagen), door te kappen bij ziekte of door onder meer preventieve injectie. Kortom, geheel geen reden voor kap.
Waarborgen voor de toekomst.
Mocht het desalniettemin onvermijdelijk blijken om in te grijpen en te kappen, dan kan dit niet eerder dan vaststaat op welke wijze en onder welke stringente voorwaarden tot herplanting wordt overgegaan. Zolang dit niet vaststaat is er geen rechtvaardiging voor enige kap.
Daarbij komt dat gelet op het feit dat de dan te planten ‘iele’ boompje niet in verhouding staan tot de weggehaalde volgroeide exemplaren, indachtig de milieuwaarden, als uitgangspunt en ter compensatie dient te gelden: 1 eruit, dan 3 terug! Dat zal hoeft niet per se op dezelfde locus, maar de compensatie dient wel in de nabije omgeving plaats te vinden. Zo zal dan aan een verbetering van het leefmilieu effectief gewerkt kunnen worden.
Wij vragen u bovengenoemde punten in acht te menen, het voornemen af te wijzen gelet op de geconstateerde onvolkomenheden en een nieuw onderzoek te gelasten naar de voorgestelde gang van zaken. Tot het verlenen van enige definitieve kapvergunning kan gelet op het voorgaande vooralsnog niet in redelijkheid worden overgegaan.
Mede namens de Bomenridders Oud-Zuid,
met vriendelijke groet
Joost van Bennekom
<< sluit
zienswijze concept kapvergunning Rijksmuseum
maandag 30 mei 2006 Bomenridders: Mieke Egbers, Bruce Cohen, Toos Kossen
Geachte heer / mevrouw, 29 mei 2006
Namens de belangengroep Bomenridders Oud-Zuid wil ik de volgende punten naar voren brengen i.v.m. de kapvergunning voor 40 bomen rond het Rijksmuseum: Slechts 3 bomen zijn volgens het rapport van het Ingenieursbureau van de Gemeente Amsterdam echt herplantbaar. Dat betekent dat 37 merendeels volgroeide en gezonde bomen zullen worden gekapt en zullen verdwijnen. lees verder »
In het dossier wordt niets vermeld over het onderzoek naar de mogelijkheid van een alternatief plan waarbij de bomen gespaard zouden kunnen worden.
Volgens het dossier zal de kapvergunning worden verleend voordat het ontwerpplan voor de herinrichting en het planten van nieuwe bomen conform de architectuur van Pierre Cuypers is ingediend (voor 1 september 2006).
Gezien er onder de grond gewerkt gaat worden zowel voor het energiecentrum als voor de bouwkundige leidinggracht, en in aanmerking genomen, de reeds precaire situatie (zoals bekend) van het grondwater om en bij het Museumplein maken wij ons grote zorgen over de mogelijkheid tot realisatie van een herinrichting met bomen.
Ook staat niets vermeld over de datum waarop de herinrichting rond het Rijksmuseum een feit zal zijn.
Dit betekent dat meer dan dertig bomen voor onbekende tijd aan de groenvoorziening van Oud-Zuid worden onttrokken.
Derhalve vragen wij u het volgende:
1) Doe verder onderzoek naar de mogelijkheid bomen te sparen, dus minder kap, voordat de kapvergunning wordt afgegeven. Uit de aan het Wijkcentrum toegezonden stukken kan niet eens beoordeeld worden waar de leidingen lopen c.q. het energiecentrum komt, en of om het werk te doen daadwerkelijk bepaalde bomen moeten verdwijnen. Wellicht zijn kleine aanpassingen aan het bouwplan of aan de werkwijze om bomen te sparen mogelijk. De solitaire bomen (honingboom 26, Goud-iep 73, trompetboom 71) verdienen zeker een inspanning tot behoud. (In het rapport van het ingenieursbureau staat als motivering voor de kap van de Goud-iep dat de boom zeer gevoelig is voor de iepenziekte. Dat klopt, maar dat feit op zich is geen afdoende reden voor kap).
2) Als uit verder onderzoek blijkt dat verwijderen van de bomen onontkoombaar is, houd het concept besluit aan en geef de definitieve vergunning nog niet af totdat het ontwerp inrichtingsplan voorligt en door stadsdeel en indieners van zienswijzen plus derden beoordeeld is (het liefst door het inrichtingsplan formeel in de inspraak te brengen, net zoals is gedaan met de ruimtelijke voorwaarden voor de uitbreiding).
De voorwaarde dat voor 1 september een inrichtingsplan moet voorliggen geeft geen mogelijkheid om het inrichtingsplan te beoordelen en zonodig veranderingen voor te stellen – ook niet voor het stadsdeel – en in het conceptbesluit is het voorliggen van het inrichtingsplan ook niet opgenomen als voorwaarde voordat met de kap begonnen mag worden.
3) Neem in de definitieve vergunning de verplichting op te herplanten met dezelfde soorten om de dendrologische variatie te garanderen. (Aan het slot van het advies van het Ingenieursbureau wordt ervan uitgegaan dat met dezelfde soorten herplant wordt, maar dit is niet expliciet vermeld in de conceptvergunning).
4) Terecht wordt een herplantplicht opgelegd voor een eerder(illegaal?) verwijderde taxus (nr. 88). Waar blijft de herplantplicht voor andere reeds verwijderde bomen (bijvoorbeeld de twee illegaal gekapte metasequoia's op het voorplein)? Al het groen dat verdwenen is bij de werkzaamheden tijdens de laatste jaren dient nu te worden geïnventariseerd en er dient een herplantplicht te worden opgelegd. (Wellicht is dat al geregeld in het inrichtingsplan, maar zonder inzicht in het plan weet je het niet.)
5) Neem voorschriften op over maatregelen om te behouden bomen te beschermen tijdens de werkzaamheden. Laat van tevoren onderzoeken wat de gevolgen zullen zijn na afronding van de werkzaamheden voor de bestaande (deels monumentale!) bomen. Er dient in ieder geval een Bomen Effect Analyse gemaakt te worden, waarin geïnventariseerd wat nodig is om op zijn minst de monumentale bomen afdoende en blijvend te beschermen, en dit dient geregeld te worden in deze kapvergunning.
6) Geef een door het Stadsdeel te benoemen Bomenwacht verregaande bevoegdheden om bindende aanwijzingen te geven tijdens de werkzaamheden, en pas deze vergunning evenals de nog af te geven bouwvergunningen zonodig aan om dit goed te regelen. Er komen ingrijpende werkzaamheden tot diep in de grond dicht bij wortels van vele belangrijke monumentale bomen, die zowel op de gemeentelijke monumentale bomenlijst als op de nationale monumentale bomenlijst van de Bomenstichting staan.
7) De handelsmaat genoemd in het herplantvoorschrift is aan de krappe kant voor deze bijzondere openbare ruimte (14-16 cm = sprietjes!). Bovendien is niet duidelijk of er sprake is van omtrek of doorsnee. Wij vragen herplant met een minimum van handelsmaat 18-20 cm doorsnee.
8) Wellicht kan het stadsdeel een impuls voor behoud van zoveel mogelijk groen geven door een financiële compensatie te eisen voor ieder te kappen boom (10,000 Euro per boom?). Als er een prijskaart eraan hangt zou dat een prikkel kunnen zijn om zoveel mogelijk groen te sparen.
9) De kapvergunning moet volgens ons niet op naam van de heer Besseling persoonlijk, maar op naam van de eigenaar worden gesteld, de Rijksgebouwendienst dus.
Wij vragen u bovengenoemde punten in overweging te nemen en te verwerken in de definitieve kapvergunning.
Met vriendelijke groet,
Namens de Bomenridders Oud-Zuid
<< sluit
Bomen toch wel goed voor milieu
dinsdag 18 januari 2006 bron: Volkskrant. Auteur: Michael Persson
Eerste berekeningen wijzen uit dat bomen en planten lang niet zoveel bijdragen aan het broeikaseffect als vorige week is gesuggereerd. lees verder »
Een artikel van Thomas Röck-mann en collega's van de Universiteit van Utrecht veroorzaakte vorige week ophef. In het tijdschrift Nature beschreven zij dat bomen en planten methaan uitstoten. Omdat methaan een broeikasgas is dat bijdraagt aan de opwarming van de atmosfeer, schreef een andere deskundige in Nature dat de ontdekking consequenties zou hebben voor het Kyoto-protocol. Röckmann heeft nu berekend dat de opname van kooldioxide slechts voor 1 a 4 procent teniet wordt gedaan door de uitstoot van methaan. Rond de getallen hangt nog onzekerheid, omdat alleen in een laboratorium is gemeten. Röckmann zegt dat zijn ontdekking vooral van belang is om de huidige klimaatmodellen aan te scherpen.
<< sluit
Bossen kunnen vervuiler niet langer helpen
maandag 17 januari 2006 bron: Trouw. Auteur: Ab Pilgram
Kyotoverdrag: Nu blijkt dat bossen ook broeikasgas uitstoten kunnen alle afspraken op de helling. Echte maatregelen tegen de opwarming van de aarde zijn nodig. lees verder »
Een degelijk Duits onderzoekscentrum, het Max Planck Instituut uit Heidelberg, publiceerde vorige week een opwindend onderzoek over de uitstoot van het broeikasgas methaan. Opwindend, in ieder geval voor biologen en klimaatdeskundigen die er tot nu toe vanuit gingen dat methaan vooral vrij komt bij biologische processen in de rijstbouw, in het darmkanaal van runderen, in moerasgebieden en op vuilstortplaatsten. Methaan - een soort aardgas - is twintig keer zo sterk als het bekendste broeikasgas CO2. Niet best voor de atmosfeer en de opwarming daarvan, maar - gezien de relatief kleine omvang van methaangassen in de atmosfeer - in principe beheersbaar. Althans, dat dacht de internationale gemeenschap die in 1997 in Kyoto bijeen was om de vermindering van broeikasgassen met vijf procent wereldwijd te regelen. Volgens het Max Planck Instituut echter zit de wereldgemeenschap er flink naast. Het krachtige methaan blijkt dagelijks met miljoenen tonnen tegelijk de lucht in geslingerd te worden door onze eigen planten, bossen en struiken. Tien a dertig procent van de methaanuitstoot ontstaat 'gewoon' in de vrije natuur en die uitstoot neemt bovendien sterk toe als de zon schijnt en de atmosfeer verder opwarmt. Terug naar 1997 en de in Kyoto verzamelde wereldgemeenschap. Moeizaam was men bezig met het terugdringen van broeikasgassen. De onderhandelingen mislukken bijna omdat veel grote landen er niets voor voelen drastisch in te grijpen in eigen economieën. Totdat er een list wordt bedacht. De bossen en landbouwgronden! Die nemen gratis CO2 op uit de lucht en als je die bossen een beetje handig beheert, blijven ze dat tot in lengte van jaren doen. Dwarsliggers als Amerikanen (toen nog onder Clinton), Russen. Canadezen en Australiërs, met érg veel bossen op hun grondgebied, worden op het laatste moment en na veel theater van de Argentijnse voorzitter over de streep getrokken. In het Kyotoprotocol komt een afzonderlijke 'bossenparagraaf. Drie jaar later struikelt Jan Pronk er over als hij op de zesde klimaatconferentie in Den Haag probeert die bossen paragraaf concreet te maken. Er moet een extra conferentie in Bonn aan te pas komen om alle ruzies te Weg alle rekensommen en compromissen van jaren onderhandelen over de bossenparagraaf beslechten. Ruzies over welke bossen en landbouwgronden mogen meetellen, of dit extra inspanningen zijn en hoe de 'opzuigcapaciteit' moet worden gemeten. Om dat alles precies op te schrijven is in 2001 in Marrakesh zelfs een zevende klimaatconferentie gehouden. Intussen rekenen ook wetenschappers mee aan de uitkomsten van de VN-conferenties. Ons eigen Milieu en Natuurplanbureau (MNP) berekent dat het akkoord van Jan Pronk de uitstoot van broeikasgassen maar 'net iets onder het niveau van 1990' zal brengen. Terwijl in Kyoto een vermindering met vijf procent ten opzichte van 1990 was afgesproken. Maar, aldus het planbureau, het akkoord van Bonn en met name de paragraaf over de bossen 'moet worden gezien als een acceptabele prijs om een politiek akkoord te krijgen". Terug naar heden en het Max Planck Instituut: Bossen maken dus het sterke broeikasgas methaan. Weg alle rekensommen uit Kyoto, Bonn en Marrakesh, en weg alle moeizame compromissen van tien jaar onderhandelen over het Kyoto-protocol? Het is in ieder geval tijd voor een indringende vraag: Is er nog wel een positief verschil tussen het opnemen van CO2 door bossen en het uitstoten van methaan door diezelfde bossen? Anders gezegd: is het Kyoto-protocol nog steeds een afspraak over het verminderen van broeikasgassen? De nieuwste inzichten uit Duitsland en de hiervoor vermelde constatering van het MNP dat de uitwerking van het Kyoto-protocol ons maar 'net onder het niveau van 1990' bracht, maken dat hier ernstig aan kan worden getwijfeld. En dat brengt ons terug bij het debat uit 1997. Niet bossen maar alleen échte ingrepen in onze energiehuishouding (energiebesparing, duurzame energiebronnen) helpen om verdere opwarming van de atmosfeer en alle ecologische rampen die dat meebrengt, te voorkomen. Ingrepen die nu des te forser moeten zijn als we het extra broeikaseffect van de nieuw ontdekte methaanuitstoot willen compenseren. Na Afghanistan een goed gespreksonderwerp, lijkt me, voor de Tweede Kamer als die deze week terugkeert van kerstreces. Om te beginnen maar eens vragen aan Staatssecretaris van Geel hoe hij omgaat met de nieuwe wetenschappelijke inzichten en of hij de bossenparagraaf uit 1997 nog steeds een 'acceptabele' politieke prijs vindt. Van Geel heeft aan de laatste klimaatconferentie in Montreal in ieder geval een paar goede contacten over gehouden. Wellicht kan hij samen met de huidige Canadese voorzitter het initiatief nemen voor een ingelaste VN-klimaattop. Het onderwerp voor die top is dan duidelijk: herziening van de 'bossenparagraaf uit het Kyoto-protocol en het treffen van broodnodige aanvullende afspraken over het verminderen van broeikasgassen.
Ab Pilgram is politicoloog en was als journalist aanwezig op de klimaatconferenties van Kyoto, Den Haag, Bonn en FOTO ANP Marrakesh.
<< sluit
Bomen slecht voor milieu
woensdag 12 januari 2006 bron: NRC, door onze redactie wetenschap
Het aanplanten van bossen ter bestrijding van het broeikaseffect kan averechts werken. Er zijn aanwijzingen dat bossen veel methaan produceren en methaan (CH4) is een veel sterker broeikasgas dan CO2. De methaanproductie kan het effect van CO 2-opname daarom tenietdoen. lees verder »
Dit valt te concluderen uit onderzoek waarover vandaag gepubliceerd wordt in het tijdschrift Nature. Onderzoekers uit Duitsland, Noord-Ierland en Nederland onderzochten de methaanproductie van een reeks planten uit een Europese omgeving: es, beuk, reukgras, tarwe en maïs. Ze maten de productie van losse bladeren, al of niet gedroogd en van complete planten en vonden steeds een verrassend hoge afgifte van methaan. Deze werd door zonlicht en een hoge temperatuur nog eens extra versterkt.
Een Nature-commentaar noemt de vondst opzienbarend. Niet alleen omdat de methaanbron nog onbekend was, maar ook omdat hij volgens een ruwe schatting wel eens 20 procent van de aardse methaanproductie kan uitmaken. „Nu doemt het spookbeeld op dat nieuwe bossen het broeikaseffect versterken.” Voor het Kyoto-protocol over het remmen van de uitstoot van broeikasgassen, heeft de ontdekking consequenties.
Het is nog onbekend hoe de planten het methaan produceren. Omdat de planten of plantendelen onder normaal zuurstofaanbod werden onderzocht, was methaanproductie door zuurstofloze processen niet waarschijnlijk. De bekende en massale natuurlijke methaanproductie op aarde komt bijna uitsluitend van zuurstofloos levende bacteriën in moerassen, rijstvelden en de magen van herkauwers. In een afzonderlijke reeks experimenten kon een storende invloed van bacteriën overtuigend worden uitgesloten. Eerder onderzoek naar de uitstoot van andere kleine koolstofverbindingen doet vermoeden dat de stof pectine, bestanddeel uit de plantencelwand, de bron is van het koolstof.
Als de mondiale productie van CH4 zo hoog is als wordt aangenomen, dan is de methaanbalans eindelijk sluitend. Tot dusver gaapte een gat tussen de goed te berekenen hoge methaanomzetting in de atmosfeer en een belangrijk minder grote methaanproductie op aarde. Het inzicht maakt ook begrijpelijk waarom het methaangehalte van de atmosfeer minder snel stijgt dan verwacht. Het snelle verdwijnen van de regenwouden is misschien de verklaring.
<< sluit
Boomhutten in Schinveldse bossen
zondag 10 oktober 2005 bron: ANP-Volkskrant
bron: ANP-Volkskrant
SCHINVELD - Tientallen actievoerders van Groenfront! hebben zondagmiddag uit protest boomhutten gebouwd in een grote beukenboom in de Schinveldse bossen. De politie en marechaussee grepen, ondanks eerdere waarschuwingen, niet in. Vorige week nog had Defensie de bossen tot verboden terrein verklaard. De activisten proberen de kap van zes hectare bos vlakbij het Awacs-vliegveld bij Schinveld te voorkomen. De NAVO heeft om de kap gevraagd en minister Dekker van VROM heeft boseigenaar Defensie toestemming gegeven voor de kap. Bij de Raad van State lopen nog enkele procedures over de vraag of de minister danwel de gemeente Onderbanken, waar het bos onder valt, bevoegd is om tot boskap te besluiten. Onderbanken verzet zich tegen de grootschalige kap en wil hooguit acht bomen verwijderen. Naar verwachting wordt niet met de kap begonnen voordat de Raad van State een uitspraak heeft gedaan. Bomen en verbetering luchtkwaliteit
zondag 03 oktober 2005 Een onderzoek naar de effecten van bomen rondom de Ruit van Rotterdam van Fred Tonneijk
Klik hier voor het downloaden van het .pdf bestand. Strijd om Bijlmerbomen
woensdag 01 september 2005 bron: Volkskrant auteur: Dirk van Harten
De vernieuwing van de Bijlmermeer heeft de 3G-buurt bereik
De vernieuwing van de Bijlmermeer heeft de 3G-buurt bereikt. De bewoners van deze ‘betere wijk’ hebben bezwaren. De dijk en de bomen verdwijnen. lees verder »
VIDEO Bewoners zijn blij met de Bijlmermeer De verlaging van de Bijlmer- en de ’s-Gravendijkdreef geldt als een heet hangijzer in Amsterdam-Zuidoost. De deelraad ging in 2001 pas akkoord met de verlaging nadat er 53 uur over was vergaderd. De emoties liepen daarbij hoog op. De welgestelde, witte bewoners van de 3G-buurt zouden de hoge dreven willen behouden om de arme zwarte huurders van de hoogbouw te weren. De bewoners van 3G verzetten zich fel tegen dit beeld. Velen zijn zelf ooit als huurder in de Bijlmer begonnen en 3G is bijna net zo kleurrijk als het stadsdeel zelf, dat 130 nationaliteiten telt. In het verleden hebben bewoners van de hoogbouw zich tegen de vernieuwing verzet. Met succes. Hun flats zijn behouden en vormen tegenwoordig het Bijlmer Museum. In Amsterdam-Zuidoost wonen ruim 86 duizend mensen, van wie ongeveer 50 duizend in de Bijlmer. ‘Kijk, dat is communicatie volgens het stadsdeel!’ Woedend wijst Hans van Ries op het briefje dat op de bushalte aan de ’s-Gravendijkdreef hangt en dat vermeldt dat de halte is opgeheven. Alleen dankzij dit briefje wisten de bewoners van Groenhoven, Gouden Leeuw en Geerdinkhof volgens Van Ries dat het werk begint. Dat de bomen gekapt worden en dat de dreef wordt verlaagd. Dat de vernieuwing van de Bijlmermeer kortom ook hun huizen heeft bereikt. In tegenstelling tot elders in de Bijlmer, zijn ze in Groenhoven, Gouden Leeuw en Geerdinkhof niet zonder meer blij met de vernieuwing. Maar de ‘3G-buurt’ is dan ook de Bijlmer op zijn best. Goed onderhouden koopwoningen, zowel laag- als hoogbouw, in een veilige parkachtige omgeving, die de bewoners deels zelf onderhouden en schoonmaken. ‘Dit is een van de weinige plekken in de Bijlmer waar de mensen tevreden wonen’, meent Van Ries, zelf bewoner van Gouden Leeuw.
Stadsdeel Zuidoost en het Projectbureau Vernieuwing Bijlmermeer geven het graag toe: de 3G-buurt is een voorbeeld voor de Bijlmer. De in 1992 begonnen vernieuwingsoperatie raakt de wijk ook slechts zijdelings. Alleen de ’s-Gravendijkdreef en de Bijlmerdreef, de op een dijk gelegen wegen die nu een natuurlijke barrière vormen tussen de 3G-buurt en de vernieuwingsgebieden, worden verlaagd. Aan weerszijden komt bebouwing. Weg dijk, weg bomen. ‘Terwijl veel mensen hier juist vanwege het groen zijn komen wonen’, zegt Just Guicherit, bewoner van Geerdinkhof. ‘Als je niet weet waar Geerdinkhof ligt, kun je het in de zomer niet vinden vanwege de bomen langs de dreef. Je rijdt er zo voorbij.’ De bewoners van de 3G-buurt strijden al sinds 2001 voor het behoud van het groen op de dreven. Samen met planologen en architecten maakten ze alternatieve plannen. Het laatste voorstel, waarbij een deel van de dreef behouden blijft, kon volgens Guicherit rekenen op de steun van 80 procent van de wijkbewoners. Voor stadsdeel Zuidoost was het onbespreekbaar. Overal in de Bijlmer worden de dreven verlaagd. Ook de delen van de Bijlmer- en de ’s-Gravendijkdreef die grenzen aan de stukken langs de 3G-buurt zijn geslecht. ‘Mensen roepen al snel dat de politiek niet luistert als ze hun zin niet krijgen’, legt stadsdeelwethouder Pieter Litjens uit, zelf bewoner van Geerdinkhof. ‘Maar wij moeten het grote geheel in de gaten houden.
De raad heeft in 2001 besloten de dreven te verlagen. Daar komen we niet meer van terug. Over de bebouwing valt te praten, maar die dreef gaat omlaag.’ Litjens geeft toe dat het stadsdeel ‘geen schoonheidsprijs’ krijgt voor de communicatie. De eerste bomen op de ’s-Gravendijkdreef zijn maandag geveld, maar de bewoners van 3G strijden door. Al wordt het vertrouwen in een goede afloop minder. ‘We ketenen ons niet vast aan de bomen.’ zegt bewoner Yolanda Grift. ‘Het hoogtepunt van onze burgelijke ongehoorzaamheid was toen we een spandoek ophingen. We zijn eigenlijk te netjes om actie te voeren.’
<< sluit
Over een heel oude paardekastanje aan de Hemonylaan
maandag 26 juli 2005
die eerst bedreigd werd met kap, toen met meer dan 40 % snoei, die daarna het vooruitzicht kreeg van een meer redelijke snoeiproportie van hoogstens een kwart, maar die uiteindelijk geveld werd door een noodkap, terwijl er juist geprobeerd werd hem de status van monumentale houtopstand te geven. Een jonge vruchtloze rode paardekastanje is inmiddels aangeplant. lees verder »
Hoe heeft het zo kunnen lopen? Dit is een verhaal met verschillende (deskundigen)perspectieven en strategieën in twee door elkaar heen lopende procedures met biologische en juridische argumenten. lees verder »
I De boom Laten we eerst de hoofdfiguur eens voorstellen. De paardekastanje in kwestie stond op een parkeerplaats aan de achterkant van de Stadhouderskade 140-141, goed zichtbaar voor bewoners aan de Hemonylaan en bezoekers van de Lidl. Hij was behoorlijk op leeftijd, misschien wel 100 jaar of ouder, een behoorlijk exemplaar van 16 meter hoog en een diameter van 70 cm van de dikste stam, behoorlijk scheef, dat wel, overhellend in de richting van de parkeerplaats en dicht tegen de gevel van het pand, Hemonylaan nr. 21a, aan staand. Tenslotte kwam hij met zijn kroon in de buurt van enkele lindebomen die ten zuiden van hem langs de Hemonylaan staan.
II De aanvrager van de kapvergunning De eigenaar van het perceel dacht dat het snoeien van de paardekastanje niet meer zou helpen om de scheefstand te corrigeren, aangezien de boom aan de verzakte kant al kaal gezaagd was. Omdat hij ook de kans op omvallen behoorlijk groot vond, dient hij een aanvraag voor een kapvergunning bij het stadsdeel in, dat op 25 juni 2003 wordt ontvangen.
III Het voornemen tot verlening van de kapvergunning Het stadsdeel laat een groeninspecteur van het stadsdeel een kijkje nemen en een advies opstellen. Deze vindt dat de paardekastanje concurreert met twee lindebomen en dat door de zware kroon en de scheefstand van de kastanjeboom er `eventueel de kans op omvallen van de boom’ bestaat, waardoor schade toegebracht zou kunnen worden aan personen en/of goederen in de omgeving. Het stadsdeel maakt op grond van dit advies een `ontwerp besluit’ tot verlening van een kapvergunning en publiceert dit voornemen om een kapvergunning te verlenen in het Stadsblad op 20 augustus 2003.
IV Buren en bomenridders in actie Gelukkig leest een bomenridder het Stadsblad en komt samen met de Bomenwerkgroep van het Wijkcentrum Ceintuur in actie. Buren worden gewaarschuwd dat zij een `zienswijze’ kunnen indienen als ze willen dat de boom blijft staan. De actie heeft succes: er komen tussen 15 september en 15 oktober maar liefst 8 brieven bij het stadsdeel binnen, waarin buren en de bomenwerkgroep argumenten aanvoeren dat de paardekastanje niet gekapt mag worden. De betrokken burgers betogen dat de boom het goed kan houden door sterke wortels en jongere takgroei, dat de concurrentie met de linden onzin is, dat de buur van nr. 21a de boom geen probleem vindt voor zijn muur en dat de boom voor de omwonenden als zeer waardevol wordt beschouwd.
V Aanvraag monumentale status Bomenridder van het eerste uur, Bruce Cohen vindt de schoonheid en ouderdom van de paardekastanje zelfs zodanig dat hij niet alleen de kap wil tegenhouden, maar zich ook wil beijveren voor een beschermde status van de boom. Hij dient op de zelfde dag als de zienswijze (15/9/03) namens de bomenwerkgroep van het wijkcentrum een aanvraag in tot plaatsing van de paardekastanje op de monumentale bomenlijst. In de zienswijze ingediend tegen het voornemen tot kap wordt gevraagd het besluit over kap uit te stellen totdat de commissie monumentale bomen een advies over de boom kan uitbrengen.
VI Het stadsdeel komt terug op zijn voornemen: geen kap maar snoei Onder de indruk van zoveel zienswijzen van buren en bomenwerkgroep, stuurt het Dagelijks Bestuur van het stadsdeel een tweede groeninspecteur op de boom af, die de situatie minder gevaarlijk ernstig inschat dan zijn eerste collega. Het stadsdeel maakt een nieuwe belangenafweging: `In aanmerking genomen dat de boom door zeer velen als zeer waardevol wordt beschouwd, de boom een hoge leeftijd heeft, geen sprake is van direct en acuut gevaar voor de omgeving, de bewoner van perceel Hemonylaan 21 A geen overlast ondervindt van de scheefstand van de boom en dat de concurrentie tussen de lindebomen en de kastanjeboom door middel van snoei is op te lossen , is het Dagelijks Bestuur in dit geval van mening dat het belang dat is gediend met het behoud van deze boom, zwaarder dient te wegen dan het belang dat is gediend met de kap van de boom.’ Op 5 november 2003 wordt de kapvergunning geweigerd, snoeien mag wel, maar pas wanneer de belanghebbenden de mogelijkheid hebben gehad om te protesteren ( in wettelijk jargon: de vergunning wordt verleend onder de voorwaarde dat de bezwaartermijn voor belanghebbenden is verstreken (zes weken), dan wel twee weken na dat beslist is op bezwaar, dan wel beslist is op een tijdig ingediend verzoek om een voorlopige voorziening bij de rechter). Een dag later (6 november dus) ligt er al een bezwaarschrift van de werkgroep Bomen: in de snoeivergunning van 5 november staat dat “meer dan 40%” mag worden gesnoeid. Dat is wel erg fors. De bomenwerkgroep stelt in het bezwaarschrift dat de behandeling die de boom nodig heeft zeer specifiek is en om een nauwkeuriger omschrijving vraagt dan “meer dan 40%”. Verkeerd snoeien kan anders een uitgestelde kap worden. De bomenwerkgroep vraagt tenslotte het advies van de commissie monumentale bomen af te wachten, zodat aan de hand van dat advies het percentage en de precieze snoeiwijze overwogen kunnen worden. Het stadsdeel vindt het toegestane snoeipercentage ook fors uitgevallen en brengt dit in een gewijzigd besluit van 30 januari 2004 terug tot een vergunning tot snoei van “ niet meer dan 25%”. Over een eventueel advies van de commissie monumentale bomen rept het gewijzigt besluit niet.
VII Handhaving bezwaar tegen snoei vanwege vertraagde behandeling monumentale bomenstatus Omdat het gewijzigt besluit niets vermeldt over een advies van de commissie monumentale bomen dient de bomenwerkgroep op 4 maart 2004 opnieuw een bezwaarschrift in. Gebleken is dat de aanvraag voor monumentale bomenstatus nog maar net is begonnen. Betoogd wordt dat genoemde commissie de tijd moet krijgen om de boom in blad en ongesnoeid te beoordelen, niet alleen voor de wijze van snoei, maar ook voor de aanvraag van de monumentale status.
VIII De aanvraag van de monumentale status afgewezen Op 26 maart 2004, een half jaar na de aanvraag tot plaatsing van de paardekastanje op de monumentale houtopstandenlijst, is de adviescommissie zover. Haar advies over de monumentale status is negatief. De commissie bevestigt dat het om een heel oude boom gaat, maar vindt dat de zeer moeilijke standplaats (scheefgroei en concurrerend met lindebomen) en de onzekerheid over de toekomstige instandhouding van de boom, maken dat de boom geen toegevoegde waarde heeft als monumentale boom aan te wijzen Het Dagelijks Bestuur besluit op grond van dit advies de aanvraag van de monumentale status af te wijzen. Zij neemt dat besluit op 27 april en brengt op 3 juni de bomenwerkgroep op de hoogte, die tegen dat besluit bezwaar aantekent.
IX Bezwaren tegen de afwijzing De bezwaren van de bomenwerkgroep komen neer op de volgende 3 argumenten: 1. Inconsequentie argument Het is inconsequent om deze boom zijn scheve groei aan te rekenen als men bedenkt dat vele monumentale bomen in dit stadsdeel ook scheef zijn. Bovendien verwacht het stadsdeel dat de scheefgroei niet zal leiden tot omvallen. Het stadsdeel heeft immers eerder scheefgroei onvoldoende reden gevonden om een kapvergunning te verlenen. Het is daarom inconsequent om dat wel als reden te gebruiken om de boom niet te plaatsen op de lijst van monumentale bomen. 2. Concurrentie argument De boom staat ten noorden van de lindebomen langs de Hemonylaan: hoe kan een boom die ten noorden van andere bomen staat deze bomen beconcurreren? Bovendien is de boom veel ouder dan de linden, zodat de linden eerder de paardekastanje beconcurreren. 3. Toegevoegde waarde argument De adviescommissie baseert het ontbreken van toegevoegde waarde van de boom op een bezoek in hartje winter. Dat is wat mager om de toegevoegde waarde te beoordelen. Daarvoor moet men bedenken dat de boom uit de begintijd van de Pijp stamt, beeldbepalend is voor de omgeving, er prachtig uit ziet en bijna vol in de openbare ruimte staat.
X Een aanvullend advies van de commissie monumentale bomen Er wordt een hoorzitting gepland op 27 augustus 2004 door de Algemene Bezwaar- en Beroepscommissie van het stadsdeel. Ter voorbereiding van de hoorzitting en naar aanleiding van de hierboven genoemde 3 bezwaren vraagt het stadsdeel aan de commissie monumentale bomen zich nog eens te buigen over haar eerder gegeven afwijzend advies met betrekking tot de aanvraag tot monumentale bomenstatus. Op de valreep bezoekt de commissie de paardekastanje voor een tweede keer en brengt een dag voor de hoorzitting (!) een aanvullend advies uit. Zij blijft bij haar eerder advies om de aanvraag tot plaatsing op de lijst van monumentale bomen af te wijzen, maar geeft daarvoor een uitgebreidere motivering, waarbij zij ingaat op de bezwaren van de bomenwerkgroep tegen de afwijzing. Naar aanleiding van het inconsequentie argument geeft de commissie een uitgebreide analyse van de redenen van scheefstand. Zij schat daarnaast in dat snoei (die zeer grote wonden zou veroorzaken met kans op infecties) weinig kans geeft op handhaving van de boom. Eigenlijk komt het erop neer dat de commissie zegt: de boom is misschien niet slecht genoeg om een kapvergunning af te geven (hoewel zij daar wel toe neigt, maar erkent dat voor harder bewijs een technisch stabiliteitsonderzoek nodig is), maar de boom is ook weer niet goed genoeg om op de monumentale bomenlijst te plaatsen. Omdat de paardekastanje door zijn slechte conditie niet voldoet aan beide criteria van ouderdom èn conditie die volgens artikel 4 lid 1 van de Bomenverordening Amsterdam Oud Zuid 2001 vereist zijn voor plaatsing op de monumentale bomenlijst, kan de commissie voor haar advies tot afwijzing met deze overweging volstaan. Toch doet zij dat niet. Zij gaat ook in op het argument van de toegevoegde waarde en met name de beeldbepalendheid van de paardekastanje en vervlecht daarin haar antwoord op het concurrentie argument. De commissie gaat ervan uit, dat voor de beeldbepalendheid van een boom naar de toekomst van het straatbeeld aan de Hemonylaan gekeken moet worden. Dit straatbeeld gaat uit van een `eenheid’ van de hoofdbeplanting bestaande uit lindes aan beide zijden van de laan, die volgens de commissie binnen afzienbare termijn als monumentale houtopstand aangemerkt kunnen worden. Het belang van de beide rijen linden worden dus door de commissie belangrijk gemaakt. Het gaat niet meer alleen om de twee linden die volgens de commissie overigens wel degelijk concurrentie ondervinden door de paardekastanje (doordat de kroon van de paardekastanje in de kronen van beide lindes hangt). Nee, het gaat om het belang van een gelijkmatig beeld in de hoofdbeplanting van de twee rijen lindes van de hele straat. De commissie noemt deze toekomstvisie, die door stedenbouwkundige ontwerpers is bepaald, van eminent belang. Tja, tegen zo’n groot belang legt een enkele concurrerende, aftakelende bejaarde “zorgenboom” het natuurlijk af.
XI De hoorzitting Op de hoorzitting worden beide bezwaarschriften van de bomenwerkgroep behandeld. Het gaat allereerst om het bezwaar tegen de 25%-snoeivergunning en in de tweede plaats om het bezwaar tegen de afgewezen aanvraag van de monumentale status. Het eerste bezwaar tegen de snoeivergunning trekt de bomenwerkgroep in. Er is nu immers een advies van de commissie monumentale bomen. Wat betreft het bezwaar tegen de afwijzing van plaatsing van de paardekastanje op de monumentale bomenlijst brengt de bomenwerkgroep naar voren dat twee door de werkgroep zelf geraadpleegde bomendeskundigen menen dat er niks mis is met de paardekastanje. De werkgroep heeft hier echter geen schriftelijk bewijs van. De verschillende deskundigen spreken elkaar dus tegen op het punt van de stabiliteit van de boom. De werkgroep meent daarom dat er een stabiliteitsproef uitgevoerd moet worden. Blijkt daaruit dat de boom instabiel is, dan is de werkgroep geen tegenstander van kap.
XII Het advies van de Algemene Bezwaar- en Beroepscommissie Naar aanleiding van de hoorzitting geeft de Algemene Bezwaar- en beroepscommissie (ABB) op 9 november 2004 aan het Dagelijks Bestuur het advies om het bezwaar van de werkgroep bomen ongegrond te verklaren en het besluit tot afwijzing van de aanvraag tot plaatsing op de monumentale bomenlijst te handhaven. De ABB benadrukt dat de scheefgroei weliswaar geen reden is geweest voor kap, maar dat het niet inconsequent is om scheefgroei wel een reden te vinden voor de beoordeling van de monumentale status. Het afwegingskader voor kap is immers een ander dan voor de monumentale bomenstatus. Voor dit laatste geldt artikel 4 van de bomenverordening die gaat over ouderdom en conditie. De commissie monumentale houtopstanden heeft dit kader juist gehanteerd, zodat het bezwaar van inconsequentie tegen het advies niet opgaat. De ABB hecht verder geen waarde aan de deskundigenadviezen die door de bomenwerkgroep zijn ingewonnen, omdat zij daarvan geen schriftelijke bewijzen heeft kunnen overleggen. Het Dagelijks Bestuur neemt eind november 2004 het advies van de ABB over: het verklaart het bezwaarschrift van de bomenwerkgroep ongegrond en laat het besluit tot afwijzing van de aanvraag tot plaatsing om de monumentale bomenlijst in stand.
XIII Stabiliteitsproef, noodkap en herplant Naar aanleiding van de hoorzitting heeft de eigenaar een stabiliteitsproef door IBA Groenadvies laten uitvoeren. Dit bedrijf heeft op grond van deze proef geadviseerd de paardekastanje via een `noodkapprocedure’ per direct te kappen. Het stadsdeel heeft voor de noodkap eerst mondeling toestemming gegeven en dit op 30 november 2004 schriftelijk vastgelegd. Reden: aantoonbaar acuut gevaar voor de veiligheid van personen en zaken als bedoeld in art. 7 li3 en 4 Bomenverordening Oud Zuid 2001. Het stadsdeel heeft aan de eigenaar geen verplichting tot herplant opgelegd. De eigenaar heeft echter in januari 2005 vrijwillig een paardekastanje aangeplant.
<< sluit
Stelling Bomenstichting:
zondag 25 juli 2005 Diana van Putten
“De toekomst van de stadsboom in relatie tot de opwarming van de aarde”, is het thema van de discussie gehouden op het Boomfestival, ditmaal ter ere van het 35-jarig bestaan van de Bomenstichting. De stelling is als volgt: Zorg voor een breed assortiment stadsbomen, inheems zowel als uitheems, op uitstekende groeiplaatsen. Grijp niet in en kijk welke bomen overleven.
Marjan van Elsland, ambassadeur van de Bomenstichting verklaart de stelling nader. De opwarming van de aarde is gaande, zelfs als we in staat zijn om de uitstoot van broeikasgassen te stoppen zal het effect hiervan nog tientallen jaren duren. We hebben of krijgen zachte winters en hete droge zomers. Ziekten en plagen spelen een rol in de natuur. Kijk naar de paardenmineermot. Stadsbomen hebben het nu al zwaar, veel straatbomen zullen verdrogen als het waterpeil niet omhoog gaat. We kunnen de bomen water geven, maar we zullen zelf problemen krijgen met drinkwatervoorziening- zo is de voorspelling. lees verder »
Het idee is om de weerbaarheid van de bomen te vergroten. Dat betekent dat we niet moeten ingrijpen. Stop met het uitroeien van de exoten, importeer zuid-europese bomen om een versnelde evolutie tot stand te brengen. Stop met het beschermen van bomen, maak goede groeiplaatsen zodat ze zich goed kunnen verankeren. Het moeten geen kasplantjes zijn. Gif is taboe, laat de schimmels en de beestjes maar komen.. Zorg voor een breed assortiment stadsbomen op een goede plek. Verzorgen mag natuurlijk, maar grijp niet in. Wacht af welke bomen zullen overleven. Frits Mohren, hoogleraar Bosbouw en een van de auteurs van het boek “Opgewarmd Nederland” geeft zijn visie op de stelling. We moeten niet bang zijn voor klimaatverandering. Geef bomen de ruimte. Kijk hoe bomen in bossen groeien, bomen passen zich aan. Door de stijging van de temperatuur zal er meer vocht in de lucht zijn. Steden zijn warmer dan de omgeving, het zal alleen maar warmer worden. Bomen hebben een verkoelend effect op hun omgeving, daarom zijn de soorten uit Zuid-Europa aan te bevelen. Deze zijn al aangepast aan warmte. We kunnen leren van de arboreta in ons land. Henk Langeveld, groenbeheerder van een gemeente en voorzitter van het Platform Groenvoorzieningen geeft zijn mening. Hij pleit voor een natuurlijk evenwicht in de steden. Berenklauw en kastanjevuur vormen een bedreiging voor dit evenwicht, evenals de iepziekte die je duurzaam moet bestrijden. Doe iets aan de verdroging. Hij is niet voor het importeren van exoten. De grondwater stand mag niet verlaagd worden. Verder is hij van mening dat het stadsgroen onderdeel van onze cultuur is. De zaal reageert op de stelling met een groot aantal vragen waarin naar oplossingen gezocht wordt. Ondermeer over het tekort aan water: zorg voor waterbassins en losse bestrating zodat het regenwater een weg kan vinden in de grond. Waarom een stadsboom oud moet worden is omdat een kleine boom niet zoveel effect heeft als een grote boom, niet zozeer oud. Op de vraag wat je nu als exoot moet beschouwen is lastig. Daar moet je niet dogmatisch mee omgaan. Waar het op neer komt is dat een boom aangepast moet zijn aan de groeiomstandigheid. Het gaat er om waar welke boom kan gedijen. Belangrijk is dat er kennis moet zijn bij groenmensen die ontwerpen en bezig zijn met de inrichting van steden. Het zou een goed idee zijn om de milieugroepen te betrekken bij het beheer van een gemeente. Laten we respect hebben voor bomen. Zowel voor als na de discussie was de meerderheid vóór de stelling van de Bomenstichting. juni 2005, Diana van Putten
<< sluit
Zoveel bomen naar de knoppen
vrijdag 23 juli 2005 bron: Volkskrant Auteur: Marieke van Aarden
Overal staan kastanjes te sterven en niemand weet echt waarom. De toverdokters staan in de rij, dat wel. Groenbeheerdeskundigen vrezen dat de talloze zieke paardekastanjes de voorbode zijn van iets veel dramatischers.
In Nederland en grote delen van Europa kwijnen de paardekastanjes weg. Majestueuze exemplaren langs de Hofvijver in Den Haag raken in de versukkeling. In Amsterdam-Noord bij het uiteinde van de Coentunnel staan sommige bomen er met diepe scheuren in de stammen zwaar gehavend bij. De beeldbepalende kastanjes langs de ringweg in Houten verkleuren en sommige sterven af. En in de Haarlemmermeer worden dode paardekastanjes gekapt om te voorkomen dat fietsers een afgebroken tak op hun hoofd krijgen. lees verder »
De aangetaste bomen vertonen vochtplekken in de stam, scheuren in de bast en er druppelt rode vloeistof uit die brede strepen over de stam trekt. Daarom wordt de paardekastanjeziekte ook wel de bloedingsziekte genoemd. In de stervensfase laat de bast los en komt de stam open te liggen voor velerlei schimmels en insecten. Binnenkort verschijnt de landelijke inventarisatie van de zieke bomen en daaruit zal blijken dat de ziekte zich twee jaar na de ontdekking in 2003 massaal over Nederland heeft verspreid. Vorig jaar waren vooral de paardekastanjes (Aesculus) in noordwest Nederland aangetast, nu moeten ook de rood- en witbloemige kastanjes in de rest van het land eraan geloven. Is er sprake van een virus, fytoplasma (ziekteverwekkende bacteriën zonder celwand), een schimmelziekte als phytophthora of een andere ziekmakende bacterie? Er is haast geboden, want pas als de oorzaak bekend is, kan gericht tegen de ziekte worden opgetreden. En de bomen gaan dood. Maar onderzoekscoördinator ir. Fons van Kuik, gewasbeschermingsdeskundige van het Praktijkonderzoek Plant en Omgeving van Wageningen Universiteit en Research heeft nog geen helder beeld. In september of oktober komt het rapport uit over de oorzaak van de bloedingsziekte. Van Kuik en de acht betrokken onderzoeksinstituten weten inmiddels dat het geen schimmelziekte is, ook geen virus, maar dat een Pseudemonasbacterie wel een rol speelt, zij het misschien een bijrol. Want Pseudemonas is niet de enige oorzaak. ‘Het is een complex geheel’, schetst Van Kuik. ‘Ook andere factoren zoals extreem weer, klimaatverandering en het oprukken van de kastanjemineermot spelen vermoedelijk een rol. Destijds bij de iepenziekte waren de omstandigheden gunstig voor een snelle verspreiding van de ziekteverwekker via de wortels van de bomen. Maar de kastanjeziekte duikt op zoveel verschillende plaatsen op dat het moeilijk is voor te stellen dat slechts een bacterie ervoor verantwoordelijk is’, zegt Van Kuik. Zijn grote vraag is waarom de bacterie nu zijn kans grijpt. De hypothese van de onderzoeker is dat de groeiomstandigheden danig zijn verslechterd. ‘In 2003 heerste in de lente een hittegolf en daarna regende het overvloedig, wat schadelijk is voor de wortels. Ook de mineermot sloeg toe waardoor de bladeren verkleurden. De groene bladeren verdwenen al in juni, juli, waardoor de boom minder voedingsstoffen kon opnemen. Door de verstoring tussen boomwortels en kroon ontstond vocht in de bast. Omdat dit vocht niet door de boom getransporteerd kon worden, gingen de bomen lekken.’ Nu het mysterie over de paardekastanjeziekte niet is opgehelderd, grijpen allerlei bedrijven hun kans. ‘Iedereen zegt de oplossing te hebben. Zo gaat het altijd in dit soort omstandigheden’, zegt Van Kuik. Ook landschapsecoloog Geerten Kalter die de gemeente Houten adviseert, krijgt geregeld de snelle commerciële jongens over de vloer. ‘Je merkt al gauw of het verkooppraatjes zijn of dat een bedrijf echt wil meedenken.’ De gemeente Houten is behoorlijk de klos. In 1973 werd besloten Houten herkenbaar te maken door de buitengrens met bomen te accentueren. Langs de ringweg werden paardekastanjes geplant, twee rijen dik. In 1973 was geen enkele ziekte rond de paardekastanje bekend, zegt Peter Rakké van openbare werken. De keuze was niet moeilijk: de boom bloeit prachtig, heeft een mooie vorm. En wat voor Houten belangrijk was, kinderen mochten niet worden aangetrokken de ringweg over te steken, om kastanjes te rapen. Die geeft de Aesculus hippocastanum Baumannii namelijk niet. ‘Voor de jeugd valt er geen lol aan te beleven’, zegt Rakké. Van de 2600 paardekastanjebomen in Houten is 70 procent aangetast. Zouden al die bomen vervangen moeten worden, dan kost dat kapitalen. In Houten in het vrije veld kost dat 300 euro per boom maar in de stad al gauw 3500 euro, zo is becijferd. Veldexperimenten Houten zet daarom de toon met veldexperimenten. Middelen worden uitgetest en bomen vertroeteld om te zien of verbetering van de boomconditie de boom door de ziekte heen trekt. Dinsdagochtend vroeg staat onderzoeker Leo Slingeland dan ook al boomstammen te bespuiten met acht varianten van zuren in combinaties met vitamines. De stammen zuigen het mengsel op. Drie keer krijgen de bomen zo’n spuitbeurt met tussenpozen van achttien dagen. Op vochtplekken wordt een pasta gesmeerd van schapenvet en mineralen. ‘En dan maar afwachten of deze oppepper helpt’, zegt Slingeland. Een eindje verderop mag het bedrijf Boom Totaalzorg tien bomen vertroetelen met verrijkte compost die onder hoge druk bij de wortels wordt aangebracht. ‘Hiermee willen we nagaan of de aantasting door de ziekte verandert als we de conditie verbeteren’, zegt Kalten. Een derde experiment vindt plaats bij de bomen op een parkeerterrein bij de Rabobank. Mest, beluchting van de wortels en Pireco, een biologisch middel met knoflook als hoofdbestanddeel moet het leven van de paardekastanjes redden of rekken. Knoflook wordt ingezet om insectenvraat tegen te gaan; de smaak bevalt de insecten niet en daarom zullen ze wegblijven, luidt de redenering. Sprayen met paardenpis, knoflooktenen? Ir. Jitze Kopinga van onderzoeksinstituut Alterra laat duidelijk twijfel in zijn stem doorklinken als hij over deze bestrijdingsalternatieven praat. ‘Met knoflook zul je best wel eens een luisje raken. Maar als we dergelijke bedrijven vragen informatie op te sturen waaruit blijkt dat de werking ook wetenschappelijk is vastgesteld, horen we niets meer. Bij ons heeft zich niemand gemeld.’ Maar onderzoeker Kopinga voelt dan ook niet de hete adem van boze bewoners in zijn nek. ‘Jullie staan maar te kijken en doen niets’, is het verwijt dat Hans Kaljee, boomconsulent van Amsterdam van bewoners te horen krijgt. ‘Doe iets met knoflook, hoor ik dan. Baat het niet, het schaadt ook niet.’ De beroemde kastanje bij het Anne Frank Huis, waarop Anne uitkeek, is bijvoorbeeld met knoflook omgeven. Kaljee geeft veel excursies. ‘Uitleg doet wonderen. Het geeft rust als mensen weten dat er zorgvuldig naar het probleem wordt gekeken. Maar ook bij elke excursie wijst iemand een zendmast van gsm of umts als boosdoener aan. De elektromagnetische straling zou de paardekastanjeziekte veroorzaken, hoor ik dan. Dat is ongrijpbaar. Ik zal niet zeggen dat het niet zo is. Ik weet het gewoon niet.’ Onderzoeker Kopinga die vroeger gsm en umts naar het rijk der fabelen verwees, heeft zijn trekken thuis gekregen. ‘Ik heb inmiddels geleerd nooit beleidsonvriendelijke uitspraken te doen als je onderzoeksgeld wilt krijgen. Als er een pot met geld staat, moet je niet meteen zeggen dat klimaatverandering of elektromagnetisme onzin zijn om bepaalde ziekten te verklaren. ‘Met mijn ethiek is niets mis. Ik heb echter met bazen te maken, die graag onderzoekopdrachten krijgen.’ IJsberg Boomonderzoekers, adviseurs van gemeentelijke groendiensten en beleidsmedewerkers hebben de werkgroep Aesculaap opgericht, die van LNV-minister Cees Veerman 275 duizend euro heeft gekregen voor onderzoek. De zorg van de werkgroep is dat de kastanjeziekte het topje van de ijsberg is. De deskundige ogen, steeds beter op de ziekteverschijnselen getraind, zien ook aantastingen aan linden, esdoorns, beuken en eiken. ‘We noemen het de paardekastanjeziekte, omdat die zich daar het scherpst manifesteert. Ik wil wel toegeven dat vergelijkbare symptomen ook bij andere boomsoorten zijn geconstateerd’, zegt de landschapsdeskundige Kalter. Boomonderzoeker Kopinga is wat terughoudender. Soms lijkt een eik ook aan bloedingsziekte te lijden als een kever een gaatje in de bast boort waarna een zwarte vloeistof tevoorschijn komt. Dat is een ander fenomeen. En als de boom vitaal is, krijgt die er nauwelijks last van. Ook de slijmvloedziekte bij beuken hoeft niet ernstig te zijn omdat die slechts incidenteel voorkomt. Maar paardekastanjes die massaal in een jaar dood gaan, is een ander verhaal, aldus Kopinga. Voorlopig zijn er geen keiharde feiten over de oorzaak van de kastanjeziekte. Dat de onderzoekers niets vinden, kan ermee te maken hebben dat de ziekteverwekker een kettingreactie op gang heeft gebracht, maar zelf niet meer aanwezig is. Dus is nu het devies: laat zieke bomen staan en snoei ze niet. Rooi ze alleen als ze gevaar opleveren. Kopinga: ‘Als het een besmettelijke aandoening is, krijgt die zo in elk geval minder kans zich via het gekapte hout te verspreiden.’
<< sluit
BPZ–voorstel Bomenbalans voor de Zuidas
woensdag 21 juli 2005 T.b.v. Raadscommissie Zuidas
lees verder »
1 Aanleiding/het probleem Inleiding In de Zuidas wordt op grote schaal gesloopt, gegraven en gebouwd. Het is misschien wel de grootste bouwput van Nederland. Door de vele jarenlange werkzaamheden in de Zuidas verdwijnen massaal bomen en ander groen, zoals bosplantsoen. De effecten blijven niet beperkt tot de Zuidas. Een deel van de extra waterberging die moet worden aangelegd ter compensatie van het verdwijnen van groen in de Zuidas is gepland buiten het Zuidasgebied. Hiervoor moeten nog meer bomen wijken, bijvoorbeeld in het Gijsbrecht van Aemstelpark en bij Zorgvlied. Bomen kunnen een gunstig effect hebben op de luchtkwaliteit, zoals blijkt uit onderzoek door de Universiteit Wageningen. Zeker in de Zuidas, zo vlak bij de A10, vervullen bomen een zeer nuttige functie.
Bomen en verbetering luchtkwaliteit (Samenvatting presentatie Fred Tonneick (Plant Research, Universiteit Wageningen) voor Bewonersplatform Zuidas, 25 april 2005) Planten en bomen vangen vervuiling af via de huidmondjes op de bladeren. De stoffen die afgevangen worden zijn : NOx , O3 , NH3 , SO2 , NO2 en VOS (vluchtige organische stoffen). Welke stoffen het best worden afgevangen hangt af van de soort boom en de bladersoort. Brede, dunne bladeren zijn zeer effectief. Bladeren met een dikke "huidlaag" vangen veel VOS weg. Bomen met ruwe, harige bladeren spelen een grote rol bij de depositie van fijn stof (PM10). Fijn stof is zeer schadelijk voor de gezondheid, hoe kleiner de deeltjes hoe dieper ze in de longen kunnen doordringen. Er is discussie of de huidige normen wel streng genoeg zijn. Verontreiniging wordt het best bestreden met een beplanting van verschillende soorten bomen met verschillende bladeigenschappen. Deze moeten geplant worden in een open structuur, voor optimale windvanging, zgn. "poreuze windsingels". In de Verenigde Staten is het aanplanten van grote aantallen bomen al jaren gebruikelijk in de strijd tegen luchtvervuiling in bepaalde gebieden. Bij een juiste toepassing kunnen bomen 15 tot 20 % reductie van PM10 geven, 10 % NO2 , 8% ozon. Om dit doel te bereiken dienen er ontwerpen voor groenvoorzieningen te worden gemaakt die dit resultaat beogen. De plannen moeten worden uitgevoerd en onderhouden. Ambtelijke diensten moeten optimaal hiervoor gaan samenwerken. Bij bijvoorbeeld de zogenoemde hot spots ( plekken met een zeer hoge verkeersconcentratie) dienen bomen zodanig geplaatst te worden dat de lucht erdoor heen kan circuleren en niet wordt vastgehouden.
Aantallen gekapte bomen en verwijderd bosplantsoen 2003-2005 Een voorlopige inventarisatie door het Bewonersplatform Zuidas leverde op: september 2003: 168 bomen en 21.068 vierkante meter bosplantsoen in deelgebied Gershwin 2003: 144 bomen, Mahlerlaan 2004: 80 bomen in de Kop van de Rivierenbuurt 2004: 360 bomen en 6.000 vierkante meter bosplantsoen langs de Europaboulevard in verband met de aanleg van de Noord/Zuidlijn. september 2004: 11 bomen in de Fred. Roeskestraat ivm. aanleg persleiding DWR november 2004: 20 bomen en 12.910 vierkante meter bosplantsoen voor waterberging in oksel A10 december 2004: 27 bomen De Boelelaan, terrein VUMC, ivm. bouw kankercentrum december 2004: 20 bomen Mahlerlaan ivm. aanleg NUON-leidingen februari 2005: De Boelelaan, terrein VU, 2 bomen ivm. nieuwbouw VU februari 2005: De Boelelaan, terrein VU, 40 bomen ivm. nieuwbouw VU maart 2005: 27 m2 bosplantsoen Beethovenstraat ivm. verlenging perron NS-station en 1 boom Drentestraat ivm. bouw NUON installatieruimte.
Totaal 873 bomen en 40.005 vierkante meter bosplantsoen zijn in de afgelopen 2 jaar verwijderd. Naar verwachting zullen de komende jaren nog meer bomen verdwijnen.
Onduidelijk beleid voor het gebied van de Zuidas Veel bomen worden gekapt; een deel verdwijnt naar elders, zoals 13 platanen naar IJburg, 3 esdoorns naar de Bomenbank of zelfs een enkele boom naar Heerlen, nota bene de stad met relatief het meeste groen van Nederland. Er komen maar weinig nieuwe bomen voor terug: bijvoorbeeld op het Zuidplein en in de Mahlerlaan. Voor de Zuidas is geen bomenplan. Het planten van bomen wordt per deelgebied aan de ontwikkelaar/marktpartij overgelaten. Voor bewoners is niet duidelijk om hoeveel bomen het gaat. Het is moeilijk om aan informatie over kapvergunningen te komen. Die worden niet ter inzage gelegd op een voor bewoners toegankelijke plek, maar moeten worden opgevraagd bij een gemeentelijke dienst in Westpoort. Een totaaloverzicht van verdwenen en nieuwe bomen ontbreekt. De kapverordening die geldt voor de Zuidas dateert nog uit de jaren zestig. Herplant of compensatie voor gekapte bomen is hierin niet geregeld. Bomen worden soms al gekapt voordat er een bouwvergunning is, bijvoorbeeld in Gershwin of de Kop Rivierenbuurt.
Voor een tijdelijk kortlopend project zou het opleggen van een herplantplicht bij het verlenen van een kapvergunning toereikend zijn. Niet in de Zuidas, waar massaal gegraven wordt, op vele plekken tegelijk en vele lange jaren; zelfs als het Dok er niet zou komen. Bij een langdurig en groot project als de Zuidas hoort een speciale regeling: -Een bomenbeleid in de vorm van een BOMENBALANS -Een nieuwe grootstedelijke BOMENVERORDENING
2 Bomenbalans Wat is een bomenbalans? Het BPZ stelt een bomenbeleid in de Zuidas voor op basis van een BOMENBALANS. Het principe van de bomenbalans is dat het totaal aantal bomen in een bepaald gebied gelijk moet blijven. Dit wordt geregeld via voorschriften bij de kapvergunning: voor elke boom die gekapt gaat worden moet een nieuwe boom geplant worden. In verband met de problemen met de luchtkwaliteit pleit het BPZ voor het planten van bomen die niet alleen mooi zijn, maar functioneel, dat wil zeggen: plant bomen die luchtvervuiling afvangen. In principe moet die nieuwe boom in het project, dat de aanleiding vormt tot de bomenkap, terugkomen. Als dat niet kan, moet de herplant plaatsvinden in de omgeving van het project. In Haarlem wordt al enkele jaren gewerkt volgens het principe van de bomenbalans.
Inventarisatie van verdwenen bomen Begonnen moet worden met een inventarisatie van alle gekapte bomen in de Zuidas, zodat duidelijk wordt hoeveel bomen we al kwijt zijn. De belangrijkste gebieden zijn: Mahler, Gershwin, VU, Drentestraat, Europaplein en de Kop Rivierenbuurt.
Inventarisatie van plaatsen waar bomen toegevoegd kunnen worden Tegelijkertijd moet door stadsdeel en centrale stad een inventarisatie worden gemaakt van plekken in of rond de Zuidas waar bomen als compensatie toegevoegd kunnen worden. Dit gebied wordt het ‘Zuidas bomen-gebied’. Het Bewonersplatform heeft al enkele suggesties van buurtbewoners verzameld.
Boom-armste dag In de loop van 2005 wordt de ‘boom-armste’ dag vastgesteld. Na deze dag kan het aantal bomen in het ‘Zuidas bomen-gebied’ alleen maar toenemen. In elke kapvergunning wordt de bepaling opgenomen dat tot kap pas dan mag worden overgegaan als een gelijk aantal nieuwe bomen is aangeplant.
3 Nieuwe grootstedelijke bomenverordening Waarom een bomenverordening? Het BPZ pleit ook voor het opstellen en snel invoeren van goede bomenverordening voor de centrale stad. Veel stadsdelen, zoals Geuzenveld-Slotermeer, Oud-Zuid en ook ZuiderAmstel, hebben al zo’n verordening. De centrale stad werkt echter nog met een verouderde kapverordening, waarin veel zaken ter bescherming van bomen niet zijn geregeld. Deze kapverordening geldt voor de grootstedelijke gebieden, zoals de Zuidas. De Zuidas is niet zomaar een industriegebied, maar een ‘hoogwaardig centrumstedelijk gebied’. Bij het hoge ambitieniveau past ook een zorgvuldig omgaan met bomen en groen. Het is hoog tijd dat de kapverordening wordt vervangen door een bomenverordening die meer bij deze tijd past. De kapverordening van de centrale stad is verouderd. Veel zaken ter bescherming van bomen zijn niet goed geregeld. Veel stadsdelen hebben dit beter geregeld via een bomenverordening, bv. Oud-Zuid. De Zuidas is niet zomaar een industriegebied, maar een ‘hoogwaardig centrumstedelijk gebied’. Bij het hoge ambitieniveau past ook een zorgvuldig omgaan met bomen en groen.
Belangrijkste punten voor bomenverordening Het BPZ stelt voor dat de gemeente een nieuwe grootstedelijke bomenverordening opstelt naar voorbeeld van de bomenverordening van Oud-Zuid of de modelbomenverordening van de Bomenstichting. De belangrijkste zaken die geregeld zouden moeten worden, en die ontbreken in de huidige grootstedelijke kapverordening, zijn : 1) Bomenbalans via principe eerst planten, dan kappen Volgens het principe van de bomenbalans dient in de voorschriften van een kapvergunning te worden opgenomen dat compensatie plaats moet vinden binnen het project of in de omgeving van het project. De herplant moet minimaal gelijkwaardig zijn. 2) Burgers beter informeren: vergunningaanvragen publiceren voordat de vergunning verleend wordt. Nu worden bewoners pas via advertenties in het Amsterdams Stadsblad op de hoogte gebracht van een kapvergunning als het al te laat is, namelijk als de vergunning al is verleend. Bovendien vermeldt de advertentie niet om wat voor bomen het gaat en een specifieke omschrijving ontbreekt. Inzage is in Westpoort. Dit heeft tot gevolg dat bewoners zich vaak overvallen voelen door plotseling verleende kapvergunningen. Het Bewonersplatform stelt voor dat aanvragen voor kapvergunningen eerst worden gepubliceerd en ter inzage worden gelegd op een toegankelijke plaats. Voordat besloten wordt over de vergunningaanvraag, kan iedereen gedurende vier weken na deze bekendmaking zijn zienswijze geven. Daarna wordt besloten over de kapvergunning. Zo is de procedure nu al in bijvoorbeeld Oud-Zuid en ZuiderAmstel. 3) Kappen pas na afloop van de bezwaartermijn Volgens de huidige kapverordening kunnen belanghebbenden bezwaar maken tegen het verlenen van een kapvergunning. Om te voorkomen dat bomen al gekapt worden voordat belanghebbenden bezwaar kunnen maken, stelt het BPZ voor dat een kapvergunning pas van kracht wordt na het aflopen van de bezwaartermijn. Dit heet een ‘standaardvoorschrift voor niet-gebruik’. 4) Kapvergunning pas na bouwvergunning in werking Dit betekent dat de kapvergunning pas ingaat als er een bouw- of aanlegvergunning onherroepelijk is geworden voor het project waarvoor de bomen moeten wijken. Hiermee wordt voortijdige kaalslag van terreinen tegengegaan. 5) Bescherming monumentale bomen De gemeente moet nog in 2005 een lijst aanleggen met monumentale bomen en pré-monumentale bomen, waarvoor geen kapvergunning wordt afgegeven (behalve in noodgevallen). 4 Verzoeken aan de stadsdeelraad: 1 – Inventarisatie van de aantallen aanwezige, gekapte, geplante en nog te kappen bomen in de Zuidas. 2 - Onderzoek naar mogelijke plaatsen voor het toevoegen van bomen in en rondom de Zuidas. Het Bewonersplatform heeft een lijst met suggesties opgesteld. 3 - Bomenbalans. Een bomenbeleid voor de Zuidas volgens het principe “bomenbalans”. 4 - Bomenverordening. voor de Zuidas ter vervanging van de verouderde grootstedelijke kapverordening. 5 - Duidelijke afspraken. over de verdeling van bevoegdheden tussen stadsdeel en centrale stad t.a.v. de bomen in de Zuidas.
<< sluit
Bewoners en raadsleden praten over bomen in de Zuidas
dinsdag 22 juni 2005
Afgelopen dinsdag vond voor het eerst een speciale Zuidas-vergadering plaats van de raadscommissie van ZuiderAmstel. Door het organiseren van deze speciale vergaderingen hopen de raadsleden beter op de hoogte te blijven van de ontwikkelingen in de Zuidas. Ook willen ze ruimte geven voor inbreng van bewoners. Op deze eerste vergadering verzorgde het Bewonersplatform Zuidas een presentatie over bomenbeleid in de Zuidas. Inge de Boorder van het platform vertelde over de onrust bij de bewoners over het verdwijnen van grote aantallen bomen. Ook deed zij enkele voorstellen voor een beter bomenbeleid. Het bewonersplatform hoopt dat het stadsdeel de bewoners zal steunen en zich zal inzetten voor de bomen en de Zuidas en voor betere regels. Veel raadsleden deelden de zorgen van de bewoners. De raadscommissie gaat onderzoeken welke rol het stadsdeel speelt bij beslissingen over bomen in de Zuidas. Portefeuillehouder Koldenhof beloofde een startnotitie op te stellen over bomenbeleid in de Zuidas.
Bomen in de stad
Stille kracht of Sta in de Weg
woensdag 02 juni 2005 bron: Amsterdams Milieucentrum, auteur: Nelke van Heest
Amsterdam is een stad van bomen. Maar het is ook een stad van bouwers. Projectontwikkelaars verdringen zich...want er moeten voor 2030 vijftigduizend huizen bijkomen. Zodoende wordt er heel wat afge-saneerd en geherprofileerd. Want de weg moet breder, het fietspad veiliger, het trottoir wat strakker en het toenemende aantal auto's in een extra parkeergarage. Voor ambitieuze stadsdelen staan bomen de laatste jaren regelmatig in de weg. Maar bomen kunnen niet zo maar worden gekapt. Er bestaat zoiets als bomen-verordeningen en natuurlijk zijn er de Amsterdammers zelf met hart voor 'hun' bomen. Georganiseerd springt men op de bres voor bomen. Groepen als 'Iepen moeten blijven' en de 'Bomenridders' maken zich al geruime tijd hard voor het behoud van bomen in ons stadsbeeld. De Centrale Stad kent zelfs een heuse bomenconsulent. Gezamenlijk z trekt men ten strijde. De inzet is evenwicht. Tien geboden voor bouw of aanleg bij bomen
zondag 18 april 2005 Een .pdf bestand over wat te doen bij bouwwerkzaamheden dicht bij bomen
Klik hier met je linkermuisknop voor het openen van het bestand of met je rechtermuisknop "doel opslaan als..." voor het downloaden (sneller als je een modemverbinding hebt)
Onderzoek moet Paardekastanje redden
vrijdag 16 april 2005 bron: Volkskrant
Duizenden paardekastaniebomen zijn aangetast door een onbekende ziekte. De zieke bomen vertonen donkere, vochtige plekken die een stroperige vloeistof afscheiden. Ze kunnen na enige maanden doodgaan. In de speciaal opgerichte werkgroep Aesculaap werken onder coördinatie van het Praktijkonderzoek Plant en Omgeving van Wageningen UR vele partijen, waaronder gemeenten, samen om de ernst van het probleem in kaart te brengen, te zoeken naar de oorzaak en zo te zorgen dat de paardekastanje niet verdwijnt. Bijdragen aan de kwaliteit van leven? Kijk op www.wur.nl Deelraad laat alternatieve ontsluiting Andreasterrein onderzoeken
Verkeersmodel nieuwe hoop voor Rembrandtpark
dinsdag 06 april 2005 bron: Stuifmail MCA
De stadsdeelraad Slotervaart besloot op woensdag 23 maart om het parksparende verkeersmodel van Milieucentrum Amsterdam te laten onderzoeken. Nu moet serieus worden bekeken of de geplande weg door het Rembrandtpark werkelijk nodig is. lees verder »
Voordelen van het model MCA heeft het verkeersmodel samen met de Vereniging Vrienden van het Rembrandtpark (VVR) en de Verkeersgroep Westelijke Tuinsteden als alternatief voor de ontsluiting van het Andreasterrein ontwikkeld. Dit model heeft een aantal voordelen. Er wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van het bestaande wegennet. Ook vermindert het sluipverkeer ten opzichte van het model van het stadsdeel Slotervaart. Bovendien wordt het Rembrandtpark gespaard, doordat een afslag van de Lelylaan niet hoeft te worden aangelegd. Hiermee wordt tegemoet gekomen aan het grote belang van groen binnen de voortgaande stedelijke verdichting. Achtergrond Slotervaart had eerder besloten om een verkeersweg door het Rembrandtpark aan te leggen. De nieuwe afslag van de Lelylaan dient als ontsluiting voor een te bouwen woning - en kantorencomplex op het Andreasterrein. Er zijn een aantal verkeersmodellen bestudeerd en doorgerekend, maar het ontzien van het park heeft bij geen enkel model een rol gespeeld. Slotervaart heeft tot nu toe niet gezocht naar alternatieven waarbij dit waardevolle stuk stadsnatuur kan worden behouden.
<< sluit
Protest tegen massale bomen kap Schinkel
dinsdag 30 maart 2005 bron: Amsterdams Stadsblad
OUD-ZUID - Amsterdam Anders/De Groenen wil van wethouder Joep Blaas opheldering over de kap van 396 bomen op de Schinkeleilanden. Het gebied wordt opnieuw ingericht. De kapaanvraag van Oud Zuid is volgens AA/DG voorbarig omdat de deelraad over het definitieve ontwerp voor de Schinkeleilanden nog een besluit moet nemen. Bovendien mag er niet gekapt worden tijdens het nu aanbrekende broedseizoen, stelt AA/DG. De partij zal 6 april tijdens de commissievergadering de voorgenomen kap aan de orde stellen. Bomen compenseren uitlaatgassen
dinsdag 23 maart 2005 bron: Volkskrant
Autorijden moet minder schadelijk worden voor het milieu. Greenlease zet daarom in op zuinige auto's, zuiniger rijden en het aanplanten van bomen. lees verder »
Autorijden is voor de verandering een keer goed voor het milieu. Leasemaatschappij Terberg gaat bomen planten ter compensatie van schadelijke uitlaatgassen. Hoe meer kilometers, hoe meer bomen Terberg plant. Dat plan is onderdeel van Greenlease, de gisteren gelanceerde 'groene' leasevorm van Terberg. Auto's en vrachtwagens zorgen in Nederland voor ongeveer 20 procent van de CO2-nitstoot en zijn bovendien verantwoordelijk voor de snelste groei van deze uitstoot, zo blijkt uit de nota Mobiliteit van het ministerie van Verkeer en Waterstaat.
Het ministerie heeft als doel om op de langere termijn, tussen 2030 en 2050, de schadelijke effecten van autorijden terug te brengen naar nul. Ook van Brussel moet, zeker sinds het verdrag van Kyoto, de hoeveelheid schadelijke uitlaatgassen omlaag. In februari besloot de Europese Commissie dat alle nieuwe personenauto's een milieuilabel krijgen, waaraan te zien is hoe milieuvriendelijk de auto is. In Hinterland vormen de 7K0.00O lease-auto's die er volgens branchevereniging VNA rondrijden een substantieel deel van het wegverkeer. En leasemaatschappijen worden milieubewuster. Zo belooft liet gisteren in Utrecht geïntroduceerde Greenleasc een milieubewuste leaseaanpak, met zuinige auto's, zuinigere automobilisten én meer bomen. Terberg Leasing, dat met bijna 21.000 contracten een van de tien grootste leasemaatschappijen van Nederland is, werkt voor Greenlease samen met overheidsagentschap Senter Novem en Business for Climate, een organisatie die zich inzet voor milieubehoud. Greenlease is volgens hen gestoeld op drie ideeën. Om te beginnen maakt Greenlease gebruik van auto's met een milieulabel, die tot 30 procent minder CO2 uitstoten dan de gemiddelde auto. Dit zijn onder andere hybride modellen van Toyota en Honda, die zowel met verbranding als elektromotor rijden. Verder moeten toekomstige bestuurders van deze zuinige auto's zelf ook zuiniger gaan rijden. Klanten krijgen hiervoor een cursus.
Volgens Senter Novem, dat hiervoor ook een campagne voert, is Greenlease de eerste leasevorm die zuinig rijden op deze wijze stimuleert. Het derde uitgangspunt is bomen planten. Hoe meer COZ de auto's produceren, hoe meer bomen Business for Clirnate gaat planten. Business for Climate is onderdeel van Face, een stichting die bossen beheert en aanplant in binnen- en buitenland, ter compensatie van schadelijke uitlaatgassen. Op dit moment heeft Face 55.000 hectare bos in beheer. Via Internet kunnen Greenleasers in de gaten houden hoeveel COZ hun auto uitsloot. Terberg-directeur Jan van Delft denkt dat op deze manier zuinig rijden ook een spelelement bevat. ”Je probeert jezelf natuurlijk steeds te verbeteren." Bomen planten is niet gratis. Greenlease-gebruikers krijgen een bankpasje waarmee her brandstofverbruik wordt bijgehouden. Bij het tanken betalen pashouders een bedrag bovenop de benzineprijs. Volgens Van Delft zullen klanten hierdoor niet afgeschrikt worden. „Het bedrag valt terug te verdienen door het lage brandstofgebruik van de auto's en het nieuwe zuinige rijgedrag." Bovendien bestaat de doelgroep volgens hem uit bedrijven met maatschappelijke verantwoordelijkheid. „Zorg voor het milieu is nu uit de sfeer van de geitenwollen sokken."
Ook Leaseplan, de grootste leasemaatschappij van Nederland (en ter wereld), houdt zich volgens directievoorzitter Peter Verkuyl actief bezig met het milieu.Leaseplan probeert volgens Verkuyl zelfs het aantal kilometers dat klanten in de auto rijden te beperken door andere vormen van ver voer aan te bieden. Greenlease is niet het enige milieuvriendelijke initiatief inde autobranche. Zo verhuurt Green-wheels auto's op abonnementsbasis. Deze roodgroene auto's staan 34 grote steden in Nederland geparkeerd. Alumnus kunnen die via Internet vinden en reserveren.'
<< sluit
Levenskracht van BOMEN
vrijdag 19 maart 2005 bron: Telegraaf
Boomfeestdag was het deze week, de Nederlandse jeugd plantte 250.000 bomen en struiken. De zuurstofvoorziening op peil, kan de goegemeente er weer een jaartje tegen. Voor één volksstam is de boom élke dag feest. Schrijver Adrie Beyen portretteerde in haar boek 'Mensen verhalen over bomen' 35 bomen minnaars. Geen macramé zwevers die fluisteren tegen knoestige kruinen of mistige magiërs die bij eiken zweren, maar gewoon, 'de man in de straat' met een opmerkelijke liefde. Bomen over bomen. lees verder »
Taxichauffeur is de 41-jarige Regina Jansen, in de Achterhoek vindt ze feilloos de weg. Door kachelen, de blik op het asfalt. Een nuchtere tante, van wie haar passagiers niet vermoeden dat ze ontelbaar veel vriendjes langs de weg heeft staan. Mooie en lelijke, dikke en dunne, kromme en kaarsrechte, lange en kleine. Vriendjes die ze zwijgend groet 'tot later’, vriendjes voor wie ze het liefst abrupt op de rem zou trappen.
Vriendjes van hout De Terborgse is een bomenfreak. Nee, nadrukkelijk geen prinses Irene-adept die tegen het schors oreert, Regina Jansen zweeft niet boven het mos: „Ik praat niet tegen bomen, een boom is geen mens. Een boom zegt niks terug." En voor de goede orde: ze heeft een vriendje van vlees en bloed. Tegen wie ze wél praat, ook al “heeft hij niks met bomen". Schrijver Adrie Beyen moest haar overhalen, overreden, om haaf relaas te doen in het boek 'Mensen verhalen over bomen'. Omdat het voor Regina Jansen bijna niet in woorden te vatten is wat die diepgewortelde bomenliefde behelst: „Jeetje, wat moet ik erover zeggen. Bomen stralen energie uit. Als ik er onder zit, ontspan ik me, denk ik nergens aan, laat ik de dagelijkse dingen achter me. Als ik me niet lekker voel, pept zo'n boom me op, ik word er vrolijk van. Dan denk ik, wat maakt het uit, wat zou ik me zorgen maken. Lopend door het bos kan ik het leven beter aan. Ik las elke maand wel een bomendagje in.
Eigen wereldje Ze put er levenskracht uit. „Als kind had ik al wat met bomen. Daar kon ik me lekker onder verschuilen, zat ik in mijn eigen wereldje, vooral onder de treurwilg. In de puberteit raakte ik het kwijt, maakte ik me alleen maar druk over mijn uiterlijk. Toen leek het ondenkbaar dat ik ooit van mijn leven zónder oorbellen de deur uit zou gaan... En kijk nu eens", wijst ze met een glimlach op haar kale oorlellen. De hormonendwaasheid verdween na die periode als bij toverslag, de ontrouw aan de bomen was van korte duur. De 45-jarige Adrie Beyen, tekstschrijver, communicatie adviseur en uitgever ontdekte haar liefde voor bomen op pijnlijke wijze. „In het bosrijke Zeist, pal tegenover mijn huis, werd een rijtje berken geveld. Verderop moest een beuk het veld ruimen voor een parkeerplaats. Ik miste ze, de bomen die ik nooit bewust had zien staan." Beyen verhuisde hoopvol naar de groene Betuwe: „Om daar in de herfst te ontdekken dat alle bomen werden gekortwiekt, net als de appelbomen. Een es, een linde, ik zag niet eens meer wat voor een boom het was. Alle takken waren geamputeerd tot stompjes. Wat een rotgezicht." Pas in het Achterhoekse Geesteren kwam ze thuis, misschien meer nog vanwege die prachtige eiken in de voortuin dan om het pittoreske boerderijtje zelf. „Hier heb ik ontdekt dat élke boom bloeit. De eiken, de elzen, de berken, de essen." „Bomen inspireren, al wandelend borrelen de ideeën op." En dat resulteerde in het boek waarin ze mensen aan het woord laat over hun bomenliefde. Geen belerend boek over Het Nut van De Boom als Zuurstofleverancier/Houtproducent/ Voedselverstrekker. Maar over een boswachter die lyrisch is over de linde, een kunstenares die uitsluitend knotwilgen tekent, de adviseur die onderweg altijd blij is om die grote eik midden op de snelweg bij Ulvenhout weer te zien. Een stel dat een hoge hypotheek afsloot zuiver om die majestueuze beuk in de tuin. Beyen portretteerde de ict-er, de accountant, de huisarts, de boekbinder, de hovenier en de scholier. Een bont gezelschap, met maar één gemeenschappelijke noemer: bomenliefde, Voor die éne appelboom in de ouderlijke tuin, waar je als kind zo fijn in kon klimmen, voor coniferen, voor de stadsplataan, voor de pleisterplaatsen van vleermuizen of witte wieven.
Bijlmer Bomen die er al voor onze geboorte waren, en er misschien nog staan als wij al lang onder groene zoden zijn verdwenen. In de Amsterdamse Bijlmer ontstond na de ramp een spontaan monument bij 'de boom die alles zag'. Adrie Beyen wijst op de tak die haar raam verduistert: „Die leilinde is 200 jaar oud. Wat moet die niet allemaal hebben gezien, wat zou-ie me kunnen vertellen over vreugde en verdriet...?" Andersom laat de mens zijn geschiedenis ook na in bomen. Regina Jansen: „Als ik hartjes en namen in een stam zie, met een datum van decennia terug, dan vraag ik me altijd af of die twee nog bij elkaar zijn." Magisch is de aantrekkingskracht van bomen. Regina Jansen heeft niet één favoriet, maar wel een speciale vriend: „Een fijnspar, met zo'n hoge stam. Een jaar of 40, 50, niet zo oud. Ik dwaalde door het bos, kwam hem tegen, keek omhoog en hij riep me. Nu zit ik graag een poosje aan zijn voeten. Soms wordt mijn blik naar een boom toe gezogen, die ene wel, niet die andere die ernaast staat. Die ene roept me." Verontschuldigend: „De meeste mensen snappen het niet, die zeggen 'doe 's normaal' of 'laat die Jansen maar kletsen'." Van de vlekken op de bast van de plataan kan ze genieten. Beuken vindt ze prachtig. „Het zijn maanbomen. Het sap stroomt 's nachts omhoog, precies andersom dan bij zonnebomen. Die hebben een open kruin waardoor het daglicht op de stam valt", verduidelijkt ze. „Ooit ben ik midden in de nacht, met volle maan, over het hek van een begraafplaats geklauterd om onder een stokoude beuk te gaan zitten. Ja, een beetje luguber, maar ik wilde die energie voelen. Het stelde een beetje teleur dat het niet veel anders voelde dan overdag." Het bos lokt haar: „Zelfs een stervende boom, met paddestoelen erop, is mooi. Als-ie het tenminste zelf mag doen. Als ik om-gekapte bomen in 'mijn' bos zie, doet dat zeer. Dat maakt me verdrietig. Verdorie, mijn vriendje. Hoe moet een boom zich voelen als hij zijn buurvrouw ziet vallen.'' Ze popelt om een bezoek te brengen aan de Kabouterboom in Beek-Ubbergen. Een dikke tamme kastanje met een holle stam en spleten in de voet. Kinderen in de buurt groeien al decennia op met het verhaal dat daar de kaboutertjes wonen. „Onverlaten hebben de boom in januari in de fik gestoken. Zo zinloos. Maar ik heb gehoord dat hij het redt. Ik hoop het, als je daaronder staat geloof je in magie, in elfjes en kabouters."
Kleuren Bomen over bomen. Over de schaduw van het ritselende bladerdak in de zomer, de bloesem in de lente, de herfstkleuren, de kale takken in de winter. De voorboden van de lente zijn er, de bomen staan op uitbotten. Maar het favoriete seizoen van de taxichauffeur is de herfst. „Als de blaadjes vallen zie je meer van de boom, van de stam en de takken. De kleuren zijn dan mooier, het ruikt zo heerlijk en het is lekker om met je laarzen door de bladeren te lopen."Adrie Beyen tekent voor de winter: „Met die lage zon in de namiddag zie je de kleuren van de stammen zo goed. Paars, oranje, geel, het hele palet. De berkschorsen die dan knalwit zijn. De blaadjes van de knot-els die al zichtbaar zijn als zwarte knopjes. Een boom is niet alleen maar groen en bruin." Tijd voor een ommetje. Langs de metershoge perenboom, langs knotwilgen, langs beuken met grillige vergroeiingen. Regina Jansen kijkt als Alice in Wonderland om zich heen. „Niet afbreken", klinkt het in koor als de fotograaf, nog wel getooid met een fraaie bomennaam, gehinderd wordt door een twijg. Adrie Beyen geniet: „Ik wandel en bewonder en verwonder me. Bewonder hoe de bomen het jaar doorstaan, verwonder me over een draaiing in een tak, een gat waar een poeltje in zit, takken die over elkaar heen groeien. Knotwilgen die op gedrochten lijken, oude gebogen mannetjes. Als ik een boom zie met een rare bobbel of knoest, dan vraag ik me af hoe die daar gekomen is." „Populieren zijn geënt, ja, een soort klonen. En ergens langs een snelweg staat een rij populieren met allemaal dezelfde zijtak dezelfde kant opwijzend. Dat is toch prachtig." Twee vrouwen die het worst zal wezen hoe de bomennamen in het Latijn luiden: „Dat zoeken we op", klinkt het eensgezind. Ten afscheid zegt Regina Jansen het met aandrang: „Doe het nou, ga nou eens gewoon lekker onder die beuk zitten, joh..."
<< sluit
Autorijden zonder schuldgevoel
vrijdag 12 maart 2005 bron: Parool
Jan van Delft, de directeur van Terberg Leasing, vindt de timing prima. 'Er verschijnen steeds meer rapporten over klimaatverandering en de opwarming van de aarde. Dat is niet langer iets voor doemdenkers, maar een harde wetenschappelijke realiteit. Dus is dit het goede moment om met een concept te komen voor groen autorijden.' Auto's stoten CO2 uit en dragen daarmee bij aan het broeikaseffect. lees verder »
De auto laten staan is voor veel mensen echter nog steeds geen optie. Dus zou het helpen ter compensatie bomen te planten, die tijdens de groei CO2 opslaan. Een dergelijk idee bestaat al langer, maar kwam nooit goed van de grond. Dit moet veranderen nu een grote leasemaatschappij zich over het concept ontfermt. Sinds kort maakt Terberg Leasing, dat een wagenpark van 21 duizend auto's in beheer heeft, reclame voor 'Greenlease'. 'Hoewel het sommigen zo in de oren zal klinken, is het is beslist geen alternatieverig product', zegt Van Delft. 'De leaseprijzen van Greenlease zijn marktconform. Wij bewijzen dat milieubewust autorijden niet veel geld hoeft te kosten.' Het principe is simpel. Net als bij wasmachines heeft de overheid auto's ingedeeld op basis van verbruik. Greenlease-klanten kunnen kiezen uit auto's met het energielabel A, B of C. Genoemde categorieën zijn auto's die - althans in hun klasse - zuiniger zijn dan gemiddeld. Dat wil niet zeggen dat iedereen in een Toyota Prius moet gaan rijden.
De keuze is ruim: de calculator op Greenlease.nl vermeldt 212 modellen van 24 merken: van een Smart-cabriolet tot een BMW 523i. Alle rijders van Greenlease krijgen vervolgens een eenmalige cursus in Het Nieuwe Rijden. Door onder meer tijdig te schakelen en gas terug te nemen kan het brandstofverbruik zo 5 tot 25 procent dalen. De derde stap is het planten van bomen, afhankelijk van het aantal gereden kilometers. Greenlease garandeert dat het uitgestoten CO2 volledig wordt gecompenseerd. Bij twintigduizend kilometer per jaar verstookt een Audi A4 2.0 bijvoorbeeld het equivalent van een bos van 190 bomen. Een Volvo V50 1.8 is goed voor 174 bomen. Het bos wordt overal ter wereld aangeplant, via de stichting Business for Climate. Dit is ook de drijvende kracht achter Cooldriving en Coolflying, concepten waarmee duizenden particulieren en zakenreizigers hun CO2-uitstoot compenseren door te betalen voor jonge boompjes. 'Het bos blijft gegarandeerd 99 jaar staan', verzekert Denis Slieker, directeur van de stichting. Greenlease en Cooldriving passen in een reeks initiatieven om milieuvriendelijker te reizen en te consumeren. In de laatstgenoemde categorie valt de Green-card, een Visa-creditcard die is bedacht door een telg uit de Philips familie. Inmiddels gebruiken twintigduizend Nederlanders deze creditcard, die zonder meerkosten voorziet in CO2-compensatie. De overheid geeft geen subsidie op groen leasen. Terberg-directeur Van Delft verwacht niet dat hij in de aanloopfase veel winst zal maken. 'Dat komt pas bij de grotere volumes.'
<< sluit
Amsterdam kaal gekapt
maandag 22 februari 2005 bron: De Telegraaf
AMSTERDAM, dinsdag: Amsterdammers zien in hoog tempo het groen uit de stad verdwijnen. Ondanks grote aantallen bezwaarschriften en aanhoudende bewonersprotesten worden jaarlijks duizenden, vaak beeldbepalende bomen gekapt. lees verder »
Dat het niet om kleine aantallen gaat, bleek deze maand nog. Zo gaf de gemeenteraad toestemming voor het kappen van ruim 900 bomen op het Andreasterrein en het aanpalende Rembrandtpark. Hier worden nieuwe woningen gebouwd en er komt een weg te liggen. Aan de westkant van de Nieuwe Lceuwarderweg in stadsdeel Noord begon vorige week de kap van in totaal 500 bomen. Het groen moet wijken voor de aanleg van de Noord/ Zuidlijn. Ook bij het Europaplein in ZuiderAmstel staan honderden bomen op de nominatie om te verdwijnen, onder meer vanwege de aanleg van het nieuwe musicaltheater van Joop van den Ende. Op de Bilderdijkstraat in Oud-West gaan binnenkort tientallen metershoge exemplaren tegen de vlakte voor de aanleg van nieuwe parkeervakken en fietspaden, zo besloot de stadsdeelraad enkele weken geleden.
Aantallen „Alles bij elkaar gaat het om gigantische aantallen", reageert directeur Erwin Knijnenburg van het Milieucentrum Amsterdam. Volgens de organisatie moet de gemeente meer moeite doen om het door bewoners zo gewaardeerde groen te behouden. „Wij zijn echt niet altijd tegen het kappen van bomen. Ook het bouwen van nieuwe woningen is belangrijk. Maar het lijkt nu veelal op: 'vraag een kapvergunning aan en gooi vervolgens alles plat'. Dit terwijl er genoeg mogelijkheden zijn om oude bomen binnen nieuwbouwprojecten te behouden", aldus Knijnenburg. Met het verdwijnen van steeds meer groen, zwellen ondertussen ook de bewonersprotesten aan. De hoofdstad kent inmiddels tientallen protest- en buurtgroepen die -zonder al te veel succes - bezwaarschriften bij de gemeente indienen. Overigens compenseert de gemeente het verlies aan groen bij sommige projecten door -wanneer alle werkzaamheden zijn afgerond - nieuwe, jonge bomen aan te planten. Volgens het milieucentrum zou dit stelselmatig moeten gebeuren.
<< sluit
Een boom is geen toeval
zondag 01 november 2004 Diana van Putten
Dit is de titel van een boekbespreking in de NRC van 14 mei dit jaar. Ik was verbijsterd, net nu ik aan de opleiding van bomenridder was begonnen, kwam zoiets op mijn pad. Het boek waar het over ging heet “Landschap en wereldbeeld” van Boudewijn Bakker en gaat over de betekenis en interpretatie van het geschilderde Hollandse landschap vanaf de zestiende eeuw. lees verder »
Als je dan het artikel leest wordt je nogal teleurgesteld want Bram de Klerck schrijft over een heleboel zaken die te zien zijn op schilderijen maar niet een keer komt er een boom ter sprake. Wel hoe een landschap als een christelijk symbool werd gezien. Daarvoor schilderde men alleen maar godsdienstige onderwerpen, een landschap was iets heel nieuws met toch maar een christelijke betekenis want dat was men gewend. Is Brams artikel ingekort en is het gedeelte van de tekst waarin een boom beschreven staat weggevallen? Per mail stel ik de redactie van de krant de vraag waarom deze titel gekozen is. Ik ben benieuwd of ik antwoord krijg op mijn late vraag.
Dan moet ik zelf iets bedenken en gaat mijn fantasie met me op de loop. Als een boom dan geen toeval is, wat dan wel? Ik kan van alles bedenken maar laat ik het simpel houden. Staat hij er om ons een plezier te doen of is het een vanzelfsprekende stoffering bijvoorbeeld in de stad. Soms krijg je de indruk dat mensen er zo over denken. Inderdaad worden in de stad de bomen door de dienst groenvoorziening geplant, niks toevallig. Bij de de deelraden wordt er zelfs over nagedacht welke bomen geschikt zijn voor smalle en brede straten.
Als een boom in de herfst zijn bladeren verliest dan vinden mensen in mijn straat dat lastig. Wat een rommel. Inderdaad de binnentrap ligt op een gegeven moment vol met bladeren die we naar binnen lopen. De straat wordt ook niet zo vaak meer geveegd als vroeger, lijkt het wel. Toch kan ik het hebben die bladeren in de herfst, ik hou er zelfs wel van. Deze week ga ik met een collega-bomenridder in het Gooi wandelen om naar de herfstkleuren te kijken in het bos. En stiekem hoop ik dat niet alles er afgewaaid is. De boom die voor mijn raam staat is een haagbeuk waar in het voorjaar een stel houtduiven komt nestelen. Af en toe komen ze nu nog even kijken of alles in orde is. Voor mij is mijn boom geen toeval maar een bron van genoegen om naar te kijken en om van te houden.
<< sluit
Bomen in Oud Zuid - Hoe werkt dat?
zondag 11 oktober 2004 bron bomenridders Oud-Zuid
Uit alles blijkt dat veel mensen begaan zijn met het lot van bomen, zowel in de binnentuinen als in de openbare ruimte. Hoewel de regels over bomen niet superingewikkeld zijn, ontstaat er toch soms een panieksituatie als er ineens ergens bomen gekapt worden. Wat moet je doen als er ineens in binnentuinen bomen worden gekapt of rigoureus gesnoeid? Is er nog iets te doen tegen uitbreidingen van het stedelijk dak (bebouwing binnentuinen)? Wat zijn je rechten tegenover je buren als je overlast hebt van hun bomen? Wie is verantwoordelijk voor het onderhoud of de snoei van bomen in binnentuinen? lees verder »
Bomenverordening Amsterdam Oud Zuid In dit pamfletje staat de bomenverordening zoals Stadsdeel Oud Zuid deze hanteert. Samengevat komt dat neer op het volgende:
'Gewone' bomen
De gang van zaken bij 'gewone bomen' is als volgt: 1. iemand (de eigenaar van de grond of zijn/haar gemachtigde) dient een aanvraag in om een boom te kappen 2. het stadsdeel publiceert de aanvraag in haar Stadsdeelkrant. 3. de aanvraag ligt vier weken ter inzage. 4. je moet binnen die vier weken een zienswijze indienen (mondeling of schriftelijk) 5. het stadsdeelbestuur neemt - met inachtneming van de zienswijzen - een besluit (kapvergunning of weigering) 6. tegen dit besluit kun je bezwaar maken binnen zes weken 7. de Algemene Bezwaar- & Beroepscommissie stelt na het verstrijken van die zes weken een zitting vast, waarop je je standpunt nogmaals kunt duidelijk maken. 8. gedurende de hele periode (publicatie, inzageperiode tot en met de uitspraak van de commissie) mag de boom niet gekapt worden. * 9. aan de vergunning wordt altijd de voorwaarde verbonden dat in het broedseizoen (15 maart tot 15 juli) geen nesten van vogels mogen worden verstoord. 10. als je het met het besluit van de commissie niet eens bent kun je in beroep gaan bij de rechtbank. Omdat deze procedure geen zogenaamde schorsende werking heeft, moet je om kap te voorkomen een voorlopige voorziening aanvragen. Dit betekent dat je een kort geding aanspant bij de president van de rechtbank. Daar zit dan wel een prijskaartje aan van ruim 100 Euro. Dit geld krijg je alleen terug als je het kort geding wint.
Voor de goede orde: een boom is pas een boom als hij op 1.30 m. boven de grond een doorsnede heeft van 10 cm. of een omtrek van 30 cm.
Monumentale bomen
Sinds 2001 is er in ons stadsdeel een nieuwe bomenverordening van kracht. Monumentale bomen mogen in beginsel niet gekapt worden. De commissie monumentale bomen, die moet beoordelen of een boom op de lijst mag en adviseert over eventuele kap, is vorig jaar ingesteld. De lijst die het stadsdeel hanteert is echter sterk verouderd (± 1980) en zal actueel gemaakt moeten worden. 'Belanghebbenden' mogen monumentale bomen voordragen voor de lijst. Het Dagelijks Bestuur van het stadsdeel beslist hierover, na het inwinnen van advies bij de adviescommissie.
Wie wel of niet als belanghebbende wordt beschouwd, is nog niet helemaal duidelijk. In de bomenverordening staat dat de adviescommissie bij het uitbrengen van haar advies ''verenigingen of stichtingen die de bescherming van bomen tot hun statutaire doelstelling hebben" kan raadplegen.
Wie wil er meedoen?
Er zijn altijd oren en ogen tekort om de omgeving in de gaten te houden. Een boom kappen is zo gebeurd en snelle actie is een voorwaarde. Verleden week nog moest de politie een zonder vergunning gekapte boom opmeten om te bepalen of er illegaal gekapt was en dat wordt een beetje moeilijk als hij in stukjes gezaagd op de grond ligt.
Een aantal mensen heeft al te kennen gegeven zich actiever te willen bemoeien met de bomen in ons stadsdeel.
Als nou per buurtje van ons stadsdeel één iemand de bomen in de gaten houdt, dan hebben we al een netwerk dat veel goed kan doen. Die persoon bekijkt bijvoorbeeld de voorgenomen vergunningen of er in zijn/haar buurtje iets staat te gebeuren en komt desgevraagd in actie. Dat betekent dus niet dat het u elke week tijd kost, maar dat er wel bomen door gered kunnen worden.
Kortom: als de bomen u lief zijn en u heeft daar wat tijd voor over, meldt u dan aan bij
Bomenridders De Pijp, tel. 400 45 03 Bomenridders Zuid-West, tel. 662 07 83 Bomenridders Vondelpark/Concertgebouwbuurt, tel. 662 82 37
<< sluit
|
|
![]() |
 |